Latizón TV: DVD-Besprechung

“Beeindruckende Landschaftsaufnahmen, tief gehende Interviews und Portraits sowie ein atmosphärischer Soundtrack machen „Das Meer des Pilgers Antonio“ zu einem nachhaltigen Dokumentarfilm-Erlebnis.”
Weiterlesen können sie hier.

Posted in Nieuwsbrieven, Pers | Leave a comment

Latizón TV: DVD-Besprechung

“Beeindruckende Landschaftsaufnahmen, tief gehende Interviews und Portraits sowie ein atmosphärischer Soundtrack machen „Das Meer des Pilgers Antonio“ zu einem nachhaltigen Dokumentarfilm-Erlebnis.”
Weiterlesen können sie hier.

Posted in Presse, Rundmails | Leave a comment

Opeens was het stil

Caatinga
Beste vrienden van De Zee van pelgrim Antonio,

Opeens was het stil.
Een paar maanden lang voelde ons leven als een vliegtuig, dat op de startbaan een aanloop maakt om op te stijgen. De motoren beginnen te brullen, je wordt in je stoel gedrukt – totdat onze handen opeens naar de handrem schoten. Met een schurend geluid kwamen we halverwege de baan tot stilstand.
Het zou een lange reis worden, waarschijnlijk door gebieden met veel turbulentie. Maar plotseling hadden we beseft dat we veel te weinig brandstof aan boord hadden. En we hoorden de motoren rammelen.
Langzaam taxieden we terug naar een plek waar we konden uitstappen en rustig kijken wat er nu moest gebeuren. Een plek waar we nieuwe brandstof zouden vinden, en werken aan het achterstallig onderhoud van de motoren.

In onze vorige nieuwsbrief (zie hier) hadden we enthousiast bericht over onze plannen. We gaan een jaar lang in Canudos wonen! En daar met een groep jongeren een Reizende Bioscoop oprichten! Waarmee zij het bijzondere verhaal van hun streek door heel Brazilië kunnen verspreiden! Op zo’n manier dat de mensen in Canudos er zelf écht iets aan hebben!
Deze plannen zijn het vliegtuig. De motoren zijn wijzelf. En de brandstof is de energie en kracht, het bloed, de zweet en de tranen die we er in willen investeren.

Maar ja. Nooit eerder hadden we gewerkt aan een project van deze complexiteit. En we kenden ook niemand die ooit iets soortgelijks had uitgeprobeerd. Eind vorig jaar besloten we dat we ons op dit avontuur wilden storten, en toen leek een voorbereidingstijd van een half jaar meer dan genoeg. We boekten alvast een ticket en zouden eind juni in Canudos aankomen. Sinds december leefde Mendel van zijn spaargeld, zodat hij zich helemaal kon richten op de voorbereidingen.
Maar al doende werd duidelijk dat alles veel meer tijd nodig had. Het helder krijgen van de (on)mogelijkheden van onze plannen, en ze verder uitwerken; bureaucratische drempels onderzoeken en uit de weg ruimen; het maken van onze nieuwe film Lopen op Water – een soort vervolg op De Zee van pelgrim Antonio, die we gaan gebruiken om geld in te zamelen voor dit project; de oprichting van een Stichting met ANBI-status, waardoor de geldstromen transparant en fiscaalvriendelijk kunnen verlopen; het vinden van partnerorganisaties in Duitsland en Oostenrijk, die achter onze plannen staan en in die landen dezelfde functie kunnen vervullen; een zusterstichting oprichten in Zwitserland, met datzelfde doel; ons huis onderverhuren; het ontwerpen en bouwen van de nodige websites en een eigen crowdfundingplatform…
En dan hebben we nog maar de helft genoemd.

We hadden de lat heel hoog gelegd, maar namen er te weinig tijd voor. Zelfs de 80-urige werkweek waarin Mendel verzeild was geraakt bleek niet opgewassen tegen deze enorme berg werk. Er was nauwelijks ademruimte, geen tijd voor reflectie, en een burnout lag op de loer. Gelukkig werd Mendel ziek. Toen hij stilviel was meteen helder dat we het op deze manier niet gingen redden.
Waren we doorgegaan, dan waren we op een later tijdstip vastgelopen – in onze aanpak, in onze relatie, en in onszelf. We hebben nog het één en ander te leren 🙂

Daar zijn we nu mee bezig. Met spijt hebben we aan onze vrienden in Canudos laten weten dat we in elk geval niet vóór oktober komen. De crowdfunding campagne die we hadden aangekondigd is uitgesteld. En ook het afscheidsfeest, waarvoor we zelfs al een aantal mensen hadden uitgenodigd.
We werken nu zonder deadline verder. We gaan rustig door, en vertrekken als alles rond is. Tegen die tijd weten we vanzelf wanneer dat is.

Natuurlijk hopen we, ook nu het langer duurt, dat we kunnen blijven rekenen op voldoende steun van alle vrienden van Canudos die onze film in Europa mocht bereiken.
Van harte bedankt voor jullie meevaren over de zee van pelgrim Antonio. Soms zijn de baren hoog…

En: jullie hebben nog een première te goed. Lopen op Water. Het duurt iets langer, maar we houden jullie op de hoogte!

We wensen je een prachtige zomer toe!

Met hartelijke groeten,
Susanne & Mendel


 
PS Vanavond is onze laatste geplande filmvertoning:
in Den Haag, 20:00 – Atelier Mee in Zee, Lijsterbesstraat 69.
Dus mocht je spontaan zin krijgen…

Desenho: Ruinas de Canudos

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Große Neuigkeiten – wir werden nach Canudos umziehen!

Liebe Freunde des Meeres des Pilgers Antonio,

es hat eine Weile gedauert, doch wir haben große Neuigkeiten:
bald ziehen wir als Familie für ein Jahr nach Canudos um.

Nach 3 Jahren des Reisens mit dem Film durch Europa, mit 190 Vorführungen in 5 Sprachen für beinahe 7.000 Besucher und mit der Entdeckung, dass es möglich ist, einen Film direkt von Mensch zu Mensch durch sein Publikum in die Welt hinauszutragen, ist es jetzt Zeit, unsere Erfahrungen zu bündeln und einen neuen Schritt zu wagen. Wir möchten gemeinsam mit einer Gruppe junger Erwachsener aus Canudos ein Reisendes Kino gründen, das den Begriff der Filmdistribution auf eine neue Ebene stellt. Ein Reisendes Kino, das die Geschichte von Canudos in ganz Brasilien verbreitet, und zwar auf eine Art und Weise, dass die Menschen aus Canudos selbst so viel wie möglich davon haben: Arbeitsmöglichkeiten für die jüngere Generation, Verstärkung der lokalen traditionellen Handwerkskunst, fairer Handel sowie das Sich-Bewusst-Werden ihrer eigenen besonderen Geschichte.

Wir möchten den Film gerne den Menschen zurückgeben, dank derer wir ihn drehen konnten. Wir wollen ihn ihnen so zurückgeben, dass er eine ganz konkrete Bedeutung haben kann für das tägliche Leben junger Erwachsener in Canudos: damit ihre Lebensweise und ihre Wurzeln nicht etwas sind, wovon sie meinen als Migranten auf der Suche nach einem “besseren” Leben wegziehen zu müssen, sondern ein Schatz, den sie mit dem ganzen Land teilen und worauf sie ihre Existenz bauen können.

Es ist uns bewusst, dass unsere Pläne und Ziele sehr hochgesteckt sind. Deshalb sind wir seit Ende letzten Jahres beinahe ausschließlich damit beschäftigt, unsere Ideen auszuarbeiten und zu verdeutlichen, sowie konkrete Vorbereitungen zu treffen. Bald sind wir so weit, dass wir unseren Plan der ‘großen weiten Welt’ präsentieren werden – doch zunächst sollen Sie und ihr davon hören. 🙂

Um unsere Ideen zu verdeutlichen und in einen Rahmen zu stellen, haben wir einen kurzen Film gemacht – eine Fortsetzung von Das Meeres des Pilgers Antonio. Er hat den Titel “Laufen auf Wasser” und ist bald für alle online zu sehen. Wir melden uns, wenn es soweit ist!

Durch seine Größe ist dies kein Plan, den wir alleine bewältigen können. Im ersten Jahr sind zwei Dinge vonnöten: sehr intensive Begleitung und Schulung der Menschen in Canudos, und ein Geldtopf für alle Startkosten. Die Begleitung können und möchten wir gerne auf uns nehmen, gemeinsam mit einem brasilianischen Team um uns herum. Deshalb werden wir für ein Jahr nach Canudos umziehen. Für die Geldfrage suchen wir viele Menschen, die dies mit uns mittragen möchten. Wir möchten alle, denen Canudos und unsere Arbeit am Herzen liegt, herzlich einladen, mit uns ins Boot einzusteigen für dieses neue Abenteuer.

Sind Sie / seid ihr dabei? Wir sind mit den letzten Vorbereitungen für eine große Crowdfunding-Kampagne beschäftigt, die bald beginnen wird. Wir halten Sie auf dem Laufenden!

Und wir freuen uns!

Mit ganz herzlichen Grüßen,
Susanne & Mendel

Posted in Rundmails | Leave a comment

Groot nieuws. Wij gaan in Canudos wonen

Ruinas de Canudos
Beste vrienden van de Zee van pelgrim Antonio,

Het heeft even geduurd, maar we hebben groot nieuws!
Binnenkort verhuizen wij, als gezin, voor een jaar naar Canudos.

Na drie jaar met de film in Europa te hebben rondgereisd, met 190 vertoningen in vijf talen voor bijna 7.000 bezoekers – en met de ontdekking dat het mogelijk is een film rechtstreeks door zijn publiek de wereld in te laten dragen – is het nu tijd om onze ervaringen te stapelen en een nieuwe stap te zetten. We willen samen met een groep jongeren uit Canudos een Reizende Bioscoop oprichten, die het begrip Filmdistributie naar een geheel nieuw plan tilt. Een Reizende Bioscoop die het verhaal van Canudos in heel Brazilië verspreidt, en wel op zo’n manier dat de mensen van Canudos er zelf zoveel mogelijk aan hebben: werkgelegenheid voor jongeren, stimulering van traditionele lokale ambachten, faire handel en bewustwording van hun eigen bijzondere geschiedenis.
We willen de film, die we van hen hebben gekregen, teruggeven via een aanpak die heel concrete betekenis heeft voor het dagelijks leven van jongeren in Canudos. Zodat hun levenswijze, hun wortels en de wijsheid van hun voorouders geen dingen hoeven te zijn waarvan ze wegtrekken, op zoek naar een “beter” bestaan, maar juist iets dat ze met het hele land kunnen delen en waarop ze hun eigen bestaan kunnen bouwen.

We beseffen dat onze plannen ontzettend ambitieus zijn. Daarom zijn we sinds eind vorig jaar praktisch fulltime bezig geweest met het uitwerken en verhelderen van onze ideeën en de concrete voorbereidingen. Binnenkort zijn we zover dat we ons plan aan de grote wereld kunnen presenteren.
Maar allereerst aan jullie 🙂

Om onze ideeën te verduidelijken en in context te plaatsen hebben we een korte film gemaakt – een vervolg op De Zee van pelgrim Antonio. Hij heet Lopen op Water. Deze film is binnenkort voor iedereen online te zien. Je hoort hier snel meer over.

Door zijn schaal is dit geen project dat we in ons eentje kunnen uitvoeren. In het eerste jaar zijn er twee dingen nodig: heel intensieve begeleiding, en een zak geld voor de opstartkosten. De begeleiding staat inmiddels in de stijgers – die taak nemen wij graag en met veel liefde op ons, en daarom gaan we met z’n drieën een jaar in Canudos wonen. Wat het geld betreft, zoeken we een grote groep mensen die met ons mee willen doen. We willen iedereen die Canudos en ons werk een warm hart toedraagt, van harte uitnodigen om met ons in de boot te stappen voor dit nieuwe avontuur.

Doe jij ook mee? We zijn druk bezig met de voorbereidingen van een grote crowdfunding campagne, die binnenkort gaat beginnen. We houden je op de hoogte!

En we hebben er zin in!

Heel hartelijke groeten
en tot snel,
Mendel & Susanne

PS Omdat onze nieuwsbrief bij steeds meer mensen in de junkmail terechtkwam, wordt hij vanaf nu verstuurd vanuit een nieuw adres: nieuws@mens-op-aarde.org
Wil je dit adres toevoegen aan je contacten? Dan weet je zeker dat hij goed aan blijft komen, ook als je provider zijn spam-instellingen verandert.
Tijdens de overschakeling kan het gebeuren dat je hem tijdelijk dubbel ontvangt – vanuit het oude én het nieuwe adres. Daar hoef je niets aan te doen, het komt vanzelf weer goed. Onze excuses hiervoor!

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Een nieuw hoofdstuk

Kring - Reizende Bioscoop van Canudos
Beste vrienden van de Zee van Pelgrim Antonio,

Het is een prachtige herfstdag. Hoog tijd om jullie op de hoogte te brengen van een heel nieuw hoofdstuk in onze relatie met Canudos. Wat een reis, deze zomer! Wat een flow van open deuren en open harten – en, na afloop, open toekomstvragen.
Er is veel te vertellen, dus neem er rustig te tijd voor. We nemen je graag mee…

Trommelaar bij filmvertoning

Na een lange tocht kwamen we bij het vallen van de avond in de buurt van Canudos aan. Vorig jaar hadden we hier zes weken rondgetrokken met onze film, maar het voelde alsof het vorige week was. Waar we zouden overnachten wisten we nog niet. Tijdens onze eerdere reizen hadden we altijd een soort basiskamp gehad, in een pension of huurhuis. Daar konden we ons tussendoor terugtrekken om even op onszelf te zijn voordat we weer naar een dorp gingen waar we continu bij mensen te gast waren. Maar ditmaal hadden we daar eigenlijk geen geld voor.

“Zullen we nog even bij Suely langsgaan?”
Suely staat met een kleine caravan langs de provinciale weg, waar ze broodjes, koffie, kokoswater en tapiocapannenkoeken verkoopt aan de voorbijdenderende vrachtwagenchaffeurs. Vorig jaar hadden we haar leren kennen en waren zo vaak we maar konden bij haar gestopt voor een eet- of drinkpauze.
Ze was naar onze film komen kijken, had een poster in haar caravan opgehangen en voelde precies aan waarom we in Canudos waren. Ze had exact onze leeftijd, twee kinderen, en was weduwe sinds haar man werd vermoord. 13 uur per dag stond ze in haar kleine trailer, van vijf uur ‘s ochtends tot zes uur ‘s middags. Op de vloer lag een deken waarop haar tweejarig zoontje rondkroop. Maar dwars door alle moeite en tegenslagen had ze besloten het leven stralend tegemoet te treden. Dat zag je. Voor ons was ze een engel in de wegberm.
Het was bijna sluitingstijd en ze was juist bezig haar toonbank schoon te maken. Ze zag ons naderen en kwam naar buiten met een ontroerde omhelzing. We kregen eten en drinken, en toen ze hoorde dat we nog niet wisten waar we zouden overnachten vroeg ze of we niet met haar mee naar huis wilden gaan. En dat bleek zo gezellig te zijn dat we er bleven tot we drie weken later weer weg moesten. Suely vertelde dat ze ons werk wilde steunen, en dit was haar bijdrage. Na afloop, toen we zeiden dat we niet wisten hoe we haar konden bedanken, was haar antwoord: het feit dat jullie op mijn aanbod ingingen was het grootste kado dat jullie me konden geven.

Voor ons was de hele reis één groot kado. We merkten dat onze filmtournee van vorig jaar niet alleen bij Suely iets los had gemaakt. Telkens weer kwamen we mensen tegen die ons wilden helpen en ons werk wilden steunen, op welke manier dan ook, en zo kregen we elke dag weer nieuwe vleugels, leek het.

We waren op reis gegaan om iets uit te proberen: het idee om in Canudos een reizende bioscoop op te richten, en jonge mensen die zelf aan de film hadden meegewerkt te begeleiden zodat zij De Zee van pelgrim Antonio in Brazilië kunnen gaan verspreiden, precies zoals wij dat in Europa hebben gedaan.
Op die manier wilden we antwoord geven op twee vragen die ons bezighielden.
De oudste vraag was: hoe zorgen we ervoor dat De Zee van pelgrim Antonio ook in Brazilië wordt verspreid – waar hij een veel grotere relevantie heeft dan hier in Europa? Vorig jaar, na onze filmtournee in Canudos, was daar een tweede vraag bijgekomen. Hoe gaat het verder met al die mensen die we al bijna tien jaar in ons hart hebben gesloten, en waarvan we een hele groep kinderen hebben leren kennen die nu volwassen zijn en steeds sterker het dillema voelen tussen de grote wereld die trekt en de diepe wortels die hen met de Sertão verbinden? Vragen als: hoe wil ik eigenlijk leven? Hier blijven? Maar hoe dan? Of ergens anders een leven zoeken dat veelbelovender lijkt? Maar hoe dan?
De Reizende Bioscoop van Canudos was misschien een manier om de film aan hen terug te geven. Hun eigen afkomst, die voor henzelf vaak een bron van schaamte en onzekerheid is, zou dan opeens een heel andere bron worden – van inkomen, van trots, van verdieping in hun eigen wortels. Dan kon de film in Brazilië worden vertoond op een manier waar de mensen van Canudos zelf ook echt iets aan hadden.

We hadden geen idee of dit mogelijk was. Waren er in Canudos mensen die dit wilden doen? Mensen die de capaciteiten hadden om het op zo’n manier aan te pakken dat het ook op lange termijn goed bleef lopen? Was het überhaupt een goed idee?
Daarom wilden we het eerst eens in het klein uitproberen. We zouden naar Canudos gaan en een aantal jongeren uitnodigen om met ons op reis te gaan. Eerst zouden we een paar dagen samen zijn, als een soort “voorbereidingsweekend”, om een hechte groep te smeden en dan een verre reis te maken naar Bom Jesus da Lapa, waar twee filmvertoningen gepland stonden. Al doende zouden ze in allerlei situaties terecht komen die ze nooit eerder hadden meegemaakt, en we wilden zien wat er dan gebeurde. We hoopten na afloop meer inzicht te hebben in hun kwaliteiten, of ze het leuk werk vonden, en een duidelijk beeld te hebben van de (on)mogelijkheden van ons plan.

Thuis hadden we een lijstje gemaakt van jonge mensen die ons invielen, van wie we ons konden voorstellen dat ze mee wilden doen. Sommigen hadden we via telefoon of facebook al kort verteld van onze plannen en uitgenodigd voor de reis, maar het was nog volkomen onduidelijk wie er uiteindelijk mee zou gaan.
We kwamen in Canudos aan en hadden negen dagen de tijd om de groep samen te stellen. We bezochten de dorpen en hadden intense gesprekken met iedereen die we in gedachte hadden.
Een aantal van hen had helemaal geen zin om op reis te gaan. Anderen wilden juist heel graag, en maakten duidelijk dat ze nog nooit in hun leven de kans hadden gekregen om zoiets te doen. Toch betekende dat niet automatisch dat ze mee konden gaan. Jonge vrouwen zijn vaak al vanaf hun 15de moeder, en dan moet er voor de kinderen worden gezorgd, of anders voor de geiten. Na een week had alleen de jongste van onze lijst toegezegd – Daniel. Hij zou over een maand 18 worden, en in de film is hij te zien als negenjarig jongetje dat er vrolijk op los fantaseert over hoe de haaien zijn opa opvreten als hun land zee wordt.

We hielden er ernstig rekening mee dat ons plan niet haalbaar was, en dat we met z’n drieën naar Bom Jesus da Lapa zouden gaan. Maar ookal was er uiteindelijk niemand anders meegegaan – met Daniels gezelschap waren we al ontzettend blij.

Daniel & Mané Cantinho
Daniel, 17 jaar

Tegelijk leek het alsof er door onze uitnodiging bij allerlei mensen een vuurtje van binnen ging branden, dat van alles in beweging zette.

Marli is een kleindochter van Otacila – de taaie 70-jarige vrouw die in de film iedereen paf doet staan met de kracht waarmee ze brandhout verzamelt. Marli liep als zestienjarig meisje mee in die scène van de film.
Ze wilde heel graag met ons mee op reis, maar vertrouwde ons toe dat ze haar zoontje niet met zijn vader alleen durfde te laten. Jeniel heeft een bar, die altijd open is als er klanten zijn. We hebben een nacht bij hen geslapen en om drie uur ‘s nachts werd er op de deur gebonkt. Of de bar open kon. Zelf drinkt hij dan uit gezelligheid mee met zijn klanten. Als Marli op reis zou gaan zou hij waarschijnlijk dronken worden, hun driejarig zoontje verwaarlozen, vergeten voor eten te zorgen. Een week met ons op pad durfde ze niet aan.
Toch was voelbaar hoe graag ze het wilde. En ook wij hadden haar er graag bij: ze is een hartverwarmende vrouw, en heel helder, open en ondubbelzinnig over alles wat ze denkt. Dat laatste is in Brazilië goud waard. Uiteindelijk stelden we voor dat ze niet mee op reis zou gaan, maar wel mee kon komen voor het “voorbereidingsweekend”. Als het dan misliep met haar man kon ze binnen een paar uur thuis zijn. Ze zei meteen volmondig “ja”, en een uur later stond ze klaar en ging met ons mee.
Nog diezelfde middag kwam ze naar Susanne toe en zei: mag ik jullie telefoon even? Ik wil Jeniel bellen en serieus met hem praten. Ik wil mee op reis! En hij moet zijn verantwoordelijkheid nemen!
De volgende ochtend kwam Jeniel haar nog wat spullen brengen en hebben ze heel lang met elkaar gepraat. Toen ging ze mee op reis. En hij nam daadwerkelijk zijn verantwoordelijkheid.

Marli & Daniel

Zo zagen we dat onze uitnodigingen allerlei persoonlijke processen in gang zette. En plotseling waren we met z’n achten. Daniel, Marli, Leidivan, Adaílton, Zefinha, Mariza, Susanne en Mendel.
Tijdens de voorbereidingsdagen maakten we hen duidelijk dat deze reis ook voor ons iets nieuws was. Dat we nooit eerder leiding hadden gegeven aan een groep, en dit al doende gingen leren. Dat we eigenlijk geen leiding wilden geven, maar het met elkaar wilden doen. Sommigen van hen kenden elkaar al, anderen niet, en we vertelden dat we hoopten dat we er samen voor konden zorgen dat iedereen zich thuis zou voelen en allen durfden te zeggen wat ze dachten. Toen Adaílton, de oudste van de groep, ‘s avonds zei: “ als een familie gaan we zijn deze dagen-” kon het eigenlijk al niet meer stuk.

Busreis

Na een rit van 22 uur in een gehuurd busje kwamen we aan bij de Romaria da Terra, de Bedevaart van de Aarde.
Wat een bijzonder publiek. De meeste mensen hadden net zo’n vermoeiende reis achter de rug als wij, en de openingsceremonie liep uit zodat de film pas om 10 uur ‘s avonds kon beginnen. De zaal had plaats voor 160 mensen. Alle stoelen waren bezet, alle gangpaden ook, en overal waar nog iemand kon staan, stond er iemand. Buiten in de gangen en op straat was nog een menigte die er niet meer in pastte. Gelukkig was er de volgende middag nog een vertoning gepland.
Tijdens de film was de overvolle zaal muisstil, maar er werd ook veel en uitbundig gelachen. En nooit eerder hebben we zoveel betraande gezichten gezien, vol herkenning en geraaktheid. Vooral dat laatste was voor onze groep uit Canudos heel bijzonder. Ze konden met eigen ogen zien en voelen hoe hun bestaan, hun leven, hun worstellingen, maar vooral ook hun kracht en schoonheid andere mensen raakten – iets wat ze, zo vertelden ze naderhand, nooit voor mogelijk hadden gehouden. Dat was voor ons misschien wel het mooiste kado van de hele reis. En na afloop van de vertoning stonden ze bij de uitgang, met klemborden waarop de bezoekers die van heinde en verre kwamen zich konden aanmelden om in hun eigen stad ook een vertoning op te zetten. Dit leverde 22 uitnodigingen op – veel meer dan we hadden kunnen dromen.

Het viel ons op, wát een goede gastheren en gastvrouwen we hadden meegebracht. Zo hartelijk als ze ons altijd hadden ontvangen als we bij hen thuis kwamen, zo ontvingen ze nu het publiek.

Adaílton, die had gezegd dat we een familie zouden zijn, bracht dit ook prachtig in de praktijk. Tijdens een interview met de hele groep voor een regionaal TV-station had Daniel het aangedurfd iets voor de camera te vertellen, maar was na een minuut helemaal de kluts kwijt geraakt en had met z’n handen richting de camera geroepen: stop, stop! Hij durfde absoluut niet meer. En wat deed Adaílton? Hij ging spontaan naast hem zitten, sloeg een arm on zijn schouders en begon een persoonlijk gesprek over zijn opa. Daniel voelde zich meteen weer op z’n gemak, begon te vertellen en vergat helemaal dat er een camera aanstond.
Daniel ging als een bloem open tijdens de reis. We mochten meegenieten hoe open, ongecompliceerd en hartelijk hij contact maakte met iedereen die hij tegenkwam: met de rest van de groep, maar ook op straat tijdens het flyeren voor de film. Niemand van ons had ooit geflyerd – ook wijzelf niet. We hadden gezegd: loop gewoon rustig over straat, kijk om je heen, en als je iemand ziet met wie je wel een praatje zou willen maken stap je op die persoon af en vertel je dat je uit Canudos komt; dan weten ze meteen wat dat betekent. Je zegt dat je hebt meegewerkt aan een film over hoe jullie leven, en dat die film vanavond wordt vertoond. Dan nodig je ze uit en geef je ze een flyer. En Daniel, alsof hij nooit iets anders had gedaan, sprak iedereen aan die hij zag, of het nu kleine kinderen waren of stokoude mannetjes; hij legde een hand op hun schouder, vertelde wie hij was, voerde prachtige gesprekken en nodigde ze van harte uit. En tijdens de vertoningen zoog hij de sfeer in zich op, vol concentratie, en kon hij met een mengelmoes van ongeloof, schaamte en trots ervaren, hoe hartelijk de zaal moest lachen om zijn verhaal in de film – zonder dat ze wisten dat hij, op zijn beurt, nu hun kon observeren!

Daniel met flyer

Toen kwamen we weer terug naar Nederland. In tegenstelling tot onze reis van vorig jaar – die door de Chikungunya zo taai was dat we ons er op ons tandvlees doorheen hadden geworsteld – vloeide iedere dag nu over van bijzondere momenten. Drie weken lang waren we lichtvoetig en voelden we ons gedragen: we mochten er eenvoudigweg zijn, en van daaruit geven en ontvangen. De hele reis was één groot geschenk, en ongecompliceerd als een schoolreis van vroeger.
We hadden er geen woorden voor. We voelden ons alleen maar gelukkig en dankbaar. Het heeft daarom ook even geduurd voor we in staat waren deze nieuwsbrief te schrijven.

En hoe nu verder?
Dat is de vraag die ons sindsdien bezighoudt. We wilden weten of de Reizende Bioscoop van Canudos een goed idee was. We weten nu dat het idee nog beter is dan we konden bevroeden. Maar we weten ook dat er nog heel veel begeleiding nodig is voordat er in Canudos een team staat dat geheel zelfstandig alles kan doen wat er nodig is. Vertoningen plannen, contacten onderhouden, PR verzorgen; zelfstandig met een auto verre reizen maken; techniek opbouwen met zoveel verstand dat je ook plotselinge problemen en defecten op kunt lossen; op een podium staan om een publiek toe te spreken op zo’n manier dat je dichtbij de mensen komt, ook als het er honderden zijn; een sluitende administratie bijhouden. En dat alles op een manier die zich financieel zelf kan bedruipen en ook na lange tijd nog leuk blijft, zodat het kan blijven doorgaan zolang er in Brazilië mensen zijn die de film willen zien.
Maar hoe gaan wij dat aanpakken? Het moet ook voor ons als gezin, met z’n drieën, kloppen en goed zijn. Gaan we voor een langere periode in Canudos wonen, zodat we dit alles van heel dichtbij kunnen begeleiden? Dat is de enige realistische aanpak die we ons kunnen voorstellen.

Sinds we terugzijn wordt er bij ons thuis hard gewerkt aan het doorhakken van een aantal knopen. We hopen van harte dat we jullie binnenkort meer kunnen vertellen over wat de volgende stappen worden.

Voor nu wensen we iedereen een hele mooie herfst toe, met ogen voor de prachtige kleuren die ons omringen.

Hartelijke groeten van
Susanne en Mendel

Op reis

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

De Bedevaart van de Aarde

Ruinas de Canudos

Beste vrienden van de Zee van Pelgrim Antonio,

Vorig jaar in Canudos, toen we op de dag van de Braziliaanse première van onze film aan de oevers van het stuwmeer geveld werden door het Chikungunya-virus, werden we overladen door ontroerende en meelevende reacties op onze nieuwsbrief. Één van die berichten bleef ons bezighouden. Lisette uit Haarlem schreef dat de ziekte het hoogtepunt van ons project had gekaapt – maar, vroeg ze zich af, betekende dat misschien dat die première helemaal niet het hoogtepunt was? Misschien was ons project nog helemaal niet aan zijn hoogtepunt toe. Misschien zou er nog iets heel anders moeten komen.

“Een werk dat zich voltooid acht, stoot zijn maker af; een werk dat zijn maker vasthoudt, is kennelijk niet voltooid.” – Het lijkt een helder antwoord op de vraag waarom Canudos ons nog altijd bezighoudt, ook nu de film als “product” al jaren “af” is. Want gaandeweg ontdekten we dat die film eigenlijk maar één onderdeel van het werk is, te midden van al datgene wat eromheen is ontstaan.

Twee jaar geleden – we hadden hem al zo’n 20 maal vertoond – begon het saai te worden. Telkens diezelfde film, hetzelfde verhaal eromheen, dezelfde vragen uit het publiek. Hoe lang zou dat nog leuk blijven? Maar op een ochtend werd Mendel wakker met het woord verdieping in z’n hoofd. Wat nou als we niet meteen op zoek gingen naar een nieuw project, maar probeerden te graven naar diepere lagen in datgene waar we al mee bezig waren?
Vanaf dat moment was saaiheid niet saai meer. Saaiheid werd een soort belletje, en telkens als het rinkelde was het tijd voor een nieuwe ronde – een nieuwe bewuste zoektocht naar een nóg diepere laag: in de manier van vertonen, in onze aanwezigheid, in de open gesprekken rond de film, in de ontmoetingen. En in onze verhouding tot Canudos, tot de mensen om ons heen, tot de wereld. Sindsdien transformeren onze filmavonden zich langzaam verder, en komt de openheid en de hartverwarmende verbinding tussen mensen steeds meer centraal te staan. Bijzondere, soms urenlange gesprekken, en het diepe gevoel van zielsverwantschap dat telkens weer toeslaat, met mensen die kort daarvoor nog volslagen onbekenden waren…
Afgelopen maand telden we de 150ste vertoning, en een maand eerder de 5000ste bezoeker. Niet altijd lukt het even goed om de diepte in te gaan – het blijft tenslotte een subtiel samenspel tussen alle aanwezigen. Maar we merken steeds meer wat een enorm verschil het maakt als je een ontmoeting al bij voorbaat in gaat met de bewuste wens tot openheid en verdieping.

Romaria da Terra

Aan de overkant van de oceaan, en ook bij ons, speelde er ondertussen nog een heel andere vraag. Dwars door alle zorgen om de bestuurlijke chaos die Brazilië momenteel in z’n greep heeft, vroegen we ons af hoe we ervoor gingen zorgen dat de film niet alleen in Canudos maar in het hele land gezien kon worden. De uitnodigingen stapelden zich op. Zonder enige reclame van onze kant hadden universiteiten, theaters en allerhande groepen uit het hele land via via van de film gehoord. Maar Brazilië is groter dan Europa, en om het zoals hier zelf te gaan doen met een reizende bioscoop leek ons niet realistisch. Toch paste die aanpak zó goed bij de film, dat we het ons eigenlijk niet op een andere manier konden voorstellen. Maar hoe dan?
In november, kort na onze terugkomst uit Canudos, kwam het begin van een antwoord. Opeens had Susanne het idee om in Canudos een reizende bioscoop op te zetten, samen met een aantal mensen uit de film. We waren een paar weken eerder nog bij hen geweest, hadden de film laten zien, maar daarna waren we weer vertrokken en hadden hem mee teruggenomen naar Nederland. Hoe zou het zijn als we de film écht zouden teruggeven aan de mensen van Canudos?

Op reis hadden we een aantal jonge mensen weergezien, die als kind in de film te zien zijn en inmiddels jongvolwassen zijn. In hun dorpen zijn zij de eerste generatie die echt naar school ging, en nu er sinds kort elektriciteit en internet is komt de buitenwereld steeds dichterbij. Bij sommigen van hen voelden we een sterk dilemma tussen de grote wereld die trekt en de diepe wortels die hen met de Sertão verbinden. Hoe wil ik eigenlijk leven? Hier blijven? Maar hoe dan? Of ergens anders een leven zoeken dat veelbelovender lijkt? Maar hoe dan?
Het idee is, een aantal van deze jonge mensen te trainen zodat zij met de film door Brazilië kunnen reizen. Samen met hen willen we zoeken naar hoe zij met hun persoon de film zouden kunnen begeleiden. Zoeken naar een reizende bioscoop die bij hen past. Onze reizende bioscoop in Europa krijgt dan een Braziliaans broertje.

Dat is de mooiste afsluiting van ons project die we ons voor kunnen stellen: de film wordt dan letterlijk teruggegeven aan de mensen over wie hij gaat. Zij kunnen een boterham verdienen aan hun eigen geschiedenis, want hun afkomst, die voor henzelf vaak een bron van schaamte is, zou dan opeens een heel andere bron worden – van inkomen, van trots, van verdieping in hun eigen wortels. En tegelijk wordt de film in Brazilië verspreid.
Als dit werkt is de cirkel echt rond.

De afgelopen maanden is het idee gerijpt. Nu is het tijd om het concreet te maken. We beginnen met een eerste stap, en die gebeurt al heel snel. Als alles meezit zijn we volgende week, op zondagavond 19 juni, al terug in Canudos.

Romaria da Terra

De bedevaart van de aarde
Op een filmavond in Graz (Oostenrijk) leerde Mendel iemand kennen die vertelde over de Romaria da Terra – de Bedevaart van de Aarde. Een Braziliaans initiatief dat jaarlijks zo’n 5.000 mensen uit heel Noordoost-Brazilië bijeenbrengt. Wat hen verbindt is de strijd om een rechtvaardige verdeling van de grond – een probleem dat in Brazilië al eeuwen speelt en nooit echt is opgelost. Kleine agrariërs, inheemse volkeren, vissers, mensen zoals we in Canudos hebben leren kennen. De Romaria da Terra duurt 3 dagen en wordt gehouden in Bom Jesus da Lapa, een bekend bedevaartsoort aan de rivier São Francisco. Een stadje omringd door rotsen met grotten, waarvan een aantal zijn ingericht als kerken en kapelletjes, met een magische sfeer. Deel van de bedevaart is een kruisweg, waarin de traditionele vorm van de via crucis wordt gebruikt om met fotografie, theater en verhalen mensen te herdenken die recentelijk zijn vermoord in de strijd om hun landrechten.
In Graz is een werkgroep die deze “bedevaart” financieel ondersteunt, en zij boden aan om onze vliegreis te betalen als wij de film daar zouden vertonen. Deze prachtige uitnodiging besloten we te gebruiken voor een soort “pilot” van de Reizende Bioscoop van Canudos.

Bom Jesus da Lapa

We gaan terug naar Canudos en brengen een klein team bijeen van jonge mensen uit onze film, een stuk of zes. Met hen willen we ons eerst een paar dagen verdiepen in de film en de geschiedenis van Canudos. Vervolgens reizen we naar Bom Jesus da Lapa, waar we twee filmvertoningen houden. Voor hen is dit een soort stage en ze krijgen er een vergoeding voor. Deze reis is bedoeld om te kijken wie van hen er geschikt zouden zijn om het idee van de reizende bioscoop verder handen en voeten te geven. We hopen na afloop meer inzicht te hebben in hun kwaliteiten, of ze het leuk vinden, en of het überhaupt een goed idee is. Als het goed uitpakt is de volgende stap een grotere tournee door heel Brazilië, langs de plekken waar we tot op heden zijn uitgenodigd. We willen dan zien of we net zo’n sneeuwbaleffect teweeg kunnen brengen als hier in Europa.

Het is voor ons heel spannend. Volgende week gaan we zien hoe deze ideeën in de praktijk hun eigen vorm kunnen vinden. We hebben er veel zin in.
Ditmaal reizen we met z’n tweeën. Marlinde gaat niet mee – een moeilijke beslissing, vooral voor Susanne. Maar daarom houden we de reis kort, en gelukkig heeft ze hele lieve grootouders 🙂

Jullie allemaal wensen we een mooie en bloeiende zomer toe,
van binnen en van buiten.

Met hartelijke groeten,
Susanne & Mendel

Criança no Povoado do Raso, Canudos-BA

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Radio Lora (Zürich)

Entrevista no programa Pausa Café, com Thais Aguiar e Marcio Jeronimo.
Para quem perdeu, a entrevista (duração: 52 minutos) pode ser ouvida aqui.

Posted in Presse, Rundmails | Leave a comment

Radio Lora (Zürich)

Entrevista no programa Pausa Café, com Thais Aguiar e Marcio Jeronimo.
Para quem perdeu, a entrevista (duração: 52 minutos) pode ser ouvida aqui.

Posted in Nieuwsbrieven, Pers | Leave a comment

TV-Interview: Deutsche Welle

Documentário holandês sobre a história de Canudos roda a Europa:

Posted in Presse, Rundmails | Leave a comment

TV-Interview: Deutsche Welle

Documentário holandês sobre a história de Canudos roda a Europa:

Posted in Nieuwsbrieven, Pers | Leave a comment

Swiss Info: Filme convida a conhecer a história do peregrino Antônio Conselheiro

Por Alexander Thoele – Swissinfo

Duração: 10 minutos

Holandês de origem, mas crescido no Brasil, o cineasta Mendel Hardeman levou sete anos para realizar um documentário cinematográfico sobre o líder religioso Antônio Conselheiro e a Guerra de Canudos, uma história que o fascina desde a infância. swissinfo entrevistou-o em Berna.

Poucos são os brasileiros que já leram esse clássico da literatura brasileira. “Os Sertões” é rico em figuras de linguagem e regionalismos, que funcionam muitas vezes como uma barreira para as pessoas acostumadas aos romances mais leves. Porém a obra do jornalista Euclydes da Cunha revela um episódio emblemático da história brasileira, a Guerra de Canudos (1896-1897), o confronto entre os integrantes de um movimento popular liderado pelo líder religioso Antônio Conselheiro e tropas militares enviadas pelo governo. A guerra terminou com a destruição do vilarejo de Canudos e a morte do líder e da população, em grande parte sertanejos miseráveis.
Mendel Hardeman descobriu a história quando ainda era criança na escola. O holandês de 38 anos emigrou com a família aos oito anos para o Paraná, no sul do Brasil. Depois de terminar o segundo grau, retornou para a Holanda onde se formou e iniciou uma carreira de cineasta e músico. Ele se lembra que conseguiu ler o livro aos 12 anos e nunca mais deixou de pensar em Antônio Conselheiro (escutar áudio).

Ao retornar ao Brasil em 2008 com a esposa, a alemã Susanne Dick, 39, os dois decidiram conhecer Canudos, a região no chamado Polígono das Secas no sertão da Bahia, com 17 mil habitantes. Foi o estopim para a ideia de realização do filme. “Desci do ônibus e me apaixonei na hora, me senti em casa. Foi como se esta história estivesse me chamando”, conta.
Depois o casal retornou mais cinco vezes à região, onde realizou as filmagens do “O Mar de Antônio Peregrino”. Nelas são entrevistadas habitantes dos vilarejos próximos ao açude de Cocorobó, que cobriu de águas o arraial de Canudos em 1969, a segunda “destruição” do mítico vilarejo. Períodos de seca entre 1994 e 2000 e, mais recentemente, a partir de 2010, fizeram com que as ruínas fossem vistas no interior do açude.
Muitos idosos ainda guardam lembranças de Canudos. Alguns as transmitem em formas de versos e canções. Porém os dois cineastas não se limitam a falar do passado. O filme mostra também que os problemas sociais e econômicos das regiões ainda são graves. A falta de água e doenças endêmicas continuam sendo um desafio para a vida local. Na última viagem à Canudos, Mendel, Susanne e a filha adoeceram da febre Chikungunya.

Na última viagem ao Brasil, Mendel estreou o filme no Brasil em uma exibição em praça pública, em 18 de setembro de 2015, em Canudos Velho. Para a população presente, foi um momento marcante.
Para divulgar o seu trabalho, o cineasta holandês-brasileiro organiza apresentações itinerantes para grupos interessados. Dessa forma, Mendel organizou uma agenda com mais de dez exibições previstas para ocorrer Holanda, Alemanha, Suíça e Áustria no início de 2016. A todos lembra a frase de Antônio Conselheiro – “O sertão vai virar mar e o mar vai virar sertão”, uma premonição que terminou virando realidade, em suas palavras.

Posted in Nieuwsbrieven, Pers | Leave a comment

Swiss Info: Filme convida a conhecer a história do peregrino Antônio Conselheiro

Por Alexander Thoele – Swissinfo

Duração: 10 minutos

Holandês de origem, mas crescido no Brasil, o cineasta Mendel Hardeman levou sete anos para realizar um documentário cinematográfico sobre o líder religioso Antônio Conselheiro e a Guerra de Canudos, uma história que o fascina desde a infância. swissinfo entrevistou-o em Berna.

Poucos são os brasileiros que já leram esse clássico da literatura brasileira. “Os Sertões” é rico em figuras de linguagem e regionalismos, que funcionam muitas vezes como uma barreira para as pessoas acostumadas aos romances mais leves. Porém a obra do jornalista Euclydes da Cunha revela um episódio emblemático da história brasileira, a Guerra de Canudos (1896-1897), o confronto entre os integrantes de um movimento popular liderado pelo líder religioso Antônio Conselheiro e tropas militares enviadas pelo governo. A guerra terminou com a destruição do vilarejo de Canudos e a morte do líder e da população, em grande parte sertanejos miseráveis.
Mendel Hardeman descobriu a história quando ainda era criança na escola. O holandês de 38 anos emigrou com a família aos oito anos para o Paraná, no sul do Brasil. Depois de terminar o segundo grau, retornou para a Holanda onde se formou e iniciou uma carreira de cineasta e músico. Ele se lembra que conseguiu ler o livro aos 12 anos e nunca mais deixou de pensar em Antônio Conselheiro (escutar áudio).

Ao retornar ao Brasil em 2008 com a esposa, a alemã Susanne Dick, 39, os dois decidiram conhecer Canudos, a região no chamado Polígono das Secas no sertão da Bahia, com 17 mil habitantes. Foi o estopim para a ideia de realização do filme. “Desci do ônibus e me apaixonei na hora, me senti em casa. Foi como se esta história estivesse me chamando”, conta.
Depois o casal retornou mais cinco vezes à região, onde realizou as filmagens do “O Mar de Antônio Peregrino”. Nelas são entrevistadas habitantes dos vilarejos próximos ao açude de Cocorobó, que cobriu de águas o arraial de Canudos em 1969, a segunda “destruição” do mítico vilarejo. Períodos de seca entre 1994 e 2000 e, mais recentemente, a partir de 2010, fizeram com que as ruínas fossem vistas no interior do açude.
Muitos idosos ainda guardam lembranças de Canudos. Alguns as transmitem em formas de versos e canções. Porém os dois cineastas não se limitam a falar do passado. O filme mostra também que os problemas sociais e econômicos das regiões ainda são graves. A falta de água e doenças endêmicas continuam sendo um desafio para a vida local. Na última viagem à Canudos, Mendel, Susanne e a filha adoeceram da febre Chikungunya.

Na última viagem ao Brasil, Mendel estreou o filme no Brasil em uma exibição em praça pública, em 18 de setembro de 2015, em Canudos Velho. Para a população presente, foi um momento marcante.
Para divulgar o seu trabalho, o cineasta holandês-brasileiro organiza apresentações itinerantes para grupos interessados. Dessa forma, Mendel organizou uma agenda com mais de dez exibições previstas para ocorrer Holanda, Alemanha, Suíça e Áustria no início de 2016. A todos lembra a frase de Antônio Conselheiro – “O sertão vai virar mar e o mar vai virar sertão”, uma premonição que terminou virando realidade, em suas palavras.

Posted in Presse, Rundmails | Leave a comment

Zurück in Canudos – Teil 2

Liebe Freunde des Meeres des Pilgers Antonio,

nach einer intensiven Reise (siehe: Teil 1) – sehr besonders und wertvoll, wenn auch nicht immer einfach – sind wir schon über einen Monat zurück aus Canudos. Mitten in der niederländischen Geschäftigkeit suchen wir jetzt Zeit, damit alles Erlebte sich setzen kann. Erstmals macht es uns solch grosse Mühe, hier wieder unseren Platz zu finden.

Unterwegs fanden wir Nahrung durch Glücksfunken und Sonnenstrahlen, die uns durchhalten liessen – denn mit entzündeten Gelenken war uns vorallem morgens mehr zum weinen als zum lachen zumute. Zum Glück haben wir die meisten Chikungunyasymptome mittlerweile überwunden. Doch in schwierigen Momenten, von denen wir während der Tournee einige hatten, taten uns die unzähligen Mails, die wir als reaktion auf unseren letzten Rundbrief bekamen unglaublich gut. Nochmals ganz ganz herzlichen Dank dafür. Sie haben uns ein Stück mitgetragen, und das konnten wir spüren: Das Boot des Pilgers Antonio ließ uns nicht untergehen, sondern teilte Sturm und hohen Wellen mit uns. Unterstützung ist ein kraftvolles Gut, das wir Menschen einander schenken können.

Desenho: Ruinas de Canudos
Zwölf Tage, nachdem die Krankheit unsere Pläne durchkreuzt hatte, taten wir ein erster Versuch unseren Kurs wieder aufnehmen. Lange Wege waren kräftemäßig noch nicht möglich, darum mussten die Dörfer, wo wir gedreht hatten, zunächst noch auf den Film warten. Und weil wir abends immer völlig erschlagen waren, suchten wir nach Möglichkeiten, den Film tagsüber zu zeigen. Gegenüber dem Haus, das uns als “Basislager” diente, gab es eine Dorfschule, in der wir eine Vorführung und einen Malwettbewerb für die Kinder organisierten, wo sie malen durften, was sie im Film am meisten zugesagt hatte. Es entstanden wunderschöne Zeichnungen, und machte uns Spass, was uns veranlasste, mehrere Schulen der Region zu kontaktieren.
Wie unkompliziert solche Dinge oft sein können! Man betritt ein Gebäude, wo man niemand kennt, fragt nach der Direktorin, erzählt über den Film und das Reisende Kino, und nicht einmal 10 Minuten später sitzt man am Schreibtisch der Schulleitung und schreibt das Datum für die nächste Filmvorführung auf die Plakate. Das macht einem gute Laune.

Zeichenwettbewerb
Und da kam eine Überraschung: was wir nicht wissen konnten, war dass jemand aus dem Film dort zur Schule ging. Daniel – der Junge, der im Film erzählt, wie die Haie die Zehen seines alten Opas auffressen werden, wenn ihr Land jemals zum Meer werden würde – wohnte als wir ihn kennenlernten in 60 km Entfernung. Doch in der grossen Aula der Schule, wo wir den Film zeigten, wurde auf einmal, als er ins Bild kam, gelacht, gescherzt, gerufen: “Das ist Daniel!” Und tatsächlich, mitten im Saal sahen wir ihn dann sitzen, – grinsend, überrascht und etwas verlegen schaute er sich die Szene mit ihm und seinem Opa an. Damals war er neun, jetzt 17 Jahre alt. Nach der Vorführung erzählte er uns, dass es für ihn eine absolute Überraschung war: er konnte sich nicht mehr an uns erinnern, oder das wir ihm jemals gefilmt hatten. Er fand es sehr besonders, die Bilder mit ihm und seinem Opa so zu sehen. Bis letztes Jahr hatte er noch bei ihm in ihr Geburtsort Rasinho gewohnt, doch kurz vor seinem 100. Geburtstag starb der gute alte Mané Cantinho, und Daniel zog um zu seiner Mutter, wo er jetzt noch wohnt.

Zurück bei den Holzträgerinnen
Rasinho – da wohnte auch Otacila, die mit ihren Kindern und Enkelinnen Holz sammeln geht. Das Wiedersehen mit ihr und dem ganzen Dorf war sehr, sehr warm, herzlich und fühlte sich an wie gute alte Freunde. Und oh – wie schön funkeln ihre Augen noch immer, wenn sie lacht!
Otacila sah gut aus, doch das Holzsammeln überlässt sie seit zwei Jahre der jüngeren Generation. Sie ist 77 und hat in ihrem Leben schon genug geschleppt. In ihrem Haus bekamen wir den köstlichsten Reis mit Bohnen unserer gesamten Reise serviert – ob dieser so gut schmeckte wegen dem Holzfeuer, auf dem er zubereitet war, oder einfach, weil Liebe darin steckte, bleibt ein Geheimnis.

Otacila+Marlinde
Dreimal kamen wir zurück zu ihnen ins Dorf, wir durften dort wieder übernachten und sind auch nochmals mitgegangen zum Holzsammeln, 8 Jahre später. Und wieder wurden wir berührt durch die Kraft und Zufriedenheit dieser Frauen, und durch die Liebe zu ihrem Heimatdorf, aus dem sie niemals weggehen würden. Wir sprachen hierüber mit Eva, einer jungen 22-jährigen Frau. Ihre 2 kleinen Kinder sprangen im Sand herum, während sie nach einem mehr als halbstündigen Fußmarsch leichtfüßig zuhause ankam, ihr schweres Holzbündel balancierend. Wir probierten später noch, ihr Bündel hochzuheben, doch das sah nur lächerlich aus und gelang uns nicht wirklich. Unser Respekt wuchs noch mehr.

Ausser Tränen des Wiedersehens gab es auch Tränen der Trauer. In Rio do Vigario hörten wir, dass Balbino nicht mehr lebt. Der Mann unseres Plakats, der dem Film ein Gesicht gab, während er seinen Blick in die Weite schweifen lässt, mit einer grossen Schüssel frischgeschnittener Kaktusblätter für seine Ziegen auf seinem Kopf. Für Iracema, seine Frau war es schwierig und berührend zugleich, ihren Mann plötzlich so unerwartet auf dem Plakat vor sich zu sehen. Und das gesamte Dorf – eigentlich ist es eine grosse Familie- bat uns um Plakate, um es bei sich zuhause aufzuhängen. Balbino war Anfang 2014 an Prostatakrebs gestorben, nachdem er zwei Jahre lang seine Krankheit seiner Familie wahrscheinlich aus Scham verschwiegen hatte. “Er starb still wie ein kleiner Vögel” erzählte uns Iracema.
Wir dachten zurück an die Zeit, in der wir das Plakat entworfen hatten. Unser Gefühl sagte uns, dass es dieses Photo sein musste, doch Balbino selbst kam im Film nicht mehr vor, und deshalb zweifelten wir lange daran und probierten immer wieder andere Bilder aus, bis wir uns doch für ihm entschieden. Wie wir jetzt wissen, waren dies genau die Monate, in denen Balbinos Krankheit unausweichlich wurde, seine Familie es entdeckte und er schliesslich daran starb. Manchmal ist die Ferne nah. Und noch so ein kleines Wunder: als wir Iracema begegneten, und die Tränen getrocknet waren, sagte sie, dass sie ihren Augen nicht glauben konnte, dass wir plötzlich vor ihr standen. Am Tag zuvor war ihr Sohn, der jetzt eine eigene Familie hat, zu Besuch, und sagte: ” Das Paar, das hier einmal gefilmt hat, ist so viele Jahre nicht mehr zurückgekommen.” Am nächsten Tag standen wir bei ihr am Zaun…

Balbino-2x
Die einzige weisse Wand im Dorf war schon lange nicht mehr weiss, da war es gut, dass wir Kalk und Pinsel mitgebracht hatten. Der Filmabend gab alle ein Gefühl, als ob das ganze Dorf gemeinsam in einer riesengroßen warmen Badewanne sitzen würde. Es wurde sehr viel gelacht, manchmal geweint, und am Ende gab es für die mehr als 100 Zuschauer Kuchen und Getränke im Haus von Verício, weil es draussen im Wind erstaunlich kalt geworden war für einen Sommerabend.

Und dann war da noch das dritte Dorf, Santa Cruz, wo wir gefilmt hatten – sechs Häuser an der einen Seite eines trockenen Flussbettes, drei auf der anderen. Dort wohnte die mittlerweile 99-jährige Altina mit ihren Eseln und ihrem Radio und Maria de Lurdes, die junge Mutter, die im Film ihren Sohn stillt. Neun kleine Häuser, weit weg von allem, mit einer langen Geschichte von zuviel Alkohol und Gewalt. Mädchen, die mit 12 Jahren heiraten und deren Männer sich bei Streitigkeiten umbringen oder sich zu Krüppeln schlagen, wodurch sie eine Rente bekommen, die sie lieber für Alkohol aufbrauchen, wodurch Frau und Kindern zuhause Hungern. Unsere Nachbar von vor 8 Jahre, der freundliche João de Barro, war im zwischenzeit geflüchtet nachdem er unsere Nachbar der anderen Seite erstochen hatte – einen Vater von 12 Kinder. Einen grösseren Kontrast mit den Holzträgerinnen aus Rasinho kann man sich nicht vorstellen. Es war für uns sehr spannend, dorthin zurückzukehren, wir hatten keine Ahnung, was uns dort erwarten würde.

Unterwegs blieben wir, genau wie vor 8 Jahren, wieder mit dem Auto im tiefen Sand stecken, und mit viel Graben unsererseits und später einem tüchtigen Schwung von junge Männer mit Motorrädern aus dem Dorf, kamen wir wieder flott. Als wir endlich ankamen, erlebten wir besondere und wichtige Begegnungen. Aber auch wurde klar, dass die Filmvorführung, die wir geplant hatten, nicht so stattfinden konnte: die Menschen der einen Dorfseite haben Streit mit der anderen, und ausser den Kindern würde beinahe niemand das trockene Flussbett zur anderen Dorfseite überqueren, um dort den Film zu schauen. Wir beschlossen, das ganze Dorf auf “neutralen Boden” zu bringen. Am nächsten Abend war eine Vorführung in einem nahegelegen Dorf geplant, und so mieteten wir einen Bus, um alle dorthin zu bringen. Leider kamen viele Menschen nicht mit. Zu alt, zuviel Angst vor der Busfahrt, oder einfach nicht daran gewöhnt, das Dorf zu verlassen. Für diejenigen, die wohl kamen, war es eine sehr besondere Erfahrung. Es war die stillste und konzentrierteste Vorführung unserer gesamten Tournee, obwohl viele Kinder mit dabei waren. Danach wurde ihr Bus wieder aufgeschluckt von der dunklen Nacht voll unzählbarer Sterne.

Film in Santo Antônio
Mit dieser Reise kam auch das Bewusstsein, dass wir alle 8 Jahre älter geworden sind. Die Sängerin Maria do Carmo hatte schon immer eine zerbrechliche Gesundheit, worüber sie viel klagte aber auch Spässe machte. Doch dieses Mal hörten wir sie auch vor Schmerzen stöhnen. Wir brachten sie in ein Krankenhaus, doch die Hilfe, die sie dort bekam war so schlecht, dass wir unseren Atem anhielten. Wir fragen uns, wie wir ihr noch weiter helfen könnten. Eine schwierige Frage, auf die wir noch keine befriedigende Antwort gefunden haben. Wir haben wohl einige Photos von ihr gemacht, die wir gerne mit einem Arzt besprechen würden. Deshalb hier die Frage: Sind Sie zufällig Arzt, oder kennen Sie in Ihrer näheren Umgebung jemanden, der gerne mit uns darüber sprechen würde? Das würde uns vielleicht weiterhelfen, herzlichen Dank!

Von den 15 Filmvorführungen, die wir geplant hatten, konnten letztendlich 11 stattfinden. Doch zurückschauend ist für unser Gefühl die Essenz dieser Reise ein anderer geworden: die Zuwendung, die wir all diesen lieben Menschen, die wir in Canudos kennengelernt hatten, schenken konnten. Die Tatsache, dass ihr Wesen und ihre Geschichte für uns, und mit uns für viele andere weit weg, so besonders waren, dass wir aufs Neue in diese weit entfernte und dürre Gegend zurückkamen, bedeutete sehr viel für sie. Dass unsere Liebe für sie und für ihr Land so spürbar wurde. “Danke, dass ihr Canudos liebt” schrieb jemand ins Gästebuch des Films.

Dies wünschen wir Euch, Ihnen und auch uns von ganzem Herzen: dass wir diese Zuwendung und Achtsamkeit einander auch mitten in aller Hektik unseres Lebens hier schenken können. Dann sind wir reich.

Herzliche Grüsse,
zugleich auch für ein erfüllendes und in diesem Sinne reiches Neues Jahr,

Susanne & Mendel

Desenho-Landinho

Posted in Rundmails | Leave a comment

Terug in Canudos: deel 2

Film in Rio do Vigário
Beste vrienden van de Zee van Pelgrim Antonio,
Na een zeer intense reis (zie: deel 1), niet makkelijk maar bijzonder mooi, zijn we alweer ruim een maand terug uit Canudos. Midden in de Hollandse drukte zoeken we nu tijd om alles te laten bezinken. Nooit eerder hadden we zoveel moeite om terug te komen.

Onderweg werden we gevoed door vonkjes en zonnestralen, die ons op de been hielden. Figuurlijk, maar ook letterlijk – met onze ontstoken gewrichten stond het huilen ons vooral ‘s ochtends vaak nader dan het lachen. Gelukkig hebben we de Chikungunya inmiddels grotendeels overwonnen. Maar diep in de put, waar we regelmatig zaten, deden de vele reacties die we op onze vorige nieuwsbrief mochten ontvangen ons ontzettend goed. Jullie droegen ons mee en dat voelden we: de Boot van Pelgrim Antonio liet ons niet zinken, maar deelde het noodweer en de hoge golven met ons. Nogmaals heel veel dank hiervoor. Steun is een krachtig goed, dat we elkaar als mensen kunnen geven.

Desenho: Ruinas de Canudos

Twaalf dagen nadat de ziekte onze plannen had opengebroken pakten we, al strompelend, weer een puntje van de draad op. Reizen zat er nog niet in, dus moesten de afgelegen dorpen waar we de film hadden gemaakt nog even wachten. En omdat we ‘s avonds altijd volledig uitgeblust waren, zochten we plekken waar we de film overdag konden laten zien. Tegenover het huis waar we zaten was een schooltje, waar we een vertoning voor de kinderen hielden, gevolgd door een tekenwedstrijd over wat hun het meest aansprak. Prachtige tekeningen leverde dit op. En het smaakte naar meer, dus legden we contact met andere scholen in de regio.
Wat is contact leggen toch eenvoudig: je stapt een school binnen waar je niemand kent, vraagt naar de directrice, vertelt over de film en de Reizende Bioscoop, en nog geen tien minuten later zit je aan diezelfde tafel al de vertoningsdatum op de posters in te vullen. Om blij van te worden.

Tekenwedstrijd in Canudos Velho

Wat we niet wisten, was dat er onverwachts iemand uit de film op zo’n school zou zitten. Daniel – de jongen die in de film vertelt hoe de haaien de tenen van zijn oude opa op zullen eten als hun land ooit zee wordt – woonde toen wij hem leerden kennen 60 kilometer verderop. Maar in een grote zaal met meer dan 200 leerlingen werd er toen hij in beeld kwam ineens uit alle hoeken gelachen, gejoeld, geroepen: “Dat is Daniel!” En ja hoor – midden in de zaal zat hij glunderend, lachend, een beetje verbaasd en verlegen, te kijken naar de plaatjes van zichzelf en zijn opa. Toen was hij negen jaar, nu zeventien.
Na afloop vertelde hij dat het een totale verassing was geweest: hij kon zich niets meer van ons herinneren, en dat wij hem ooit hadden gefilmd. Hij vond het heel bijzonder, zijn opa en zichzelf terug te zien. Vorig jaar woonden ze nog samen in zijn geboortedorp Rasinho, maar kort voor z’n 100ste verjaardag overleed de goede oude Mané Cantinho. Sindsdien woont Daniel met zijn moeder in het dorp waar deze school staat.

Terug bij de houtdraagsters
Rasinho – daar woonde ook Otacila, die met haar dochters en kleindochters hout gaat halen. Het weerzien was zo ontzettend warm, hartelijk, prachtig. En oh wat flonkeren haar ogen nog steeds als ze lacht!
Ze zag er goed uit, alleen het houthalen laat ze nu over aan een volgende generatie. Ze is 77 en heeft in haar leven genoeg gesleept. Bij haar smikkelden we alledrie van de lekkerste maaltijd van de hele reis: doodgewone rijst met bonen. Of die nu zo lekker was door het houtvuur waarop het was gekookt, of door de liefde die erin zat, wie zal het zeggen…

Otacila+Marlinde

Driemaal hebben we hun dorp opnieuw bezocht, er gelogeerd, én nog een keer meegelopen met het houthalen – acht jaar later. Opnieuw werden we geraakt door de kracht en tevredenheid van deze vrouwen, en de liefde voor hun dorp en streek waar ze nooit weg zouden gaan. We spraken hierover met Eva, een jonge vrouw van 22 jaar. Haar twee kleine kindjes huppelden door het zand om haar heen, terwijl ze lichtvoetig thuis kwamen na een tocht van meer dan een half uur met een loodzware houtbundel op haar hoofd. We hebben geprobeerd hem op te tillen, maar dat zag er belachelijk uit en is niet echt gelukt.

Behalve tranen om het weerzien waren er ook tranen van verdriet. In Rio do Vigário hoorden we dat Balbino er niet meer is. De man die, al turend in de verte met een schaal versgesneden cactusbladeren op zijn hoofd, het beeld is geworden van onze film, op de posters en de dvd-hoes. Voor Iracema, zijn vrouw, was het moeilijk en emotioneel om hem ineens in de poster terug te zien. Maar ook heel mooi. En het hele dorp – in feite zijn ze allemaal familie – kwam om posters vragen, om op te hangen als aandenken aan hem. Hij overleed begin 2014 aan prostaatkanker, nadat hij de ziekte twee jaar lang tegenover zijn eigen familie had verzwegen, waarschijnlijk uit schaamte. “Hij stierf stil als een vogeltje” vertelde Iracema.
We dachten terug aan de tijd toen we de poster ontwierpen. Voor ons gevoel móest het deze foto zijn, maar Balbino zelf kwam niet meer in de film voor, en daarom hebben we maanden lopen dubben en telkens weer andere beelden geprobeerd, tot we de knoop doorhakten. En dat waren precies de maanden waarin Balbinos ziekte boven water kwam en hij uiteindelijk overleed. Wonderlijk. En nog zo’n klein wondertje: toen we Iracema ontmoetten en de tranen waren gedroogd, zei ze dat ze haar ogen niet kon geloven – de dag daarvoor had haar zoon, die inmiddels zelf een gezin heeft, gezegd: ”dat echtpaar van de film, die lang geleden hier waren, zijn nooit meer teruggekomen.” En boem – een dag later stonden we aan haar hek.

Balbino

De enige witte muur in het dorp was al lang niet meer wit, dus het kwam goed uit dat we verf en rollers hadden meegebracht. De filmavond voelde alsof het hele dorp samen gezellig in een enorm warm bad zat. Er werd ontzettend veel gelachen, soms gehuild, en na afloop was er voor meer dan honderd mensen taart en frisdrank.

En dan was er nog het derde dorpje waar we hadden gefilmd – zes huizen aan de ene kant van een droge rivier, drie aan de andere. Daar woonden de inmiddels 99-jarige Altina met haar radio en ezels, en Maria de Lurdes, de jonge moeder die in de film haar zoon de borst geeft. Negen kleine huisjes, ver weg van alles, met een lange geschiedenis van dronkenschap en geweld. Meisjes die op hun twaalfde trouwen, en wiens mannen elkaar tijdens ruzies vermoorden. Of arbeidsongeschikt maken, waarna ze een uitkering krijgen die ze liever opzuipen dan mee naar huis brengen, zodat vrouw en kinderen honger leiden. Onze buurman van acht jaar geleden, de vriendelijke João de Barro, was inmiddels gevlucht nadat hij onze andere buurman had doodgesneden. Een groter contrast met de houtdragende vrouwen van Rasinho was nauwelijks denkbaar. Het was ontzettend spannend om hier terug te komen, we wisten niet wat ons te wachten zou staan.

Op de weg erheen zakten we opnieuw met de auto weg in het mulle zand – precies zoals acht jaar geleden. Toen we er eindelijk aankwamen waren het toch bijzonder mooie en belangrijke ontmoetingen. Maar al snel werd duidelijk dat de vertoning die we daar wilden houden niet door kon gaan: de mensen aan de ene kant van de rivier hebben ruzie met die aan de andere, en bijna niemand zou de droge bedding oversteken om de film aan de overkant te gaan zien. We besloten ze naar neutraal terrein te brengen. Een dag later stond er een vertoning gepland in een ander dorp in de buurt, en we huurden een bus die ze daar heen zou brengen. Helaas kwamen heel veel mensen niet mee. Te oud, of bang om in een bus te rijden, of gewoon niet gewend om het dorp te verlaten. Voor degenen die wél kwamen was het een heel bijzondere ervaring. Het werd de meest stille en geconcentreerde vertoning van de hele tournee, zelfs al waren er veel kinderen bij. Daarna verdween hun bus weer in de pikdonkere nacht met ontelbare sterren.

Film in Santo Antônio

Met deze reis kwam ook het besef dat we allemaal 8 jaar ouder zijn geworden. Zangeres Maria do Carmo had altijd al een wankele gezondheid, waarover ze veel klaagde maar ook grappen maakte. Maar deze keer hoorden we haar kreunen van de pijn. We brachten haar naar het ziekenhuis, maar de hulp was zo slecht dat we ons hart vasthielden. We vragen ons af hoe we haar nog verder kunnen helpen. Een moeilijke vraag, waar we nog geen bevredigend antwoord op hebben gevonden. Wel hebben we foto’s van haar gemaakt, die we graag aan een arts in Nederland zouden voorleggen. Dus bij deze een oproep: ben jij toevallig arts, of is er in je nabije omgeving iemand die even met ons zou willen praten? We horen het graag.

Uiteindelijk zijn dit maar een paar flarden van alles wat we hebben meegemaakt, en past deze reis onmogelijk in een nieuwsbrief. Over de ruïnes van Canudos, over Wifi in het huis van Otacila de houtdraagster, en over zoveel andere dingen hebben we nog helemaal niets verteld. Veel mensen hebben al aangegeven dat ze graag méér horen, en daar komt zeker de mogelijkheid toe. We willen binnenkort één of twee avonden organiseren met beelden en verhalen van onze reis. We houden jullie op de hoogte.

Van de 15 vertoningen die we hadden gepland konden er uiteindelijk 11 doorgaan. Maar terugkijkend ligt voor ons gevoel de essentie van deze reis ergens anders: in de aandacht die we konden hebben voor alle lieve mensen die we in Canudos hadden leren kennen. Het feit dat hun wezen en hun verhaal voor ons zo bijzonder waren dat we opnieuw naar deze verre, dorre streek terugkwamen, betekende voor hen ontzettend veel. Dat onze liefde voor hen en hun land zo voelbaar was. “Bedankt dat jullie van Canudos houden” schreef iemand in het gastenboek.

Dit wensen we jullie toe, en ook onszelf – dat we deze liefde en aandacht ook in de eeuwige drukte waarin we hier leven, aan elkaar kunnen geven. Dan zijn we rijk.

Hartelijke groeten en graag tot ziens,
Susanne & Mendel

Tekening - Landinho

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Terug in Canudos. Een onwerkelijke première

Beste vrienden van De Zee van pelgrim Antonio,
Het is 9 uur ‘s ochtends, en de hitte van de dag plakt zich alweer aan ons lichaam vast. Tijd om eindelijk een nieuwsbrief uit Canudos te schrijven.

De ziel gaat te voet
De prachtige lange busreizen, die voor ons altijd een hoogtepunt waren van de reizen hier, zijn er ditmaal helaas bij ingeschoten. Door de problemen met Mendels been waren we bijna een week later uit Nederland vertrokken. Om de vertraging in te halen en om het been zelf te sparen hebben we het binnenlandse deel van de reis ditmaal gevlogen. Maar eenmaal aangekomen in de Sertão ontdekten we dat we ontzettende moeite hadden hier te landen. De busreizen waren, na de grote drukte vóór vertrek uit Nederland, altijd een uitstekende manier om in de vertraging terecht te komen die zo hard nodig is als je hier echt helemaal wilt kunnen zijn. Om mee te draaien in een wereld waar het leven niet zo zeer draait om het doen, maar om het zijn. Om te kunnen zien, horen en voelen in plaats van vooral druk bezig te zijn, zoals we dat in Nederland waren. Want in een bus kun je niets anders dan ervaren dat je er bent, dagenlang – samen met het landschap, dat zich al voorbijtrekkend aan je ogen ontvouwt…

In Canudos aangekomen reden we meteen door naar de plek die voor ons het meest bijzonder is: de drooggevallen ruïnes van het oude dorp, die we nog nooit eerder met onze eigen ogen hadden kunnen zien.
Zoals men zegt: het lichaam gaat misschien wel per stoomtrein, maar de ziel gaat te voet. We kwamen aan bij de ruïnes, stonden er, keken er naar, maar voelden en ervaarden helemaal niets. Een rare gewaarwording. Nu, drie weken later, is het alsof onze ziel er eindelijk aan komt hobbelen en begint de rust heel langzaam over ons te komen. De rust om met mensen te zitten en samen naar de horizon te turen, net als in de film. Woorden zijn niet altijd nodig, bij het weerzien met de mensen die we gefilmd hebben en waar we nu naar terug keren. En dat is heel fijn.

Ruinas de Canudos Velho

Een onwerkelijke première
Op de ochtend van de première van de film werd Susanne ziek. Ze bleek het Chicungunya-virus te hebben. Een Afrikaanse ziekte die hier tot voor kort onbekend was, maar die sinds afgelopen mei gretig in Bahia om zich heen grijpt. Hij wordt overgebracht door dezelfde mug die ook dengue (knokkelkoorts) verspreidt, en is waarschijnlijk naar Brazilië meegelift met de mensenmassa’s die vorig jaar het WK kwamen bezoeken. De ziekte ziet eruit als een onfeestelijke fruitmand aan verschijnselen, alsof de virussen binnen in je lichaam een circusact uithalen: hoge koorts, hevige pijn in alle gewrichten, rode puntjes over heel je lichaam, krankzinnige jeuk die je zin geeft om stukken vlees uit je lijf te scheuren, een soort schurft achter je oren, en totale lichamelijke en mentale uitputting.

Later die ochtend bleek Marlinde het ook te hebben.
‘s Avonds lagen ze samen in bed in ons huisje aan het plein van Canudos Velho, op een steenworp afstand van de ruïnes. Wat ze van de première konden meemaken waren flarden van geluiden van de film, die vertoond werd op de buitenmuur van het kerkje nog geen 30 meter verderop. Daarna het geluid van applaus, en uiteindelijk de muziek van Landinho, de visser en accordeonist uit de film. Hij was kortgeleden 80 jaar geworden – voor ons een mooie aanleiding om de première om te bouwen in een feest tot zijn eer. Hij en zijn vrienden zorgden zelf voor de muziek. Voor Susanne was het een heel droevig en verwarrend begin van onze tournee.


Canudos Velho: Alto Alegre
Canudos Velho: Alto AlegreSchoolstoelen en kerkbanken wachten op de première…

Esperando pela estréia…maar het duurt best wel lang voordat de zon onder is.

Voor Mendel was de première niet minder bizar. De hele dag verliep in een wirwar aan zorg en verpleging voor Susanne en Marlinde, die niet in staat waren uit bed te komen, afgewisseld met alles wat er nog moest worden geregeld voor de première. In een poging om dit moment, waar we zo naar toe hadden geleefd en gewerkt, toch nog enigszins samen te beleven, liep hij tijdens de vertoning telkens weer het plein over, het huis in. De avond verliep als in een vreemde roes. Was dit het nu? Waar sloeg dit in hemelsnaam op?
Behalve Landinho zat tussen het publiek ook Francisca de Osvaldo – de vrouw die aan het einde van de film vertelt hoe ze haar huis leeghaalde op het moment dat het water van het stuwmeer naar binnen stroomde. De eerste dagen hier hadden we bij haar gelogeerd. En als eregast, midden op de voorste rij, zat zangeres Maria do Carmo, die de hele film lang straalde en hartelijk om zichzelf moest lachen.
Na afloop lieten we een aantal korte filmpjes zien, gemaakt door kijkers uit Nederland, Duitsland en Zwitserland, die naar aanleiding van de film een bericht hadden opgenomen voor de mensen hier. Hun ontroering was voelbaar, en sloeg over op de mensen op het plein. En het hartelijke applaus dat Maria do Carmo daarna kreeg maakte de avond meer dan de moeite waard: niemand hier beseft wat voor een schat aan liedjes en gedichten zij in de loop van de jaren heeft voortgebracht.

Canudos Velho: Alto Alegre

Toen begon het feest voor Landinho. Ongeveer op datzelfde moment besloten wij dat Marlinde naar het ziekenhuis moest, in Uauá, een stadje 45 km verderop. Ze had hele hoge koorts en dronk nauwelijks, terwijl het snikheet was. Landinho hoorde al snel wat er aan de hand was en besloot te stoppen met spelen, waardoor zijn feest, dat maar amper was begonnen, alweer afgelopen was.

In het ziekenhuis aangekomen bleek dat ook Mendel al uren rondliep met dezelfde hoge koorts, en werden we alle drie ter observatie opgenomen. Om vier uur ‘s nachts mochten we gelukkig weer gaan, en konden we terecht bij de enige personen die we kenden in dat stadje: de mensen die geitenbellen verkochten op de markt van Canudos. Jaren geleden hadden we een hele dag bij hun aan huis doorgebracht, om honderden geitenbellen stuk voor stuk uit te kiezen, die inmiddels over half Europa zijn verspreid. We waren met ze bevriend geraakt, en hun dochter was naar de première gekomen en had vervolgens de nacht in het ziekenhuis bij ons gezeten. Drie dagen werden we door het hele gezin verzorgd, tot we de rit weer aandurfden, terug naar ons huisje aan het plein. De overblijfselen van de meest onwerkelijke première van ons leven waren inmiddels door een aantal vrienden opgeruimd, en in onze koelkast vonden we nog stukken taart die iemand speciaal voor ons had bewaard.
Ook Francisca, bij wie we eerder hadden gelogeerd, was de ochtend na de première ziek geworden met dezelfde symptomen. Ze is 88 jaar, en was door haar dochter opgehaald en meegenomen naar een stad 200 km verderop. We hadden al twee weken niets van haar gehoord. Bijna dagelijks reden we de afgelopen week langs haar huis met gesloten luiken, en maakten ons zorgen om haar. En vandaag ging plotseling de deur open en kwam ze naar buiten! Wat een blij weerzien, en wat een opluchting, dat het weer goed met haar gaat.

Francisca de Osvaldo

Helaas hebben we een aantal vertoningen moeten afblazen. Heel langzaam kregen we weer energie om de draad een beetje op te pakken. De totale uitputting door de ziekte, die ons vaak het gevoel gaf dat onze hersenen niet konden nadenken, wordt langzaam minder, en ook de gewrichtspijnen. Gisteren reden we met zangeres Maria do Carmo naar de markt van Canudos. Het was goed om weer met de kracht van onze eigen benen rond te slenteren, de geuren op te snuiven van vers voor ons gemalen peper en kaneel, en er beladen met fruit en groente weer vandaan te gaan.

En met de kracht die terugkomt krijgen we ook weer meer oog voor het moois om ons heen waardoor we kunnen genieten van het feit dat we er zijn, dat we hier zijn. Dat is goed.
En het is ook wat we jullie allemaal van harte wensen.

Met heel veel groeten uit de Sertão,
Susanne & Mendel

Rio do Rosário

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Eine unwirkliche Première in Canudos

Liebe Freunde des Meeres des Pilgers Antonio,
es ist 9 Uhr morgens, und die Hitze des Tages klebt schon wieder an unseren Körpern. Es wird Zeit, endlich eine Rundmail aus Canudos zu schicken.

Die Seele geht zu Fuß
Vier Tage vor Beginn unserer Reise wurden unsere Pläne plötzlich vollständig durcheinandergewirbelt. Auf dem Strand von Den Haag lag scheinbar eine Bakterie in der Sonne brütend und darauf wartend, sich durch eine winzige Wunde an Mendels Fuß in seinem Bein einzunisten… Das Resultat war Fieber, ein rotes, heftig schmerzendes Bein, 3 Tage Krankenhausaufenthalt und das Verschieben unserer Abreise.
Als wir dann endlich reisebereit waren, beschlossen wir, die wunderschönen langen Busreisen, die uns die letzten Male immer hierherbrachten, einzutauschen gegen einen Inlandflug nach Salvador. Damit wollten wir die Verspätung etwas einholen, und dem Bein lange Reisen ersparen. Doch einmal im Sertão angekommen, merkten wir, dass wir grosse Mühe hatten, hier wirklich zu “landen”. Die Busreisen waren nämlich immer eine wunderbare Möglichkeit, in die Verlangsamung zu gelangen, die so wichtig ist, um hier wirklich ganz dasein zu können: um eine Umgebung zu erleben, in der sich nicht alles dreht ums Tun, sondern viel mehr ums Sein. Um sehen, hören, riechen und fühlen zu können, anstatt vor allem wahnsinnig beschäftigt zu sein, so wie dies in den Niederlanden vor unserer Abreise der Fall war. Denn in einem Bus gibt es nicht viel mehr zu tun, als zu sitzen und zu schauen – zu erfahren, dass man da ist, während die Landschaft sich im Vorbeiziehen den Augen entfaltet.

In Canudos angekommen, fuhren wir sofort weiter an den Ort, der für uns so besonders war: die momentan wieder auf dem Trockenen liegenden Ruinen der Kirche des zweiten Canudos, die wir noch nie mit eigenen Augen gesehen hatten. Doch so wie ein Sprichwort es sagt: Der Körper geht mit dem Dampfzug, doch die Seele folgt zu Fuß. Wir kamen bei den Ruinen an, standen dort und schauten, doch fühlten nichts. Als wäre unsere Seele noch nicht angekommen. Jetzt, mehr als 2 Wochen später, kommt langsam mehr Ruhe in uns und erfahren wir, wie es ist, einfach nur gemeinsam mit Menschen dazusitzen und zum Horizont zu schauen, ohne dass es Worte dazu braucht. Dieses Wiedersehen mit den Menschen aus dem Film ist sehr schön und herzlich, und wir sind dankbar dafür.

Ruinen von Canudos ragen aus dem Wasser empor
Eine unwirkliche Premiere
Am Morgen des Tages der Filmpremiere hier wurde Susanne krank. Der Chicungunya-Virus, eine afrikanische Krankheit, die durch dieselbe Mücke übertragen wird wie der Dengue-Virus und bis vor kurzem hier noch unbekannt war. Sehr wahrscheinlich ist sie letztes Jahr mit der Fussball-WM in Brasilien eingeschleust worden. Die Krankheit ist eine sehr unangenehme Mischung aus hohem Fieber, scheusslichen Gelenkschmerzen, roten Punkten am Körper mit Juckreiz und totaler Erschöpfung. Nicht gerade, was Susanne sich gewünscht hatte für diesen Tag.

Später am Tag zeigte sich, dass Marlinde auch krank war.
Am Abend lagen die beiden also fest im Bett in unserem Häuschen am Platz des kleinen Örtchens Canudos Velho. Was sie von der Premiere miterleben konnten, waren Fetzen von Geräuschen des Films, der auf der anderen Seite des Platzes auf der weissen Wand der kleinen Kirche gezeigt wurde. Danach Applaus, und schliesslich die Musik von Landinho, dem Fischer und Akkordeonist aus dem Film. Eine Woche vorher war er 80 Jahre alt geworden – was wir zum Anlass nahmen, ihn nach der Premiere mit Kuchen zu feiern, und er wollte zusammen mit Freunden gerne selbst für die Musik sorgen. Für Susanne war es ein trauriger Anfang unserer Tournee.

Estreia-IMG_6673

Bänke und Stühle aus Kirche und Schule warten auf die Premiere...

Bänke und Stühle aus Kirche und Schule warten auf die Premiere…

...doch der Sonnenuntergang lässt lange auf sich warten.

…doch der Sonnenuntergang lässt lange auf sich warten.


Für Mendel war die Premiere nicht weniger seltsam. Der ganze Tag war schon ein Wirrwarr gewesen von Sorge und Pflege für Susanne und Marlinde, gemischt mit allem, was noch geregelt und aufgebaut werden musste für die Premiere. In einem Versuch, diesen Moment, auf den wir so lange hingelebt und -gearbeitet hatten, doch noch soviel wie möglich gemeinsam zu erleben, lief Mendel auch während der Vorführung immer wieder über den Platz hin und her, um im Haus nach Susanne & Marlinde zu sehen. Der Abend verlief wie in einem Rausch. War das worauf wir hingelebt hatten? Und was war der Sinn hiervon?

Neben Landinho saß auch Francisca de Osvaldo im Publikum – die Frau, die am Ende des Films erzählt, wie sie ihr Haus leerräumt am Tag, als das Wasser des Stausees reinströmte. Unsere ersten Tage hier waren wir in ihrem Haus zu Gast gewesen. Und in der ersten, als Ehrengast, saß Reihe Maria do Carmo, die Sängerin. Sie strahlte während des gesamten Films übers ganze Gesicht und musste auch herzlich über sich lachen.
Nach dem Ende des Films zeigten wir einige kurze Filmaufnahmen, die von Zuschauern in den Niederlanden, Deutschland und der Schweiz für die Menschen hier im Sertão aufgenommen worden waren. Ihre Berührung war für die Zuschauer hier deutlich spürbar, und sprang über aufs Publikum hier auf dem kleinen Platz. Und danach gab es noch einen herzlichen Applaus für Maria do Carmo, der den Abend auch gelungen sein ließ: niemand hier hatte davor eine Ahnung davon, was für einen Schatz an Liedern und Gedichten sie im Laufe der Jahre geschaffen hat.

Sonnenuntergang in Canudos Velho
Dann begann das Fest zu Ehren Landinhos. Ungefähr im selben Moment beschlossen wir, mit Marlinde ins Krankenhaus zu fahren, in Uauá, 45 km entfernt. Sie hatte sehr hohes Fieber und trank kaum, bei den hohen Temperaturen hier. Schon bald hörte Landinho davon, und beschloss, mit dem Spielen aufzuhören, wodurch sein Fest, das gerade erst begonnen war, schon wieder zu einem Ende kam.

Im Krankenhaus angekommen stellte sich heraus, dass auch Mendel schon stundenlang mit demselben hohen Fieber herumgelaufen war, und wir wurden alle 3 zur Beobachtung aufgenommen. Glücklicherweise durften wir um 4 Uhr nachts doch wieder gehen, und fanden ein Krankenquartier bei sehr lieben Menschen in dem Städtchen dort: der Familie, die Ziegenglocken auf dem Markt in Canudos verkauft und bei der wir vor vielen Jahren einen ganzen Tag damit verbracht hatten, Hunderten Ziegenglocken, die mittlerweile schon in halb Europa klingeln, Stück für Stück auszusuchen. Wir waren seitdem mit ihnen befreundet, und eine ihrer Töchter war zur Premiere gekommen und hatte danach die Nacht mit uns im Krankenhaus ausgeharrt. Drei Tage wurden wir von der gesamten Familie umsorgt, bis wir uns wieder soweit bei Kräften fühlten, zurückzukehren in unser eigenes Häuschen hier. Die Reste der für uns alle so unwirklich erscheinenden Premiere waren in der Zwischenzeit von anderen Freunden aufgeräumt worden und in unserem Kühlschrank fanden wir noch Kuchen des Festes, für uns aufgehoben.
Auch Francisca, bei der wir zu Anfang übernachtet hatten, war am Tag nach der Premiere krank geworden. Sie ist 88 Jahre alt, und eine Tochter hatte sie zu sich nach Hause geholt, 200 km weiter, um sie zu pflegen. Beinahe täglich fuhren wir die vergangene Woche an ihrem immer noch verschlossenen Haus vorbei und machten uns Sorgen um sie. Und heute ging plötzlich ihre Türe auf und trat sie vor ihr Haus! Was für ein freudiges Wiedersehen und welch große Erleichterung, zu hören, dass es ihr wieder gutgeht.

Francisca de Osvaldo
Durch unsere Krankheit mussten wir leider einige Vorführungen absagen. Erst langsam bekamen wir wieder Kräfte, um unsere Arbeit aufzunehmen. Die totale Erschöpfung, die noch in unseren Körpern festzusitzen schien, weicht nach und nach, und auch unsere Gelenkschmerzen werden langsam besser. Gestern fuhren wir mit Sängerin Maria do Carmo zur Markt in Canudos. Es tat so gut, wieder mit der Kraft unserer eigenen Beine herumschlendern zu können, die Gerüche von frischgemahlenem Pfeffer und Zimt in uns aufzunehmen, und beladen mit Obst und Gemüse nach Hause zurückzukehren.

Und mit der Kraft, die zurückkehrt, sehen wir auch wieder mehr die schönen Dinge um uns herum und können sie in uns aufnehmen und Da-sein. Das ist gut.

Und das wünschen wir auch Ihnen und euch allen von Herzen!

Mit ganz liebem Gruss aus dem Sertão,
Susanne & Mendel

Esel am trockenen Fluss

Posted in Rundmails | Leave a comment

En toen vielen de vissen zomaar uit de lucht…

Fish rain
Beste vrienden van De Zee van pelgrim Antonio,

Als wij zo meteen door de wolken in het vliegtuig zitten, richting Canudos, zullen we onze ogen goed openhouden – misschien komen we wel visjes tegen 🙂

Nu denk je misschien: ze waren toch allang in Brazilië?
Helaas lag er op het strand van Den Haag een bacterie die daar anders over dacht. Lekker broeiend in de zon zat hij te wachten tot Mendel langs liep, en kroop door een minuscuul wondje in zijn voet naar binnen. Resultaat: koorts, rood been, hevige pijn, spoedopname, infuus, reis uitgesteld. De zee van Den Haag Zuid tegen de zee van pelgrim Antonio. Wie verzint zoiets nou?

Inmiddels zijn we weer startklaar. Een mooi moment om nog eens terug te komen op de visjes uit de lucht.
Want hoe zit het nou met die verhalen over vissen die uit de wolken vallen? Overal in Canudos waren er mensen die erover vertelden, en in de film komt het verhaal meermaals terug. En tot onze verwondering zit er ook in Nederland af en toe iemand in de zaal die erover mee kan praten. De eerste keer dat dat gebeurde was vorig jaar, na een huiskamervertoning (met dank aan Lidi Thomassen-Flapper):

Ook in de pers wordt er regelmatig melding gemaakt van visregen. Maar wat alle berichten tekent is dat de verklaringen achteraf worden gegeven, door mensen die er niet zelf bij waren en het niet met eigen ogen hebben gezien. Soms beweert men dat het een tornado moet zijn geweest, andere keren komen ze uit de grond, maar ik heb nog nergens een gedetailleerd verslag gelezen van een ooggetuige, over hoe het nou precies gebeurde. Ook zijn er geen filmpjes van tijdens de regen – alleen van daarna.
Welke verklaring er in Canudos van toepassing is weten we nog steeds niet. Misschien mogen we het nu zelf een keer meemaken? In ieder geval zijn hier nog een paar boeiende berichten:

Visjes op het dak in Australië…
www.channel.nationalgeographic.com

…in Sri Lanka:
www.deredactie.be

…en in Honduras.
www.livescience.com/

Of kwamen ze uit de grond? – over eierleggende tandkarpers
www.worldexplorer.be

In Polen ligt de weg er vol mee. Misschien een gekantelde vrachtwagen?

Veel lees- en kijkplezier! Onze volgende nieuwsbrief komt hopelijk uit Canudos.

Hartelijke groeten uit de lucht,
Mendel & Susanne

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Volgende maand: première in Canudos

Caatinga

Beste vrienden van de Zee van Pelgrim Antonio,

Over 2 weken is het zover. Dan zien we Nederland door de wolken uit zicht verdwijnen in ruil voor de warme rode aarde van Braziliaanse bodem. Afgelopen week werd een spannende en belangrijke datum vastgelegd: de Braziliaanse première van de film op 18 september. Wat wordt het dan ineens écht.
In Canudos zijn de ruïnes van het oude dorp, die de afgelopen jaren droog waren gevallen, na een regen in februari weer verdwenen. Maar niet diep – inmiddels steken de punten van de ruïnes van de kerk alweer boven het water uit. De première kunnen we daarom niet bij de ruïnes zelf houden, maar aan de oevers van het stuwmeer, op een steenworp afstand ervan. En vanuit heel Brazilië, honderden en soms duizenden kilometers ver, zijn er mensen die ons laten weter er bij te zullen zijn. De lijst groeit iedere dag.
Daarna trekken we tot eind oktober rond door de wijde omgeving, om de film te vertonen in stadjes, dorpen en gehuchten, op witte muren overal waar mensen hem willen zien.

Caatinga & Mondriaanland

Onze laatste weken hier staan in het teken van alle voorbereidingen. En zoals het gaat in het leven: hoe dieper je gaat, des te langer ook de lijsten worden van dingen die nog geregeld zouden moeten worden. Maar terwijl we bezig zijn zien we overal op wonderlijke manier onverwachte deurtjes open gaan.
Het doet goed om te merken dat we worden verwacht. Dat er veel mensen zijn die zich verheugen ons terug te zien (net als wij hen). Bijvoorbeeld Francisca de Osvaldo, de stille oude dame uit de film die vertelt hoe zij en haar man hun laatste spullen uit hun huis sleepten toen het water kwam. Zij heeft een telefoon, en haar vreugde was uitbundig toen we haar belden om te zeggen dat we nu écht terugkwamen. We werden meteen uitgenodigd om in haar huis te gast te zijn, en zullen de eerste tijd waarschijnlijk bij haar inwonen. “Até logo, se Deus quiser, com fé em Deus” – ‘Tot gauw, zo God wil, met vertrouwen in God’ – waren de woorden waarmee ze het gesprek afsloot.
En Landinho Pé de Bode, de accordeonist en visser, was op bezoek in Salvador waar een vriend hem de braziliaanse trailer van de film liet zien, op Youtube. Hij moest hartelijk lachen toen hij zichzelf in beeld zag verschijnen, roeiend en brabbelend over het stuwmeer. Hij kijkt erg uit naar onze komst.
Voor zover we weten maakt iedereen het goed, en dat is fijn om te horen.

Een boodschap voor Canudos
In onze vorige nieuwsbrief schreven we over ons plan om berichten van kijkers uit Nederland mee te nemen voor de mensen van Canudos. Via de film mochten jullie hen ontmoeten, en nu we terug gaan willen we de mensen uit Canudos de kans geven ook jullie te ontmoeten. Graag zouden we onze vertoningen daar omlijsten met korte boodschappen van mensen die de film hier hebben gezien. We hebben al een aantal hele persoonlijke berichten ontvangen. Voor iedereen die dacht: ’dat wil ik ook’ maar er nog geen tijd voor had: er is nog gelegenheid tot 20 augustus.
Waardoor werd je geraakt? Zou je iets persoonlijks willen zeggen tegen iemand uit de film? Neem een kort berichtje op, in beeld of geluid, en mail het naar ons toe. Of schrijf een kaart, brief of email naar onderstaand adres. Wij zorgen ervoor dat je boodschap vertaald en wel terecht komt bij de mensen van Canudos. Zo willen we hun iets teruggeven: het besef dat hun leven – hun geschiedenis – mensen héél ver weg weet te bereiken, te raken, te verrijken.
Alvast hartelijk dank!

In de tussentijd vierden we de 100ste vertoning van de film, in een prachtige ezelstal in Oosterbeek. Wie had ooit gedacht dat de sneeuwbal zó ver zou rollen 🙂 Kort daarvoor was ik (Mendel) met de film op een bijzondere tournee door Duitsland, Zwitserland en Liechtenstein – elf vertoningen in twaalf dagen. In Bazel werd ik na afloop van de film aangesproken door een Braziliaanse vrouw. Ze noemde haar achternaam, en bij mij begonnen er meteen allerlei bellen te rinkelen. Want wat blijkt? Haar overgrootvader, Elias Canário uit Canudos, is de man die in 1944 een brief schreef aan de Braziliaanse president, met de vraag of die alstublieft een stuwmeer wilde laten aanleggen tegen de droogte. Dat dat stuwmeer er daadwerkelijk zou komen, en dat Canudos daarbij onder water zou verdwijnen, kon hij natuurlijk niet bevroeden. En zeventig jaar later loopt zijn achterkleindochter in Zwitserland onvermoed een film tegen het lijf waarin dit hele verhaal wordt verteld. Wat is de wereld toch klein…

Er liggen inmiddels een heel aantal uitnodigingen uit andere delen van Brazilië, om de film ook daar te komen vertonen. Maar Brazilië is groot en het moet ook voor ons als gezin te behappen blijven. Daarom beperken we ons vooralsnog tot een kleine kring: de mensen waar het ons echt om gaat, waaruit hij is ontstaan – de bron waar we hem naar terugbrengen. Via welke wegen de film zich daarna het beste door de rest van Brazilië kan verspreiden, zal vanzelf blijken. We hebben heel veel zin in deze reis, en zijn ontzettend benieuwd wat hij ons en de mensen daar gaat brengen.

Voor nu wensen we jullie allemaal nog een hele mooie zomer toe, met heerlijk veel zonneuurtjes. Onze volgende brief hopen we vanuit Canudos te sturen.

Een heel hartelijke groet,
Mendel & Susanne

Caatinga

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Hoe een rivier ontwaakt…

Rio do Rosário
Op internet circuleert een prachtig en ontroerend filmpje van een rivier in de Sertão na een lange droogte. Ergens in de verte heeft het hard geregend, en nu verandert hij van een lege bedding plotseling in een brede stroom die je niet kunt oversteken zonder meegesleurd te worden. Binnen een paar minuten. Op de achtergrond hoor je mensen schreeuwen – eerst euforisch, maar dan wordt het gevaarlijk: “Cuidado!” – “Kijk uit!”

De laatste ronde
Vanavond begint de laatste ronde van onze Reizende Bioscoop in Europa voor we in augustus terug gaan naar Canudos.
Vanavond op een heel bijzondere locatie: de oudste abdij van Nederland, aan de duitse grens bij Kerkrade. Morgen gaat het verder naar Zwitserland, Liechtenstein (hoe komt een film over Canudos dáár nou weer terecht?), Duitsland en uiteindelijk nog twee vertoningen in Nederland. Met een tussenstop in het franstalige deel van Zwitserland, bij een vertaalster die ons meldde dat ze druk bezig is de ondertitels naar het frans te vertalen. De sneeuwbal rolt weer allerlei nieuwe kanten uit… als we in het najaar terugkomen kunnen we weer vrolijk verder met onze vertoningen hier.

De voorbereidingen voor de terugtocht naar Canudos zijn inmiddels in volle gang. Wie nog zint op een groet aan de mensen van Canudos om met ons mee te geven, kan onderaan verder lezen hoe dat in z’n werk gaat.

Voor nu wensen we jullie allen alvast een stralend begin van de zomer toe,

met hartelijke groeten,
Mendel & Susanne

Groeten aan Canudos
Regelmatig werden we na een vertoning aangesproken door iemand die een boodschap wilde doorgeven aan de mensen van Canudos. Iets persoonlijks, over een snaar die de film had geraakt.
Dat leidde tot het idee om korte boodschappen van het nederlandse publiek mee te nemen naar de mensen van Canudos. Jullie mochten hen ontmoeten, via de film. Voor sommigen was dat een bijzondere ontmoeting die je niet snel vergeet. Nu de film terug gaat willen we de cirkel rondmaken, en de mensen uit Canudos ook jullie laten ontmoeten door onze vertoningen te omlijsten met korte boodschappen van mensen die de film in Nederland hebben gezien.
Waardoor werd je geraakt? Wat zou je zeggen tegen zangeres Maria do Carmo of iemand anders uit de film, als je de kans ertoe kreeg? Neem een kort berichtje op met smartphone, webcam of camera, en mail het naar ons toe. Of schrijf een kaart of brief, naar onderstaand adres. Wij zorgen ervoor dat je boodschap vertaald en wel terecht komt bij de mensen van Canudos. Zo willen we hun iets teruggeven: het besef dat hun leven – hun geschiedenis – mensen héél ver weg weet te bereiken, te raken, te verrijken.
Vind je dit een mooi idee? We horen graag van je. Mocht je praktische vragen hebben, schroom dan niet en neem contact met ons op. We denken graag met je mee.
Alvast hartelijk bedankt!

Zangeres Maria do Carmo

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

In Canudos wordt de cirkel rond

Film in Rio do Vigário

Beste vrienden van de Zee van pelgrim Antonio,

De crowdfunding is rond. We gaan terug naar Canudos!
Ditmaal niet om te duiken in de Zee van pelgrim Antonio, maar om wat we vonden terug te geven aan de mensen die hun levens voor ons openstelden en met ons deelden.

Anderhalf jaar lang waren we in Nederland op reis om onze film met mensen te delen. We mochten ervaren hoe hij door zijn publiek – door jullie, de vrienden van de film – de wereld in werd gedragen. Na 88 vertoningen in vier landen en na bijna 3.000 bezoekers is het nu tijd om even tot rust te komen en ons te beraden op nieuwe stappen. Dat betekent niet dat we stoppen met onze vertoningen in Nederland, maar we hebben wel even pauze.
Tegelijk zorgden diezelfde vrienden van de film – jullie – ervoor dat hij nu ook in Canudos vertoond kan worden. Hij mag terug naar huis, en wij mogen hem daarbij begeleiden. We voelen ons gedragen. Dat stemt tot nederigheid en dankbaarheid.
4.508 euro mochten we via onze crowdfunding campagne ontvangen. Samen met de ruim 2.000 euro die we eerder inzamelden met de verkoop van Bioscoopkaartjes voor Brazilië is onze begroting nu praktisch rond.
Nogmaals heel hartelijk dank voor alle bijdragen, alle steun, alle bijzondere ontmoetingen, alle openheid die we in het hele land hebben ervaren. En voor de open armen waarmee Mendel en de film werden ontvangen, overal waar we kwamen. Het was soms alsof de gastvrijheid die we bij de mensen van Canudos mochten ervaren was overgewaaid naar Nederland.

Nu komt de fase van de concrete plannen. Om gezondheidsredenen hebben we onze reis een stukje op moeten schuiven. We vertrekken na de zomervakantie, op 28 augustus.

Berichten voor Canudos
Regelmatig werden we na een vertoning aangesproken door iemand die een boodschap wilde doorgeven aan de mensen van Canudos. Iets persoonlijks, over wat de film met hem of haar had gedaan. Dat leidde bij ons tot het idee om boodschappen van het nederlandse publiek mee te nemen naar de mensen van Canudos.

Via de film mochten jullie hen ontmoeten. Voor sommigen was dat een bijzondere ontmoeting die ze niet snel zullen vergeten. Nu de film terug gaat lijkt het ons heel mooi om de cirkel rond te maken en de mensen uit Canudos de kans te geven ook jullie te ontmoeten. Graag zouden we onze vertoningen in Canudos omlijsten met korte boodschappen van mensen die de film in Nederland hebben gezien. Waardoor werd je geraakt? Wat zou je willen zeggen tegen zangeres Maria do Carmo, of iemand anders uit de film, als je de kans ertoe kreeg? Neem een kort berichtje op met een smartphone, webcam of camera, en stuur het naar ons toe. Of schrijf een brief, en stuur hem naar het adres onderaan deze email. Wij zorgen ervoor dat jouw boodschap, vertaald en wel, terecht komt bij de mensen van Canudos. Op die manier kunnen we hun iets teruggeven: het besef dat hun leven, hun geschiedenis, mensen héél ver weg weet te bereiken, te raken, te verrijken.
Wie doet er mee? We horen het graag. Mocht je praktische vragen hebben, schroom dan niet en neem contact met ons op. We denken graag met je mee.
Alvast hartelijk bedankt!

Huis te huur
Ons huis staat in het najaar dus 10 weken leeg. Omdat we tijdens onze reis geen inkomen hebben maar wel huur moeten betalen zijn we op zoek naar tijdelijke bewoners.
– Vierkamerwoning in Den Haag, met uitzicht over de duinen.
– Gemeubileerd.
– 3 minuten lopen naar het Stille Strand, het zuiderstrand van Den Haag. Vanaf onze ontbijttafel zien we hoe de vossen liggen te zonnen in de duinen. ‘s Avonds hoor je de zee ruisen. De haven van Scheveningen ligt op 5 minuten loopafstand.
– Van 28 augustus tot 6 november.
– Met toestemming van de woningcorporatie.
Prijs: 780 euro (540 huur + 240 gas/water/licht/internet/telefoon/etc…)
Bekijk de plek op de kaart: Zeezwaluwstraat 205, Den Haag

Mocht je iemand kennen die hier interesse in heeft en er meer over zou willen weten, dan horen we dat natuurlijk heel graag.

Voor nu wensen we je een stralende, ontspruitende lente toe!

Hartelijke groeten,
Susanne & Mendel

Zangeres Maria do Carmo

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Crowdfunding: Terug naar Canudos (2)

Landinho Pé de Bode
Beste vrienden van De Zee van pelgrim Antonio,

Kort voor Kerst begon onze crowdfunding campagne om De Zee van pelgrim Antonio terug te brengen naar Canudos. Iedereen die de film en ons werk een warm hart toedraagt kon een vertoning of een deel daarvan adopteren, om dit mogelijk te maken.

Het plan is, 15 vertoningen op te zetten in de omgeving van Canudos. De respons was fantastisch: 12 daarvan zijn er inmiddels gedekt, door in totaal 46 vrienden van de film. Graag willen we iedereen die er aan meedeed nogmaals zeer hartelijk bedanken!
Vind je het een leuk idee om hier ook aan bij te dragen? Of wil je er eerst iets meer over lezen? Lees dan onderaan dit bericht verder. Iedere steun is van harte welkom, in alle vormen en maten. We mikken op in totaal 15 vertoningen. Aan iedereen die meedoet sturen we vanuit Canudos en ansichtkaart. Alvast hartelijk bedankt!

Susanne viel kort na Kerst ten prooi aan een nare longontsteking, en is nog maar langzaam aan het herstellen. Een tournee met onze film, 6 weken lang in Canudos, vraagt allereerst om een uitstekende conditie. Zolang we niet weten hoeveel tijd daarvoor nodig is wachten we nog even met het vastleggen van onze vertrekdatum. Wel hopen we voor de zomervakantie weer in Nederland terug te zijn.

Maar eerst
Mendel is de komende weken nog even zoet met een mooie reeks vertoningen aan deze kant van de oceaan. Twee weken lang kriskras door Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk, en daarna weer in Nederland. Het blijft maar groeien. We zijn blij en dankbaar.

Hartelijke groeten
Mendel Hardeman & Susanne Dick

. . .

Terug naar Canudos
Graag willen we de Zee van pelgrim Antonio terugbrengen naar huis. Met de reizende bioscoop willen de film teruggeven aan de mensen die deel zijn van deze aangrijpende geschiedenis. Mensen die hun huizen en harten openden om, via de film, hun leven met ons allemaal te delen. Hun kracht, hun waardigheid, hun pijn en hun humor. Het is nu aan ons om hun geschiedenis niet onszelf toe te eigenen, maar juist aan hen terug te geven. We geloven dat deze vertoningen ontzettend veel voor hen zullen betekenen.

Help je mee dit mogelijk te maken?
Graag willen we 15 openluchtvertoningen opzetten in afgelegen dorpen en gehuchten in de streek, voor bij elkaar zo’n 1.500 mensen waarvan velen nog nooit eerder een filmprojectie hebben gezien.

Als iedereen die De Zee van pelgrim Antonio een warm hart toedraagt iets kan bijdragen, dan maken we het samen mogelijk.
Je kunt ons helpen door een deel van een vertoning te adopteren, of je geeft een zelfgekozen bedrag. Iedereen die meedoet sturen we als aandenken een ansichtkaart vanuit Canudos waarin we je vertellen over de vertoning die jij mogelijk hebt gemaakt. En na afloop ben je van harte welkom op een van onze avonden over Canudos zeven jaar later.

★ Kies zelf een bedrag
Alle bijdragen zijn van harte welkom. Als aandenken sturen wij je een ansichtkaart vanuit Canudos.
★ Adopteer het geluid van een vertoning vanaf 75 euro
Als aandenken mag je een handgemaakte geitenbel uit Canudos uitkiezen. En als je wilt, een setje bijzondere ansichtkaarten.
★ Adopteer het beeld van een vertoning vanaf 150 euro
Als aandenken sturen we je een gesigneerde DVD met een groet van zangeres Maria do Carmo, accordeonist/visser Landinho Pé de Bode en de filmmakers. En als je dat mooi vindt, een geitenbel uit Canudos en een setje bijzondere ansichtkaarten.
★ Adopteer een hele vertoning 300 euro
Als we terug zijn krijg je van ons een heerlijk etentje voor twee personen, met verse gespreksstof uit Canudos. Bij ons thuis of, in overleg, bij jezelf.
★ Adopteer de Braziliaanse première bij de ruïnes van Canudos 500 euro
Als we terug zijn krijg je van ons een heerlijk etentje voor twee personen, met verse gespreksstof uit Canudos. Bij ons thuis of, in overleg, bij jezelf. …en we brengen nog een bijzonder aandenken van de première mee.

PS Mocht je de begroting willen inzien: op aanvraag kan hij per email worden toegezonden.

Cecilia

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Crowdfunding: Terug naar Canudos

Mulheres-do-Rasinho
Beste vrienden van De Zee van pelgrim Antonio,

In april 2015 willen we De Zee van pelgrim Antonio terug brengen naar huis. Met onze reizende bioscoop willen we een tournee opzetten in de omstreken van Canudos (Brazilië), om de film terug te geven aan de mensen die deze aangrijpende geschiedenis hebben meegemaakt. Mensen die hun huizen en harten openden om, via de film, hun leven met ons allemaal te delen. Hun kracht, hun waardigheid, hun pijn en hun humor. Het is nu aan ons om hun geschiedenis niet onszelf toe te eigenen, maar juist aan hen terug te geven. We geloven dat deze vertoningen ontzettend veel voor hen zullen betekenen.

Help je mee dit mogelijk te maken?
Graag willen we 15 openluchtvertoningen opzetten in afgelegen dorpen en stadjes in de streek, voor bij elkaar zo’n 1.500 mensen waarvan velen nog nooit eerder een filmprojectie hebben gezien.

Als iedereen die De Zee van pelgrim Antonio een warm hart toedraagt iets kan bijdragen, dan maken we het samen mogelijk.

Je kunt ons helpen door een vertoning te adopteren, of een deel van een vertoning. Of je geeft een zelfgekozen bedrag. Iedereen die meedoet sturen we als aandenken een ansichtkaart vanuit Canudos waarin we je vertellen over de vertoning die jij mogelijk hebt gemaakt. En na afloop ben je van harte welkom op een van onze avonden over “Canudos zeven jaar later”.
★ Kies zelf een bedrag
Alle bijdragen zijn van harte welkom. Als aandenken sturen wij je een ansichtkaart vanuit Canudos.
★ Adopteer het geluid van een vertoning vanaf 75 euro
Als aandenken mag je een handgemaakte geitenbel uit Canudos uitkiezen. En als je wilt, een setje bijzondere ansichtkaarten.
★ Adopteer het beeld van een vertoning vanaf 150 euro
Als aandenken sturen we je een gesigneerde DVD met een groet van zangeres Maria do Carmo, accordeonist/visser Landinho Pé de Bode en de filmmakers. En als je dat mooi vindt, een geitenbel uit Canudos en een setje bijzondere ansichtkaarten.
★ Adopteer een hele vertoning 300 euro
Als we terug zijn krijg je van ons een heerlijk etentje voor twee personen, met verse gespreksstof uit Canudos. Bij ons thuis of, in overleg, bij jezelf.
★ Adopteer de Braziliaanse première bij de ruïnes van Canudos 500 euro
Als we terug zijn krijg je van ons een heerlijk etentje voor twee personen, met verse gespreksstof uit Canudos. Bij ons thuis of, in overleg, bij jezelf. …en we brengen nog een bijzonder aandenken van de première mee.

Otacila

Begroting
Het leeuwendeel van de begroting bestaat uit reiskosten binnen Brazilië. De Sertão is groot en we zullen bij elkaar zo’n 10.000 km afleggen: van São Paulo naar Canudos, dan rondtrekken in de Sertão, en weer terug. Tweederde van die afstand reizen we per bus; voor de rest zijn we aangewezen op een huurauto.
Per vertoning trekken we drie dagen uit, we zijn dus zo’n 45 dagen onderweg in de Sertão. De tweede grootste kostenpost is daarom onderdak en onderhoud. Daarna komt publiciteit: posters, flyers en af en toe het inhuren van een reclame-omroepwagen. De apparatuur voor de vertoningen brengen we zelf mee, behalve luidsprekers voor de openlucht en een generator. Die huren we in Brazilië, want vanwege hun gewicht is vervoer per vliegtuig onbetaalbaar.
De vliegreis naar Brazilië is al gedekt door inzameling tijdens onze vertoningen eerder dit jaar.
Mocht je de begroting willen inzien: op aanvraag kan hij per email worden toegezonden.

Hartelijk bedankt voor je aandacht.

We wensen je hele fijne dagen – een Kerst vol warmte en licht.

Hartelijke groeten,
Mendel & Susanne

Otacila

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Nog meer ruïnes

Beste vrienden van de Zee van pelgrim Antonio,

Het is herfst in Canudos.
In tegenstelling tot de rest van Brazilië, waar december het begin is van de zomer, noemt men die periode in Canudos juist winter. De regens komen en het wordt koeler, de vele maanden van zinderende hitte en kurkdroge grond zijn achter de rug. Mens en dier komen weer tot bloei, net als de natuur.
Tenminste, dat hopen we. De afgelopen jaren ging de winter niet door. De zomer duurde het hele jaar en er viel hoogstens wat motregen. De ruïnes van Canudos zijn inmiddels al een hele tijd boven water. Maar nu komt december er weer aan. Iedereen houdt zijn adem in – zal het de komende maanden eindelijk weer eens goed regenen?

Acude-com-arvores

Ook de São Francisco-rivier, na de Amazone de tweede grootste rivier van Brazilië, die als een soort Nijl dwars door het droge noordoosten stroomt, heeft een diepterecord bereikt. Zelfs zijn bron, bijna 3.000 km stroomopwaarts in een gebergte, was de afgelopen maanden droog. De kerk van Canudos is hierdoor niet de enige die opnieuw tevoorschijn kwam (zie onze nieuwsbrief van juni). Een vriendin stuurde mij ongelooflijke foto’s uit Petrolândia, een stad die in 1988 werd opgeslokt door een groot stuwmeer in de São Francisco.

Igreja-ao-longe

Igreja-de-frente

Dentro-da-igreja Foto’s: Joel Silva

Hemelsbreed is deze plek nog geen 50 km verwijderd van het dorpje Santa Cruz do Raso, waar een aantal mensen uit onze film wonen: Maria Altina met haar antieke radio, Maria de Lurdes met haar ondervoedde zoontje en Cecília die de zandvlakte veegt.

Het wordt tijd om de film naar hen terug te brengen. Naar huis, naar de mensen van Canudos. Medio april hopen we met de Reizende Bioscoop de oceaan over te steken, voor een tournee van 14 openluchtvertoningen in het binnenland. We willen de Zee van pelgrim Antonio teruggeven aan de mensen die deze aangrijpende geschiedenis hebben meegemaakt. Mensen die hun huizen en harten openden om, via de film, een stuk van hun leven met ons te delen. We geloven dat deze vertoningen ontzettend veel voor hen zullen betekenen. En ook voor ons.
Onze eerdere reizen maakten we met z’n tweeën. Nu bereiden we ons voor om ook ons 3-jarig dochtertje Marlinde mee te nemen. Het zal een hele andere reis worden.

Vier dingen zijn er nodig om deze bijzondere tournee mogelijk te maken:
tijd, energie, apparatuur en geld. Voor de eerste drie kunnen we zelf zorgen. Voor het geld vragen we de steun van iedereen die De Zee van pelgrim Antonio een warm hart toedraagt.

Het afgelopen jaar zijn we al op verschillende manieren begonnen geld in te zamelen. Bij sommige vertoningen verkochten we symbolische “Bioscoopkaartjes voor Brazilië”, bij andere was een deel van de entree-opbrengst daarvoor bestemd. Maar omdat we meestal niet aan vaste entreeheffing deden, maar mensen na afloop zelf mochten bepalen wat ze de avond waard vonden, ontstond er soms onduidelijkheid. Er was een soort “concurrentie” tussen onze eigen onkosten en de inzameling voor Brazilië. Om de zaken transparant te houden hebben we op een gegeven moment besloten de inzameling voor de Brazilië-tournee op een laag pitje te zetten en er later op terug te komen. Wel hadden we inmiddels een mooi startbedrag verzameld – genoeg om naar Brazilië te gaan. Wat nog ontbreekt is het geld om er te blijven, rond te trekken en 14 mooie open-luchtvertoningen te laten plaatsvinden.

Daarvoor zijn we nu een crowdfunding-campagne aan het opzetten. Hij begint heel binnenkort. Als iedereen die De Zee van pelgrim Antonio een warm hart toedraagt, iets kan bijdragen, dan maken we het samen mogelijk.

Je hoort er binnenkort meer van.
Alvast bedankt!

Hartelijke groeten,
en van harte een mooie adventstijd toegewenst!

Mendel & Susanne

 
PS Voor De Zee van pelgrim Antonio begon de herfst met het mooiste krantenartikel dat we ooit hebben gehad. Twee volle pagina’s over de film, de Reizende Bioscoop, onze drijfveren en toekomstplannen. Een stuk om trots op te zijn. Je kunt het hieronder teruglezen. Het artikel leverde o.a. een uitnodiging op voor een Kerstvertoning in de Crypte van de Kloosterkerk in Den Haag. Wat wil een mens nog meer?

‘Behalve een witte muur heb ik niks nodig’  Ellen Segeren
Zeven jaar werkte de Haagse filmmaker en componist Mendel Hardeman (1977) aan zijn film ‘De Zee van pelgrim Antonio’. Een poëtische, indringende film over een verdronken stad in het kurkdroge noordoosten van Brazilië. Hij vertoont hem zelf met een reizende bioscoop. Op witte muren overal waar mensen hem willen zien, in huiskamers of op andere plekken. Achter het verhaal in de film zit zijn eigen verhaal, dat soms verbluffende parallellen vertoont met de film. Verder lezen…

Janelas-da-igreja

Igreja-de-lado

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Ruinen von Canudos auf dem Trockenen

Canudos-ruinas-1

Bilder: Neide Rigo

Liebe Freunde des Meeres des Pilgers Antonio,

Nach langer Dürre liegen die Ruinen von Canudos wieder auf dem Trockenen.
Zum Glück hat es mittlerweile schon wieder etwas geregnet – alles ist jetzt grün – doch noch lange nicht genug, um den Stausee zu füllen.

Diese große Dürre begann kurz nachdem wir zum letzten Mal im Sertão waren und ist die Schlimmste seit 1997. Ab und an gab es kleine Regenfälle, doch nie genug – dadurch haben viele Menschen einen Großteil ihres Viehs verloren. Hinzu kommt, dass sie wieder völlig abhängig vom Wasserwagen wurden, und damit von der Willkür der lokalen Politik. Wenn man dann sieht, wie viele Milliarden in die WM gepumpt wurden, tut es weh, zu wissen, dass ein Bruchteil davon genug gewesen wäre, viele dieser Problemen dauerhaft zu lösen. Kein Mensch ist Schuld daran, wenn es nicht regnet. Doch dass noch immer so viele Menschen darunter leiden, liegt vorallem an der Tatsache, dass es andere Menschen gibt, die wissen, wie sie sich genau dieses Leid zu Nutze machen können.

Suche unter Wasser
Als wir unseren Film drehten, habe ich einige Tage tauchend am Stausee auf der Suche nach den Ruinen verbracht. Das war 2007 und 2010. Der See war voll und im Durchschnitt etwa 13 Meter tief. Das Wasser war dunkelgrün und sogar mit einer Lampe konnte man nur einen halben Meter weit sehen. Es war eine schier unmöglich erscheinende Arbeit, aber dennoch wollten wir es versuchen.
Im Stausee wird schon seit er 1969 entstand, gefischt, und die grösste Gefahr unter Wasser sind alte, vergessene Fischernetze, in denen man sich plötzlich verheddern kann. Schon viele Menschen sind im Stausee ertrunken – nicht weil sie die Ruinen suchten, sondern einfach während einer Schwimmrunde. Doch ich dachte, gut vorbereitet zu sein: am Bein trug ich einen Halter mit einem scharfen Tauchermesser. Dennoch bekam ich am dritten Tag der Suche plötzlich Angst. Von der eine Sekunde auf die andere war da etwas in mir, das sagte: RAUS! JETZT SOFORT!

Ich tauchte auf, zurück zum Ruderboot, in dem Susanne und Landinho – der Fischer und Akkordeonist im Film – auf mich warteten. Es hatte gereicht. Die Ruinen blieben verborgen im dunklen Wasser, und an der Stelle des Films, wo wir sie zeigen wollten, sieht man jetzt nur Bilder einer suchenden Kamera im dunkelgrünen Wasser. Wir fühlten, dass es so stimmte: Canudos lag wie begraben unter Wasser, und was nahmen wir uns heraus, es dort in seiner Ruhe zu stören? Im Nachhinein fühlte sich meine Unterwassersuche ein wenig an wie Grabschändung.
Kurz darauf stiessen wir auf ein altes Videoband mit Bildern aus 1997, als die Ruinen auf dem Trockenen lagen und für kurze Zeit zum Pilgerort geworden waren, bis sie wieder im Wasser versanken. Wundervolle, strahlende, poetische Bilder, fast euphorisch, womit wir den Film abschliessen konnten.

Und jetzt sind sie wieder da. 2012 ragte zuerst eine kleine Ecke aus dem Wasser heraus. Die Ruinen sehen noch immer genauso märchenhaft aus wie 1997. Nur das Bedürfnis nach einem Pilgerort scheint es nicht mehr zu geben.

Ruinen von Canudos wieder auf dem Trockenen

Foto’s: Neide Rigo

Het lege stuwmeerDie große Fläche im Bild oben ist normaler Weise von Wasser bedeckt -vom Ort, wo der Photograph steht bis an die Hügel am Horizont, mit darin einer Insel mit Bäumen.

Wir werden dorthin gehen
In Kürze beginnen wir mit der Planung unserer Brasilien-Tournee, um den Film dorthin zurück zu bringen. Die beeindruckendste Uraufführung, die wir uns vorstellen können, wäre inmitten der Ruinen vom alten Canudos. Trotzdem hoffen wir, dass einige starke Regengüsse dies unmöglich machen werden. Am liebsten würden wir den Film am Ufer des gut gefüllten Stausees zeigen, in dem Canudos wieder tief unter Wasser versunken liegt.

Voller Kalender
Doch erst einmal wird es noch viele Filmvorführungen hier in der Nähe geben: Für November, Januar und Februar planen wir nog mehrere Reisen durch Deutschland, die Schweiz und Österreich. Sollten Sie Menschen oder Orte kennen, die an einer Filmvorführung Interesse haben könnten, schreiben Sie uns dann bitte!

Und: der DVD des Films ist erschienen!
Dies war nur möglich dank die vielen Menschen die den DVD, am Ende unserer Vorführungen, im Vorverkauf bestellt haben. Von der Erlös dieses Vorverkaufs konnte nun die offizielle DVD finanziert werden. Er ist sehr schön geworden 🙂
Wir möchten euch alle herzlich danken für euer Vertrauen und Geduld – jeder die sich am Vorverkauf beteiligt hat! Sie können Ihr DVD bald mit der Post erwarten.

Für jetzt wünschen wir Ihnen allen einen schönen Herbst.
Herzliche Grüße aus Den Haag,

Mendel Hardeman & Susanne Dick

IMG_0470

Bilder: Neide Rigo

Posted in Rundmails | Leave a comment

Den Haag Centraal weekblad

Deze week in Den Haag Centraal: een uitgebreid interview met Mendel Hardeman, door Ellen Segeren. Twee pagina’s over de drijfveren achter onze film en de Reizende Bioscoop.
Hier terug te lezen.

Posted in Nieuwsbrieven, Pers | Leave a comment

50 vertoningen

Beste vrienden van De Zee van pelgrim Antonio,

Het ging heel snel. Vorige week vierden we al de 50ste vertoning van De Zee van pelgrim Antonio, in Arnhem. 50 keer op stap, naar 50 groepen mensen bijeengekomen rondom 50 witte muren. En het einde van onze tournee is nog lang niet in zicht.

Vaak vragen mensen ons hoe lang we dit volhouden – telkens weer opnieuw dezelfde film, telkens weer op reis met hetzelfde doel. Vooralsnog gaan we door zolang het iets bijzonders blijft opleveren, zolang het ons energie geeft en diepgaande ontmoetingen. En daarnaast: er bestaat geen betere school voor een filmmaker dan in één ruimte tussen je eigen publiek te zitten en van heel dichtbij te ervaren hoe allerlei verschillende mensen wél of juist niet worden gegrepen door de wijze waarop je je verhaal vertelt.
En iedere vertoning is weer een totaal nieuwe ervaring. Ieder mens en elke groep brengt zijn eigen bagage mee naar de film; zijn eigen onbewuste vooroordelen en zijn eigen onbevangen momenten. Maar wat ik ook steeds duidelijker merk is hoezeer de plek, het tijdstip en de rest van het publiek beïnvloeden hoe iemand de film en zijn maker ervaart.

Te lang of juist te kort
Je zou het publiek kunnen opdelen in twee groepen. Zij voor wie de film misschien wel mooi is maar ook te lang en te traag, en zij die het tempo juist een verademing vinden en niet kunnen geloven dat hij 93 minuten duurde – “Het was zo snel voorbij”.
Sinds onze tournee begon, een jaar geleden, heb ik nog een paar keer in de film gesneden. Ikzelf vroeg me namelijk ook af of hij niet verder ingekort moest worden. We hebben van alles uitgeprobeerd en inmiddels vertonen we alweer de 5de versie, maar die is slechts 4 minuten korter dan de film waar we onze tournee vorig jaar mee begonnen. Telkens als ik er nog verder in wilde snijden leek er iets wezenlijks verloren te gaan. Dan zou er alleen nog maar een “verhaal” overblijven, terwijl het hart van de film voor mij juist bestaat uit de mensen die hij laat zien. Wil je hen tot je toe laten dan is daar tijd voor nodig. En dat mag best een ongemakkelijke confrontatie zijn. Misschien wel juist omdat, als we kijken naar hun tijd, zij opeens rijk zijn en wij arm.

Fusca e Jegue

De DVD
Ergens in Frankrijk staat een fabriek waar één dezer dagen 1.000 dvd’s van De Zee van pelgrim Antonio van een pers komen rollen. Dit is alleen mogelijk dankzij alle mensen die de DVD hebben besteld in de voorverkoop, bij onze vertoningen. Van de opbrengst uit die voorverkoop kon nu de officiële DVD gefinancierd worden. We willen jullie allemaal hartelijk danken voor jullie vertrouwen en geduld – iedereen die aan de voorverkoop heeft meegedaan. Je krijgt hem binnenkort thuisgestuurd.
Daarna zal hij te koop zijn bij onze vertoningen en via de website. De officiële uitbrengdatum wordt binnenkort bekendgemaakt.

Weer op stap
We hebben weer een mooie agenda, deze maand maar liefst negen vertoningen. Ondertussen bereiden we voor november onze derde Duitstalige reis voor; zeven vertoningen zijn al bevestigd. En komend voorjaar hopen we met de Reizende Bioscoop de oceaan over te steken, om de film terug te brengen naar zijn geboortegrond.

En voor wie onze laatse nieuwsbrief heeft gemist:
de ruïnes van Canudos zijn weer drooggevallen!
De nieuwsbrief erover kun je hier teruglezen.

Dat was het voor vandaag.
Voor nu wensen we jullie allemaal een prachtige nazomer toe!
(hopen dat hij doorzet 🙂

Hartelijke groeten,
Mendel & Susanne

1107-JegueSombra

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Ruïnes van Canudos opnieuw boven water

Canudos-ruinas-1

Foto: Neide Rigo

Beste vrienden van De Zee van pelgrim Antonio,

Na een lange droogte zijn de ruïnes van Canudos opnieuw drooggevallen.
Het heeft gelukkig inmiddels weer een beetje geregend – alles staat er groen bij – maar dat was lang niet genoeg om het stuwmeer te vullen.

Deze grote droogte begon kort nadat wij voor het laatst in de Sertão waren, en is de ergste sinds 1997. Er vielen tussendoor wel een paar kleine regentjes, maar nooit genoeg en veel mensen zijn grote delen van hun vee kwijtgeraakt. Daarnaast werden ze helemaal afhankelijk van waterwagens, en dus ook van de willekeur van lokale politici.
Als je dan ziet hoeveel miljarden er zijn verdwenen in de put van het WK, doet het pijn om te weten dat een fractie daarvan genoeg zou zijn om heel veel van dit soort problemen op te lossen. Je kunt niemand de schuld geven als het niet regent. Maar dat er nog altijd zóveel mensen onder leiden, dat ligt vooral aan het feit dat sommige mensen juist heel veel geld verdienen aan dat leed.

Zoeken onder water
Toen we onze film maakten heb ik een aantal maal in het stuwmeer gedoken, op zoek naar de ruïnes. Dat was in 2007 en 2010. Het meer was toen vol en gemiddeld zo’n 13 meter diep. Het water was donkergroen en zelfs met een lamp kon je maar een halve meter vooruit kijken. Het was onbegonnen werk maar toch wilde ik het proberen.
Er wordt al in het meer gevist sinds het ontstond, in 1969, en je kunt onder water zomaar vast komen te zitten in een oud visnet. Er zijn in die jaren al heel wat mensen verdronken – niet omdat ze de ruïnes zochten, maar gewoon tijdens een zwempartij. Maar ik dacht dat ik goed voorbereid was. Aan mijn been droeg ik een houder met een scherp duikersmes.
Toch kreeg ik het op de derde dag van de zoektocht opeens benauwd. Van de ene seconde op de andere was er iets in mij dat zei: ERUIT! NU METEEN!

Ik ging naar boven waar Susanne en Landinho – de visser/accordeonist uit de film – in de roeiboot zaten te wachten. Het was genoeg geweest. De ruïnes bleven verborgen in het donkere water, en op de plek waar we ze in de film wilden tonen zie je nu alleen maar beelden van een zoekende camera in het donkergroene water. En dat voelde goed zo: Canudos lag onder water begraven, en wie waren wij om haar in haar rust te storen en weer op te graven? Achteraf voelde mijn duikzoektocht een beetje als grafschennis.
Kort daarop vonden we een oude videoband met beelden uit 1997, toen de ruïnes droog waren gevallen en voor korte tijd veranderden in een bedevaartsoord, tot ze weer onder water verdwenen. Prachtige, stralende, poëtische beelden, waarmee we de film konden afsluiten.

En nu zijn ze er weer. In 2012 verscheen het eerste puntje, en het water bleef verder zakken. De ruïnes zien er nog net zo sprookjesachtig uit als in 1997. Alleen de behoefte aan een bedevaartsoord lijkt te zijn verdwenen.

Ruïnes van Canudos weer boven water

Foto’s: Neide Rigo

Het lege stuwmeerDe grote vlakte op de foto hierboven bestaat normaal helemaal uit water, vanaf de plek waar de fotograaf staat tot aan de heuvels in de verte, met een eiland waar de bomen staan.

We gaan erheen
Binnenkort beginnen we met de planning van onze tournee door Brazilië, om de film terug te brengen naar huis, naar de waar plek hij is opgenomen. En de meest bijzondere première die we daar kunnen bedenken is temidden van de ruïnes van Canudos. Toch hopen we dat een paar stevige regenbuien ervoor zorgen dat dat niet doorgaat. Het liefst doen we het aan de oevers van een goed gevuld stuwmeer, waarin Canudos weer diep onder water verscholen ligt.

Maar nu zijn we nog even in Nederland
En we hebben weer een dikke agenda. Aanstaande zaterdag vieren we de midzomernacht met De Zee van pelgrim Antonio in Leiden. Daarna een reis door Duitsland, en vervolgens is de film eindelijk weer in Amsterdam te zien (driemaal zelfs). Wat er daarna nog allemaal komt kun je lezen in de agenda hierboven. Mocht je mensen kennen die de film willen zien en die ergens wonen waar we langs komen, bazuin het gerust rond. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. En als je het leuk vindt om de trom te roeren kunnen we je zelfs een pakketje ansichtkaarten of flyers sturen. Schroom niet om contact met ons op te nemen.

Voor nu wensen we je van harte een mooie zomer toe!
Groeten uit de haagse duinen,

Mendel Hardeman & Susanne Dick

PS Vertoningen van De Zee van pelgrim Antonio kunnen overal plaatsvinden. Het enige wat we nodig hebben is een groep mensen en een witte muur. Lijkt het je leuk om zelf een vertoning op te zetten, of ken je iemand die zich daardoor aangesproken voelt? Neem dan contact met ons op. Ook als je niet zeker weet of je ideeën wel geschikt zijn. We denken graag met je mee.

IMG_0470

Foto: Neide Rigo

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Südkurier: “Diese Hoffnungsbilder zielen ins Herz”

Posted in Presse, Rundmails | Leave a comment

Stapvoets over de grens

Beste vrienden,

De Reizende Bioscoop heeft een paar mooie maanden achter de rug.
Sinds onze laatste nieuwsbrief in januari, waren er 21 vertoningen van De Zee van pelgrim Antonio. Wat vorig najaar klein begon in een paar huiskamers ging verder in filmhuizen, musea, kerken en plekken als het Nederlands Instituut voor Ecologie. En ook nog steeds in huiskamers – dat blijven toch de meest bijzondere vertoningen, en ook qua publieksaantallen doen ze het uitstekend.
In Sneek bleken er zelfs 40 mensen te passen in een kamer die op het eerste gezicht toch niet bijster groot leek – met na afloop feest tot diep in de nacht met prachtige friese muziek. Diezelfde week was het filmhuis in Wageningen, dat zelden uitverkocht is, met 77 plaatsen te klein voor de 89 mensen die op kwamen dagen.
Al deze vertoningen ontstonden vanuit het publiek zelf – vanuit mensen die de film hadden gezien of ervan hoorden, en vervolgens zelf een groep mensen bijeen brachten rond een witte muur. Want meer is er niet nodig om De Zee van pelgrim Antonio met anderen te delen.
We willen alle mensen die deze vertoningen mogelijk maakten nogmaals hartelijk danken! Zonder jullie was pelgrim Antonio blijven steken in een opgedroogde zee.

Over de grens
Zeven jaar geleden, toen we ons project begonnen met één van de eerste succesvollecrowdfunding-campagnes in Nederland, kregen we zoveel respons uit Duitsland (Susanne’s geboorteland) dat meteen helder was dat er ook een Das Meer des Pilgers Antonio moest komen. Toen we vorig jaar begonnen met ons experiment van crowdhosting, waarin we het publiek de hoofdrol wilden geven in de distributie van onze film, besloten we eerst in Nederland te beginnen en af te wachten hoe het zou lopen.
Nu het idee zelfs beter lijkt te werken dan we konden bevroeden, is de tijd rijp voor een uitbreiding. Wie de website van de film bezoekt vanuit Duitsland, Zwitserland of Oostenrijk komt nu automatisch terecht bij onze duitstalige trailer en site. Ook de ondertitels van de film zijn inmiddels vertaald.
Op 9 mei vertonen we Das Meer des pilgers Antonio voor het eerst in Uster (Zwitserland). Ook in Oostenrijk en Duitsland staan al vertoningen vast. We gaan proberen het sneeuwbaleffect dat we in Nederland meemaken ook daar te laten plaatsvinden.
Vreemd genoeg blijkt de grens tussen Nederland en Vlaanderen moeilijker te beslechten. Toch kwam ons ter ore dat er ook daar witte muren te vinden zijn. Dus mocht iemand contacten hebben in België, bij wie onze film goed zou vallen, dan horen we dat heel graag.

Stapvoets
Onze familie kent een traditie van gecompliceerde bevallingen. Maar de vloedgolf van tegenslagen die mijn jongste zusje sinds een paar maanden over zich heen krijgt, samen met haar man en hun pasgeboren zoontje, slaat echt alles. Een nachtmerrie waar we nauw bij betrokken zijn en die voor aardig wat nieuwe grijze haren zorgt.
Onze filmtournee die behoorlijk op de rails stond ging daarom even stapvoets verder. Alle reeds geplande vertoningen konden doorgaan, maar er was te weinig energie voor de nieuwe plekken waar we zijn uitgenodigd.
Inmiddels zijn we ons langzaam aan het herpakken. De komende weken hopen we weer op gang te komen en de planning van nieuwe vertoningen op te pakken.

Tegelijk dwingen deze gebeurtenissen ons om te focussen op de dingen die er echt toe doen. Ze stellen ons de vraag wat de bedoeling is van de tijd die we iedere dag gratis krijgen. Hoe kun je je leven zo vormgeven dat de dingen die het waardevolst zijn – en die zich niet laten vangen door meetbaarheid, geld en economie – niet naar de marge worden verdreven, maar juist het middelpunt mogen zijn van ons bestaan?

En nu komt opeens de zon tevoorschijn. Hij schijnt naar binnen, op mijn gezicht. Volgens mij wordt het een prachtige lente.

Precies. Dat wensen we jullie allemaal van harte toe. Een prachtige lente.

Hartelijke groeten uit de haagse duinen,
Mendel Hardeman & Susanne Dick

Filhas de Herculana

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Na zeven jaar: Film trailer nu online

Beste vrienden,

Na zeven jaar…
is nu eindelijk de Bioscooptrailer van onze film online.
Wie hem mooi vindt mag hem delen – via YouTube, Facebook of hoe je maar wilt.
En ook commentaar is natuurlijk van harte welkom…

Trailer-pic

Je kunt hem bekijken op: http://www.youtube.com/watch?v=PBMNuyJb9fA

Met hartelijke groeten,
Mendel Hardeman & Susanne Dick

.

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

De Reizende Bioscoop loopt!

Beste vrienden,

Een nieuw jaar. Van harte wensen we je dat 2014 een goed jaar wordt om in te leven, samen met alle mensen die je dierbaar zijn.
Voor De Zee van pelgrim Antonio lijkt dat wel te gaan lukken. Met blijdschap mogen we aankondigen dat vandaag onze 23ste en 24ste vertoningen werden bevestigd. En het worden er alleen maar meer.
Ik was juist begonnen te schrijven: “Op mijn kaart van Nederland leek het dat de film vooral in het midden van het land bleef hangen. Maar met Roermond, Asten en Eindhoven breiden we nu ook uit richting het zuiden. Alleen het Noorden laat nog op zich wachten.”
Maar nog voordat deze nieuwsbrief verstuurd kon worden kwam er zojuist een bevestiging uit Sneek. Alsof ze het gehoord hadden…

Het gehele overzicht staat onderaan dit bericht. Wees van harte welkom, en breng ook je vrienden, buurvrouw, neef of tuinman mee! De lijst verder verspreiden naar andere mensen mag natuurlijk ook…

Klap
Voor ons begon dit nieuwe jaar met een doffe klap. Afgelopen vrijdag werd een nogal kostbaar deel van de apparatuur van onze Reizende Bioscoop gestolen. De omstandigheden zijn nog steeds onbegrijpelijk en uiterst vaag. Het enige dat we weten, is dat iemand op een vreselijke manier misbruik heeft gemaakt van ons vertrouwen. Ook van de verzekering kunnen we niets terug verwachten.
Even was het onduidelijk hoe het nu verder moest met onze Reizende Bioscoop. Onder meer omdat de eerstkomende vertoning, overmorgen, nota bene gehouden wordt in de Euritmie Academie in Den Haag — de plek waar de diefstal plaatsvond. Gisteravond hebben we besloten het hele verhaal af te sluiten en onze plannen er verder niet meer door te laten beïnvloeden. Alle vertoningen gaan door zoals gepland, en voor de apparatuur wordt een passende oplossing gezocht. De financiële implicaties snijden redelijk diep, en we hopen dat zich ook daar een passende oplossing voor aandient.
Al met al geen vrolijk begin van het jaar. Gelukkig hebben we vandaag, 5 dagen later, voor het eerst niet meer het gevoel dat we er ziek van zijn.
En als 2014 al zó is begonnen, kan het eigenlijk alleen maar beter worden 🙂

Benieuwd
We zijn heel benieuwd waar deze filmtour ons nog allemaal gaat brengen. Het principe is heel eenvoudig. We brengen het filmkijken terug tot zijn pure essentie: een gezellige groep mensen bijeengekomen rond een witte muur. Meer is er niet nodig, en dus kan iedereen die wil zelf een vertoning opzetten. Bij elke vertoning wordt dit principe uitgelegd, en mensen die door de film geraakt zijn kunnen zich aanmelden om zelf ook een vertoning op te zetten. Op deze manier willen we zien of de film zijn eigen publiek kan vinden, omdat de mensen die zich door hem hebben laten raken hun netwerken voor hem openstellen. Als een sneeuwbaleffect, gedragen door het publiek, en helemaal buiten de bestaande distributiesystemen om.
Toen we begonnen ging het vooral om de vraag “kan zoiets werken?” Het principe was tenslotte door onszelf bedacht, en voor zover we weten nooit eerder op deze manier uitgeprobeerd. Daarom hebben we de tournee gekoppeld aan een onderzoek. Allerlei gegevens worden minutieus bijgehouden, o.a. door aan het publiek te vragen om een enquête in te vullen – een enquête die bij iedere vertoning weer anders is. Na verloop van tijd willen we een beeld hebben van “hoe dit soort sneeuwballen rollen”. We hopen dat die kennis en ervaring ons kan laten zien wat er mogelijk is voor onze toekomstige projecten.
Dat het idee werkt is inmiddels duidelijk. De sneeuwbal wordt steeds groter. Ook komt er steeds meer diversiteit in de soort plekken waar het publiek ons brengt. Wat begon in huiskamers, is nu al uitgemond in een uitnodiging van de Universiteit van Wageningen en vertoningen in een klooster, een flexwerkplek, en in Museon.
De vraag die zich nu aandient is: hoe lang blijft zo’n bal doorrollen? We bereiden ons inmiddels voor op het idee dat het misschien wel veel langer gaat duren dan we ons voorstellen. En tegelijk hebben we nooit eerder zo sterk het gevoel gehad gedragen te worden, in een richting die we nog niet kennen, maar waarvan we voelen dat het precies is waar we moeten zijn.
En dat geeft de burger moed.

We zullen jullie ook verder op de hoogte houden.

Met hartelijke groeten,
Mendel Hardeman & Susanne Dick

Maria Balbina

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Een experiment

Beste vrienden,

Vijf weken geleden begonnen wij met een experiment op het gebied van filmdistributie. Het was heel spannend, omdat niemand wist of het zou werken of niet. We hadden meer dan twee jaar op ons plan gebroed en echt de tijd genomen om het goed voor te bereiden. Eind september was het zover, en hielden we de eerste officiële vertoning van De Zee van pelgrim Antonio.

Na vijf weken mogen we concluderen dat ons experiment lijkt te werken. We begonnen met 4 vertoningen, in huiskamers en buurtcentra. Niet opgezet door onszelf, maar door mensen die de film wilden laten vertonen aan hun eigen kring. Onze Reizende Bioscoop kwam langs en vertoonde De Zee van pelgrim Antonio in aanwezigheid van de makers (wijzelf), en na afloop was er volop ruimte voor vragen en napraten. Binnen een paar weken waren er alweer 15 nieuwe aanvragen voor vertoningen, waarvan er nu 8 bevestigd zijn. En jullie zijn natuurlijk van harte uitgenodigd om te komen kijken!

Ons idee van crowdhosting, wat inhoudt dat het publiek zelf de vertoningen organiseert, lijkt dus aan te slaan. Deze aanpak is in Nederland volkomen uniek, en het was daarom wel even spannend of het zou werken.
Het idee is heel eenvoudig. Het ontstond tijdens onze laatste bezoek aan de Sertão, de streek in Brazilië waar de film werd opgenomen. We wilden aan de mensen die aan de film meewerkten laten zien wat we aan het maken waren. In kleine afgelegen gehuchten zonder water en electriciteit kwam het hele dorp na zonsondergang bijeen rond een witte muur om voor het eerst van hun leven een film te zien. Het waren de meest bijzondere vertoningen die we ooit hadden meegemaakt.
Terug in Nederland merkten we dat er binnen het bestaande systeem van filmdistributie eigenlijk nauwelijks ruimte is voor een film als deze, gemaakt door een niet-bekende filmmaker die een boterham wil verdienen en een publiek wil bereiken dat groter is dan een handvol mensen. Met de ervaringen uit Brazilië in ons achterhoofd vroegen we ons af: hoe kan het nou, dat het makkelijker is je film te vertonen op een plek waar je zelfs een generator mee moet brengen omdat er geen elektriciteit is – dan in een ontwikkeld land als Nederland?

Het antwoord lag in de eenvoud. In Brazilië hadden we maar twee dingen nodig: een witte muur en een groep mensen die de film wilden zien. Ook in Nederland zijn er genoeg witte muren – we hoefden alleen maar om ons heen te kijken in huiskamers, buurtcentra, kerken, scholen, verzin het maar. En meer dan voldoende mensen die deze film graag zouden zien als ze maar wisten dat hij bestond. De nodige apparatuur hadden we inmiddels zelf. Het bestaande systeem van filmdistributie, met dure bioscopen en veel tussenmannetjes die er geld aan moeten verdienen, was toen opeens volkomen overbodig. Daarnaast vindt het publiek het veel leuker om een film te zien in een gezellige omgeving, met leuke mensen, hapjes en drankjes, in aanwezigheid van de regisseur, met de mogelijkheid om uitgebreid na te praten – dan in een anonieme bioscoopzaal.

Eind september hielden we de eerste vertoning, opgezet door Andrea Damacena, die de film had gezien, er door was geraakt, en 23 vrienden en bekenden bijeenbracht voor een vertoning in haar eigen woonkamer.
In de weken daarop hielden we er nog drie, en het idee was om te proberen vanuit het publiek weer nieuwe vertoningen te laten ontstaan. Dat blijkt te werken. De eerste 4 vertoningen hebben nu alweer 8 nieuwe vertoningen voortgebracht – dus gemiddeld bracht iedere vertoning 2 nieuwe voort. En tellen we de afspraken die nog niet bevestigd zijn mee, dan is het zelfs meer dan een verdrievoudiging. Als dat zo doorgaat krijgen we het nog druk 🙂

Niet alle vertoningen liepen even goed. Na afloop hebben we telkens uitgebreid geëvalueerd, en juist van de mislukkingen mochten we het meest leren. Gelukkig waren er vooral heel veel positieve ervaringen, die ons steeds meer moed gaven.

Wie meer wil lezen over de film en de achtergronden van onze aanpak, kan terecht op de website. Daar is ook een trailer te zien.

Agenda
Hieronder vind je de nieuwe reeks vertoningen. Er is nog veel meer op komst. En mocht je het zelf een leuk idee vinden om een vertoning op te zetten, schroom dan niet contact met ons op te nemen. Op de website kun je er meer over lezen. Als je geen witte muur hebt brengen wij een groot scherm mee.groot scherm mee.

Hartelijke groeten en tot ziens!
Mendel Hardeman

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Na een lange stilte

Beste vrienden,

Na een lange stilte…
Met veel vreugde wil ik jullie laten delen in het heugelijke nieuws –

Onze film De Zee van pelgrim Antonio is AF, en klaar voor vertoning.
Ook het distributieplan is klaar en begint eind deze week.

Er is veel gebeurd sinds de laatste nieuwsbrief, die we stuurden aan alle mensen die ons project hadden gesteund. Als symbolische mede-opvarenden van De Boot van pelgrim Antonio waren jullie sinds 2008 betrokken bij de gebeurtenissen rondom onze film.
In 2011 viel er een lange radiostilte, die begon rond de geboorte van onze dochter Marlinde. Er bleef, naast ons gezinsleven en het verdienen van een boterham, weinig tijd over om aan de film te werken. Windstilte op De Zee van pegrim Antonio. Toch stonden onze gedachten en plannen niet stil. Begin dit jaar kwam er weer ruimte en werd het werk aan de film weer opgepakt. Hij is nogmaals volledig herzien, en is nu zo ver gerijpt dat we hem eindelijk uit kunnen brengen.

De Zee van pelgrim Antonio is in de afgelopen weken viermaal vertoond aan een klein besloten publiek, en de reacties waren overweldigend.
Het blijkt een film te zijn die mensen diep kan raken, met prachtige beelden en muziek, over mensen die leven in een wereld die zo anders is als de onze – maar die door deze film opeens heel dichtbij komen te staan. Met een verhaal dat zo wonderlijk is dat je soms maar moeilijk kunnen geloven dat het echt is gebeurd.

Reizende bioscoop
Geheel in de geest van pelgrim Antonio wordt de film uitgebracht door een reizende bioscoop, rechtstreeks aan iedereen die hem wil zien. Vertoningen vinden plaats overal waar ruimte is voor een groep mensen rond een witte muur. Iedereen die wil kan zelf een vertoning organiseren. Wij helpen daarbij, en de film komt dan hoogstpersoonlijk langs om zich te vertonen. In bioscoopkwaliteit. Is er geen witte muur, dan zorgen wij voor een groot scherm.
De eerste vijf vertoningen van de reizende bioscoop zijn inmiddels bevestigd, en er staat nog een lange serie in de planning. De eerste data vindt je onderaan deze email.

Wil je zelf de film uitnodigen voor een vertoning? We hebben het zo eenvoudig gemaakt dat iedereen het kan. Op de website kun je er meer over lezen.
De website van de film, met een trailer en meer informatie, is te vinden op www.antoniofilm.com

Met hartelijke groeten,
Mendel Hardeman

Landinho Pé de Bode

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Een kindje

Lieve mensen,

In ons raam hangt een kerstster, die iedere avond brandt.
Marlinde is nu bijna zes weken oud en heeft hem een paar dagen geleden ontdekt. Met ogen vol verwondering aanschouwt ze de ster, soms minuten lang.

Met deze foto wensen we jullie allemaal hele mooie en fijne kerstdagen,
en een nieuw jaar met steeds opnieuw ruimte voor verwondering.

Hartelijke groeten van
Mendel, Susanne en Marlinde

Ster in oog

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Openluchtbioscoop in de Sertão

Beste allemaal,

Uit de vele reacties die we op onze laatste brief mochten ontvangen kwam één ding heel duidelijk naar voren: Iedereen was benieuwd naar het verloop van de openluchtbioscoop in de sertão.
Ook wij waren benieuwd. Technisch bleek het allemaal nog niet zo eenvoudig – vooral de vraag “waar vinden we een generator”. Je zou verwachten dat in een streek waar veel mensen geen stroom hebben er toch wel iemand moet zijn die een generator heeft – maar dat viel enorm tegen. Na lang zoeken hebben we er uiteindelijk een gevonden, die we gratis mochten lenen als we hem op onze kosten zouden laten nakijken. Niemand kon zich namelijk meer herinneren wanneer hij voor het laatst was gebruikt.

Het was zaterdag en we gingen op weg.
De apparatuur, twee grote taarten, heel veel frisdrank en wijzelf pastten precies in de auto. Het rijden op zich ging alleen niet zo eenvoudig. De auto was van onze bevriende chauffeur Cristiano, en een week eerder was een grote aasgier tegen de voorruit opgevlogen. Het arme beest was op slag dood, en de ruit bestond sindsdien uit duizenden stukjes glas die dankzij de anti-versplinter-folie nog net aan elkaar hingen, en waar je met mooi weer redelijk goed doorheen kon kijken. Maar het begon te motregenen, en omdat ruitenwissers enkel werken op gladde ruiten moest Cristiano een goed deel van de reis afleggen met zijn hoofd door het zijraam. Gelukkig was het niet koud.

Rasinho
In Rasinho aangekomen stopten we naast de kerk. Kerken hebben hier altijd mooi witgekalkte buitenmuren, en zijn dus bij uitstek geschikt voor een openluchtbioscoop. We bouwden onze spullen op en gingen langs de huizen om de mensen uit te nodigen voor de filmvertoning, ‘s avonds net na zonsondergang. Twee weken eerder waren we hier ook al geweest, om te vertellen dat we zouden komen, maar nu bleek dat veel mensen ons toch niet écht hadden geloofd…
We hadden muziek opgezet van één van de muziekgroepen waarmee we de week daarvoor hadden gewerkt (waarover zo dadelijk meer), en toen begon het kale stukje grond naast de kerk langzaam vol te stromen. Iedereen had z’n mooiste kleding aangetrokken. Otacila, de 72-jarige vrouw die in onze film 15 kilo brandhout op haar hoofd draagt, kwam al dansend naar ons toe. Dit was haar favoriete muziek. Er werden banken em krukjes aangesleept, en toen het donker was en we begonnen waren er zo’n 40 man.
We vertelden in het kort over onze reis van twee jaar geleden. Dat we ons zo thuis hadden gevoeld in hun dorp dat we nu terug waren gekomen, en hen daarvoor van harte bedankten. En nu wilden we ze graag de films laten zien die we toen in hun dorp hadden gemaakt.
Toen de film eenmaal draaide groeide het publiek snel. In het donker hebben we 72 mensen kunnen tellen. Er werd veel grapjes gemaakt, er werd veel gelachen, men was ook zeer geïnteresseerd in de beelden uit andere dorpen – die dan ook overvloedig van commentaar werden voorzien – kortom, de mensen hadden echt plezier.

Toen de film was afgelopen was het meteen pikkedonker. De koplampen van de auto werden aangezet, er meldden zich een paar vrijwilligers om taart te snijden en frisdrank in te schenken, de muziek speelde weer, en iedereen straalde en had een grote glimlach op z’n gezicht. Zo’n groot feest hadden ze in Rasinho nooit eerder gezien. De kinderen waren meteen naar de witte muur gerend waarop zich zojuist nog van alles had afgespeeld. Ze drukten zich tegen de muur aan, bewogen zich erlangs en speelden dat ze zelf ook in de film waren. Otacila danste zo uitbundig dat ik het niet kon laten, en voor het eerst van mijn leven met een overgrootmoeder heb gedanst. Mané Cantinho – de 93-jarige opa die in de film zijn gestorven koe stroopt en door zijn kleinzoon wordt geplaagd met verhalen over haaien die hem op komen eten als de profetie van Conselheiro uit zou komen en de Sertão een zee wordt – kwam ons meerdere malen met tranen in de ogen bedanken. Hij was één van de mensen waarvan we bang waren geweest dat hij er misschien niet meer zou zijn, maar wat blijkt: hij is nu 95 en gaat nog net zo hard op zijn paard achter de koeien aan als hij zijn hele leven al doet.

Op weg naar Rasinho waren we, zo’n tien kilometer vóór het dorp, bergen opgestapelde electriciteitspalen tegengekomen die langs de weg lagen. Het lijkt erop dat de electriciteit die al jaren geleden beloofd was nu toch echt aangelegd gaat worden. Bij ons volgende bezoek zal het leven in Rasinho volkomen veranderd zijn, en we zijn blij voor de mensen die hier zolang op hebben gewacht – maar toch vult het ons ook met weemoed.

Ongeluk
De volgende ochtend vertrokken we naar Rio do Vigário, waar we aan het begin van de middag verwacht werden bij João de Salu (de man met de waterwagen). Dertig kilometer onverharde weg, tien kilometer snelweg en dan nog eens twintig kilometer onverhard – maar op de snelweg ging het mis. Niet met ons, maar met een motorrijder door een grote vrachtwagen van de weg was afgegooid, en nu al twintig minuten in de berm lag. Susanne en ik zouden hem nooit gezien hebben – hij lag aan de overkant, waar de berm steil naar beneden liep, en was een aantal meter naar beneden gerold. Bij de botsing was het zadel van zijn motor op de weg terecht gekomen, de rest was samen met hem naar beneden gevallen en vanaf de weg nauwelijks te zien. Maar Cristiano, die jarenlang motor-taxi had gereden, begreep bij het zien van het zadel meteen wat er was gebeurd: de nachtmerrie van iedereen die met een motor zijn geld verdient. Hij sprong op de remmen en zette de auto langs de kant.
Op deze weg rijdt niet veel verkeer. Misschien zo’n 10 a 15 vrachtwagens per uur, en 5 personenauto’s of nog minder. Vrachtwagens zijn berucht om hun onvoorzichtige rijstijl. Een groot deel van de vele doden die er hier op de wegen vallen zijn daaraan te wijten, en het ergste is nog dat een chauffeur zelden stopt als hij een ongeluk veroorzaakt. Hij is lekker groot, zit hoog en droog in zijn cabine en heeft er niets van gevoeld. Waarom zou hij zich er iets van aantrekken? Het slachtoffer stond in de weg.

We gingen naar de man toe. Zijn motor lag een heel eind verderop in de stekelige bosjes, z’n schoenen waren ver naar beneden gerold en zelf was hij tegen een boom geknald en halverwege blijven liggen. Hij kreunde van de pijn, mompelde onverstaanbare woorden en wees naar zijn mobieltje dat een eindje lager lag. Blijkbaar had hij geprobeerd iemand te bellen maar was het uit zijn handen gegleden, verder de helling af. Hij kon er niet meer bij. Ik pakte het toestel. Het nummer dat hij had ingetoetst stond er nog in. Ik probeerde het te bellen, maar er was natuurlijk geen bereik.
We wisten niet wat we moesten doen. Hoe ernstig waren zijn verwondingen? Konden wij hem vervoeren of moesten we wachten op professionele hulp? Maar hoe lang zou dat dan duren? Hij bloedde niet maar had wel duidelijk een aantal gebroken ribben en misschien interne bloedingen. Ook was hij niet erg helder bij bewustzijn, op sommige momenten leek het alsof hij bijna bewusteloos raakte. We bleven met hem praten en probeerden een paar vrachtwagens aan te houden, maar die gaven allemaal aan dat ze van hun werkgever uit veiligheidsoverwegingen niet mochten stoppen. Na en minuut of tien kwam er een brommer langs. Die stopte wel. Hij begreep meteen wat er aan de hand was en racete door naar Bendegó, een dorpje zo’n 20km verderop waar een politiepost is en vanwaar een ambulance gebeld kon worden. Maar dan zou het nog minstens een uur duren voordat die er kon zijn. We besloten te proberen de man in onze auto te laden. Die was helemaal volgepakt met apparatuur, taart en frisdrank, maar na enig gepuzzel was de bijrijdersstoel zo achterover gedraaid dat de man er bijna horizontaal in kon liggen. Samen droegen we hem naar de auto en Cristiano ging er in volle vaart vandoor. Voor Susanne en mij was geen plek meer, we bleven achter. Maar nog geen minuut later stopte er een fonkelnieuwe auto, zoals je die in de sertão maar zelden ziet. Achter het stuur zat een gemeenteraadslid uit Bendegó, met een assistent. Hoe die zo snel op de hoogte konden zijn is ons een raadsel: politie of ambulance waren nog niet eens onderweg maar hij stond paraat om zijn diensten aan te bieden. Dat kwam mooi uit want we mochten mee, achter Cristiano aan.
Je zou de hoofdtaak van een politicus kunnen omschrijven als “Populair zijn en populair blijven”. Daarvoor hoef je hier niet aanwezig te zijn bij raadsvergaderingen. Nee, het is juist belangrijk dat je je zoveel mogelijk onder de mensen begeeft en overal antennes en voelsprieten hebt. Dan kun je op het juiste moment als een duveltje uit een doosje tevoorschijn komen als redder voor mensen in nood. De ambulance is vaak kapot, en de politie komt meestal niet opdraven omdat de benzine op is en het geld ervoor ergens in een ambtelijke molen is blijven hangen. Als slimme politicus zorg je er niet voor dat de politie benzine krijgt om haar werk te doen, of dat er een deugdelijke ambulance is – nee, je gaat er als een superheld zélf op af. Is er een ernstig ongeluk gebeurd, dan heb je een goede dag. Je zorgt ervoor dat jij er als eerste bent om het slachtoffer te helpen. Is hij dood, dan regel je dat de gemeente zijn begrafenis betaalt. Leeft hij nog, dan breng je hem naar het ziekenhuis waar je hem regelmatig komt bezoeken. In beide gevallen kun je bij de volgende verkiezingen rekenen op een flink aantal stemmen van zijn familie en vrienden.
Nu had meneer de politicus pech. Cristiano was er al met het slachtoffer vandoor.

De politie in Bendegó kon Cristiano niet helpen, dus besloot hij verder te rijden naar Canudos (nog eens 20km over een zeer slecht begaanbare weg). Halverwege kwam hij de ambulance tegen en werd de gewonde man overgedragen. Hoe het hem daarna is vergaan weten we niet.

Pas tegen het vallen van de avond kwamen we aan in Rio do Vigário, waar we de openluchtbioscoop opbouwden. De sfeer was fijn, maar heel anders dan de avond ervoor in Rasinho. In de film kwamen mensen voor die sinds ons bezoek twee jaar geleden gestorven waren: een oude vrouw die in de keuken koffie zet en telkens haar ondeugende geit naar buiten moet jagen, en een jonge vrouw van 24 jaar. Wij wisten niet hoe men hierop zou reageren, maar uiteindelijk was iedereen heel blij met de beelden. Overal hoorden we mensen mompelen: “Ja, precies. Zo was ze.” “Dat was typisch haar manier van praten.” Foto’s zijn hier zeldzaam, en dan vaak zo gestyleerd dat ze volkomen losstaan van de dagelijkse werkelijkheid. Het was dus heel bijzonder dat ze hun overleden moeder, oma, tante, opeens levensgroot in haar eigen keukentje zagen staan.

Ook nu werd er gelachen en beleefde men veel plezier aan het verzinnen van commentaar bij de beelden, maar toch was de sfeer meer introspectief dan de vorige avond. We telden 68 mensen, bijna het hele dorp.
Onze Openluchtbioscooptournee was boven verwachting geslaagd. Wat voor ons nog het allermooiste was, was het gevoel dat we na twee jaar afwezigheid weer terug waren bij oude vrienden. Men was ons niet vergeten, we waren bij iedereen welkom op een zeer hartverwarmende manier, iedereen straalde en allemaal waren we werkelijk blij elkaar weer te zien. Men was verbaasd dat we onze belofte om terug te komen daadwerkelijk nakwamen – we hadden twee jaar geleden immers gezien hoe “moeilijk, vies en lelijk” het leven in de Sertão was, en veel mensen hadden zich onzeker gevoeld omdat ze wisten dat wij een levensstandaard gewend waren die zij ons onmogelijk konden bieden. Maar het was duidelijk dat dat er allemaal niet toe deed; het was totaal onbelangrijk; we waren vrienden geworden en kwamen terug – en beloofden zelfs dat dit niet de laatste keer was.

Muziek
Zoals jullie boven konden lezen, hebben we een aantal dagen samengewerkt met musici die wonen aan de oevers van het stuwmeer.
We trokken drie dagen op met Landinho, een gepensioneerde visser die daarnaast zijn hele leven al “Pé-de-Bode” speelt (letterlijk: Geitenpoot) – een ouderwets soort accordeon met maar 8 bassen. Een instrument dat al decennia niet meer wordt geproduceerd, maar gelukkig zijn er in de sertão nog mensen die hem kunnen repareren als hij stuk is. Landinho was tot een paar jaar geleden volkomen onbekend buiten de streek waar hij woont, tot hij werd “ontdekt” door een jonge muziekproducent uit Salvador. Nu geeft hij ieder jaar een groot concert tijdens de Juni-feesten op het oude historische plein van Salvador, heeft hij al een landelijke prijs voor traditionele muziek in de wacht gesleept, en zijn tweede CD verschijnt binnenkort. Zijn band – “Landinho Pé de Bode” – bestaat uit hemzelf met drie begeleiders: Zabumba (een grote diepe trom), een tamboerijn, en Olimpio op de triangel. Deze triangel is weliswaar exact dezelfde als de triangels die iedereen in Nederland kent van “vroeger op school, toen je klein was”, maar in de sertão is de speeltechniek zodanig verfijnd dat het echt een volwaardig instrument is geworden – waar je mond bij open valt. Hij wordt bespeeld met twee handen: de ene om zo snel mee te slaan dat je de beweging nauwelijks met je ogen kunt volgen, en de andere om het metaal op verschillende manieren te dempen, zodat iedere tik weer anders klinkt. Het ritme ontstaat door een opeenvolging van verschillende “demppatronen”.

Landinho en zijn vrouw. Zij maakt een visnet.

Voor de film hebben we gewerkt met Landinho solo. Hij speelt, vertelt, en gaat in zijn gepensioneerde vissersboot met ons op zoek naar de plaats waar de ruïnes van het oude Canudos liggen, onzichtbaar verscholen onder 13 meter groenig water.

Ook werkten we met de Banda de Pífanos de Canudos Velho – vrij vertaald, de Indiaanse Fluitenband van het Oude Canudos. Een vader en 3 zoons, allen vissers op het stuwmeer, die als bijverdienste tijdens dorpsfeesten door de straten gaan en muziek spelen op twee fluiten en twee trommels. Veel tijd hadden we niet met om met hen te werken, want tijdens ons verblijf werd het feest van de beschermheilige van Bendegó gevierd – een feest dat dertien dagen duurt en waar zij traditiegetrouw dertien dagen lang van half zes ‘s ochtends tot ver na middernacht voor muziek zorgen. Uiteraard hebben ze af en toe pauzes om te eten en te slapen, maar ik ken in Nederland geen musicus die het uithoudingsvermogen heeft om zoveel uur aan een stuk zoveel muziek te maken. Tijdens onze opnamen kwam dat prima van pas: toen wij na een paar uur voorstelden om even te pauzeren begrepen ze niet wat we bedoelden. De weinige tijd die we hadden werd dus goed benut.
En met hun muziek komt de sfeer van de film al een heel eind…

En de film…?
Inmiddels zijn we weer thuis. Ik heb mijn best gedaan om een positieve brief te schrijven, maar zoals jullie uit de vorige brief hebben gemerkt was dit geen makkelijke reis. Toch zijn we heel blij met het materiaal waar we mee thuis kwamen. De leemtes die de film nog had leken hiermee overtuigend opgevuld. Ik ben meteen aan het monteren geslagen, want 4 weken na thuiskomst werd de film al in zijn nieuwe vorm vertoond in Zürich. Ik kan zeggen dat hij nu eindelijk een duidelijke kop en staart heeft.

De ontwikkeling van deze film is een lang verhaal geworden. Begin 2008 hielden we onze eerste “Boot-avonden”, waarin we vertelden over onze plannen en verhalen. Ik zou deze film kunnen vergelijken met een levend, groeiend wezen – een mensje dat door onze handen mocht ontstaan – en waar veel andere mensen zich bij betrokken hebben gevoeld. Vanaf het allereerste begin van de zwangerschap, via de geboorte en de kindertijd tot aan de vertoningen vorig jaar september en november, die ik nu als puberteit zou bestempelen. Alles wat hij in zich draagt was er eigenlijk de hele tijd al, maar kwam nog niet helder en duidelijk genoeg tot uiting. Maar nu is hij bijna volwassen, en ik verwacht dat hij me in de komende maanden komt vertellen dat hij de wereld in gaat.
Zijn uiteindelijke titel wordt De Zee van Pelgrim Antonio.

We houden jullie van verdere ontwikkelingen op de hoogte!
Tot ziens
en geniet van de mooie zomer!

Mendel en Susanne

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

De sertão is groen

Beste allemaal

Na een lange reis die meer leek op een hordenloop vol obstakels –
– onophoudelijke stortregens die half Salvador onder water zetten, waardoor we ondanks veel heen- en weerwaden een week lang nauwelijks iets konden uitvoeren; een gebroken vulling die pas na een week gerepareerd werd; en toen we eindelijk op weg waren naar de Sertão, een maag- en darminfectie die ons beiden dwong halverwege uit de bus te stappen en 6 dagen aan bed gekluisterd hield – nota bene in een stad waar op dat moment een soort 5-daags Carnaval werd gevierd, met hele nachten muziek, geschreeuw en getoeter. Grote rondrijdende podia met dreunende live-muziek, waarbij je altijd minstens 4 verschillende groepen tegelijk hoorde – terwijl wij alleen maar wilden slapen, het niet konden, maar ook te zwak waren om verder te reizen…
– zijn we nu dan toch in de Sertão aangekomen.

En de Sertão is groen.
Rond Pasen heeft het veel geregend. De lucht is zwanger van de kruidengeur, overal waar je kijkt zie je kleine bloemetjes en je hoort vogels vliegen en fluiten.
Gisteren waren we in Rasinho, één van de dorpen waar we tijdens onze vorige reis hebben gewoond. Het dorp van Otacila, de vrouw die in de film brandhout gaat halen. Nog nooit in ons leven hebben we zoveel nieuwe fruitsoorten leren kennen – allerlei verschillende cactusvruchten, de ene nog vreemder gekleurd dan de andere, en boomvruchtjes die zo lekker waren dat we niet van ophouden wisten. Gebraden maïskolven, een hoeveelheid watermeloenen waar geen einde aan kwam. Terwijl we volgens Otacila eigenlijk te laat waren – van de meeste vruchten was het seizoen al voorbij.
s’Avonds kwamen we terug met ronde buiken, een fles wilde honing en een pompoen. Wat een verschil met de droogte!

Toen we hier in de droogte waren hoorden we vaak vertellen van het Paradijs waarin de Sertão veranderd als het geregend heeft. We mogen het nu zelf zien, horen, ruiken en proeven. En het is waar. Een paar maanden lang leven de mensen in grote overvloed – er is veel te veel om op te kunnen. En dan is het weer voorbij…
De komende weken hopen we nog een aantal scènes te filmen, waarmee onze film eindelijk afgesloten kan worden. En, het belangrijkste van alles: volgende week is er in Rasinho en in de andere dorpen waar we waren Openluchtbioscoop. Met een generator en een beamer houden we een kleine tournee, om bij het vallen van de avond scènes te vertonen die we tijdens ons vorige bezoek hebben opgenomen.
We zijn benieuwd wat voor reacties we krijgen… We zullen erover berichten in onze volgende nieuwsbrief.

Rest ons jullie allemaal een mooie lente toe te wensen!
Hartelijke groeten uit de Sertão,

Mendel en Susanne

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Witte muren in Canudos

Beste vrienden en medeopvarenden van de Boot van Conselheiro,

Allereerst wensen we een ieder van harte een gezond, kleurrijk en vervulllend 2010.
En aan het begin van dit jaar willen we jullie graag op de hoogte brengen van de stand van zaken rondom de Zee van Conselheiro.
Zoals jullie weten heeft Mendel het afgelopen jaar benut om uit de bergen materiaal die we in de Sertão hebben verzameld een film te maken. In september werd hiervan de eerste “proefversie” vertoond. Ons doel was, te zien hoe het publiek zou reageren op de film, en hoe de vele lagen en vertellijnen die daarin een rol spelen over zouden komen.
Het verhaal speelt zich af in zowel het heden als het verleden; in dromen en in werkelijkheid; en het gaat over aan de ene kant enorme droogte, en aan de andere kant onvoorstelbare watermassa’s die een hele streek doen verdwijnen. Het bleek niet eenvoudig te zijn om deze tegenstrijdige elementen te laten samenvloeien in één enkele film, en er tegelijk voor te zorgen dat de kijker de draad niet kwijt raakt.
Uit de reacties bleek dat we op de goede weg waren maar dat er nog veel werk aan de winkel was. Wie wilde kon bij de uitgang zijn telefoonnummer achterlaten, zodat we ze later een paar vragen zouden kunnen stellen over hoe men de film hadden beleefd – hoe (on)duidelijk bepaalde dingen uit de verf kwamen, en hoe de opbouw, inhoud en spanningsboog werkten. Bijna de helft van het publiek heeft zich hiervoor opgegeven, zodat het een hele klus werd om iedereen daadwerkelijk te spreken. Deze gesprekken leverden een lange lijst punten en vraagtekens op, op basis waarvan we weer aan het werk konden gaan.
Na twee maanden was in november een nieuwe versie van de film klaar. Ook deze werd weer vertoond. De septemberversie had 2 uur geduurd, nu waren er nog 91 minuten over. Ditmaal waren de meeste mensen in de zaal voor ons onbekenden, en de reacties waren overweldigend positief.
Na nogmaals een telefonische vragenronde is nu duidelijk, hoe het met de film verder moet – wat er nog nodig is, voordat hij “helemaal af” genoemd kan worden. En ook is het nu tijd om op zoek te gaan naar een producent: iemand die de film verder kan begeleiden in zijn laatste ontwikkelingsstappen; die de geldbronnen kent die nodig zijn om deze stappen uit te voeren; en die weet, hoe de film zijn publiek kan vinden. We zoeken nu twee producenten, één in Nederland en één in Duitsland. Het is de bedoeling dat de film in de nazomer van 2010 klaar is voor distributie. Maar voordat het zover is, moet er nog het een en ander gebeuren…

Openluchtbioscoop in de Sertão
In april vertrekken we weer, om nogmaals een maand in de Sertão te zijn. Het plan is om een projector mee te nemen en rond te trekken langs de dorpen waar de filmopnamen zijn ontstaan, om de mensen de film te laten zien – ‘s avonds in de open lucht, geprojecteerd op een witte muur. We zijn heel benieuwd naar de reacties… dit wordt veruit het spannendste moment van het hele proces van het maken van de film.
Daarnaast willen we nog een aantal nieuwe opnamen maken die aan de film zullen worden toegevoegd, om de historische kant van het verhaal beter uit de verf te laten komen.
Ons plan voor een “openluchtbioscoop” dient tegelijk als een soort try-out voor onze toekomstplannen: we willen zien of het mogelijk is een langerduriger project in de Sertão te organiseren, rondom het thema droogtebestendige landbouw. Één van de grote problemen van de mensen in de Sertão is dat het heel moeilijk is te leven van wat je zelf produceert. Als je er om je heen kijkt zie je weliswaar dat alles is volgegroeid met planten en bomen die ondanks het weinige water groeien, bloeien en vrucht dragen. Maar jammer genoeg is de mens vaak vergeten hoe je de kracht van deze bestaande planten kunt gebruiken. We hebben een organisatie leren kennen die samen met kleine boeren onderzoekt hoe je met weinig water en eenvoudige middelen het land toch op een rendabele wijze kunt verbouwen – bv., door nieuwe irrigatietechnieken die met weinig water heel effectief zijn, en soorten bonen of maïs die bijna zonder water kunnen leven. Een fascinerend project waarvan we geloven dat het de mensen daar ook echt iets brengt.
Maar het is soms moeilijk om gewoonten te veranderen – dat kennen we van onszelf maar al te goed. Veel boeren staan nogal skeptisch tegenover zo’n project, omdat ze “nieuwe gewoonten” wantrouwen, en ook omdat de mensen die deze mogelijkheden propageren vaak van buiten komen. We ontmoetten een boer die als enige in zijn dorp deelneemt aan dit project. Hij liet ons zien hoeveel werk het is en hoeveel meer planning er nodig is – maar ook, dat hij als enige in zijn dorp echt van zijn eigen werk kan leven. En omdat het hem lukt hoeft zijn zoon niet weg te trekken naar de grote stad. In de stad zou hij enkel één van miljoenen sloppenwijkbewoners worden – die het liefst thuis waren gebleven als dat had gekund…
Ons idee is om samen met boeren die aan dit project deelnemen een serie korte films te maken. Daarin kunnen zij laten zien wat ze anders doen, en waarom; hoe ze ertoe gekomen zijn hun twijfel en wantrouwen te overwinnen, en wat het hen heeft opgeleverd. Deze films kunnen dan in alle dorpen worden vertoond, als openluchtbioscoop, zodat het publiek deze “nieuwe” mogelijkheden leert kennen via mensen zoals zij, die leven zoals zij.
We willen onze reis in april gebruiken om uit te vinden of dit idee daadwerkelijk in de praktijk zou kunnen functioneren.

Tot slot
Natuurlijk zullen we jullie op de hoogte houden van alle ontwikkelingen. We wensen iedereen nog een mooie dag, en geniet van de winter! Hartelijke groeten,
Mendel & Susanne

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Nogmaals dromen van de zee

Lieve allemaal,

Bij deze, de beloofde herkansing. Voor iedereen die er vorige maand bij wilde zijn en niet kon, en voor hen die hem nog een keer willen zien:

HET DORRE LAND BRACHT MENSEN VOORT DIE DROOMDEN VAN DE ZEE
vrijdag 20 november om 20.00 uur.
in Teatro Munganga – Schinkelhavenstraat 27hs, 1075VP, Amsterdam.
Entree gratis, bij de uitgang staat een hoed.

In verband met beperkte ruimte is reserveren noodzakelijk. Reserveringen kunnen per
email aan mij doorgegeven worden.

Reacties uit het publiek:
“Een heel bijzondere film, over heel bijzondere mensen.” “Fantastisch! Schitterend!”
“Indringend, met veel liefde gemaakt. En met humor…”
“Ik heb zelden zó veel zó mooie beelden gezien in één enkele film!”

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Radio Nederland Wereldomroep

Vorige week op Radio Nederland Wereldomroep: een gesprek met Mendel Hardeman, over zijn relatie met Canudos en het ontstaan van de film.
De reportage (in het Portugees) kun je hier als tekst nalezen

of terugluisteren (8 minuten):

Posted in Nieuwsbrieven, Pers | Leave a comment

Het dorre land bracht mensen voort

Beste allemaal,

Het is zover. De film waar ik al een paar jaar aan werk nadert het punt waarop hij aan een publiek getoond kan worden.
Daarom is iedereen die interesse heeft van harte uitgenodigd om te komen kijken naar de eerste vertoning van:

HET DORRE LAND BRACHT MENSEN VOORT DIE DROOMDEN VAN DE ZEE
zaterdag 26 september om 19:30
in theater De Ruimte / Muzenis – Cliffordstraat 38, 1051GV, AmsterdamV
entree: 8 euro

Mensen die dit project gesteund hebben dmv. Boot van Conselheiro krijgen een vrijkaartje. Als je per email laat weten dat je wilt komen zet ik je naam op de lijst.
Tot ziens!

Over de film:
In de nacht van 12 maart 1969 verdween het dorpje Canudos, in het dorre binnenland van Noordoost-Brazilië, onder water. De plaats waar 70 jaar eerder in een bloedige oorlog duizenden arme boeren door het leger werden gedood, verdween hiermee voorgoed van de kaart. Deze “binnenlanders” hadden zich verzameld rondom een charismatisch prediker, die hen vertrouwen had gegeven in een betere toekomst, en moesten deze droom met hun leven bekopen.
Wie was toch die rondtrekkende pelgrim, in zijn grote blauwe mantel, die lang geleden verkondigde dat de dorre woestijn in een zee zou veranderen? En zijn volgelingen – hoe zagen zij dat voor zich? De meesten van hen hadden hun hele leven doorgebracht in deze dorre woesternij, waar water uiterst schaars is, en hadden de zee nooit met eigen ogen gezien.

HET DORRE LAND BRACHT MENSEN VOORT DIE DROOMDEN VAN DE ZEE is een film over dromen in heden en verleden, en het begin en einde van alle dingen. Over water en droogte, en de schoonheid en kracht van mensen die leven in één van de meest vergeten plekken van deze aarde.

Deze vertoning is mede mogelijk gemaakt door het Leergeldtraject van de Economische Werkplaats van Stichting Muzenis ism. het VSBfonds.

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Alvast een uitnodiging

Dag beste allemaal

Alvast…
Bij deze nodig ik jullie van harte uit om op 26 september te komen kijken en deze avond alvast in je agenda te zetten :
HET DORRE LAND BRACHT MENSEN VOORT DIE DROOMDEN VAN DE ZEE
is de filmische uitwerking van onze verzameling beelden en verhalen uit het droge Noordoosten van Brazilië, een film waar ik nu al bijna 2 jaar aan werk.

Een mooie zomer toegewenst, en tot ziens!
Mendel

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

300 goat bells

During the past 2 years Mendel Hardeman has been working on a series of video projects about the Brazilian North-Eastern desert and specially the history of the village of Canudos.
This work has previously been presented in the form of a video-installation – de Zee van Conselheiro, with hundreds of goat bells.
Next step in the series is a film titled The children of the barren land dream about the sea. Part of the soundtrack is made of goat bell sounds. Their ringing, faraway and close, fills the air in the region of Canudos, day and night.
Percussionist and improvisor Toma Gouband has joined this project to create the soundtrack. As part of this process, on Thursday 23rd of April – 20h30, Toma will be on stage finding his way through 300 goat bells from the Brazilian desert, as a live-improvised soundtrack to a compilation of images from the movie-in-progress.

Be there!

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

De boot vaart verder

Beste vrienden,

graag wil ik jullie verslag doen van de gebeurtenissen van het afgelopen half jaar, omtrent De Zee van Conselheiro.

In september was de vertoning van de eerste versie van de verhalenruimte – De Zee van Conselheiro, in het festival Klanken aan het IJ in Amsterdam. Het was een wandeling op blote voeten door de zandvlakte van de Sertao, door een doolhof van geitenbellen. Langs de route waren overal kleine zithoekjes ingericht, waar je een persoon uit de Sertao kon bezoeken – even deel worden van zijn leven in de droogte en zijn dromen van de zee. Een wandeling die eindigde met natte voeten – de bouw van het stuwmeer, de zee die écht kwam. Daar stond het publiek met blote voeten in het water, terwijl de videobeelden door het water heen op de wand werden geprojecteerd. Door hun bewegingen veroorzaakten de bezoekers kleine golven in het water, waardoor de videoprojectie aan de muur meegolfde. Zowel kinderen als volwassenen hebben hier, midden in het soms wel zware thema, veel plezier gehad.
Jammer genoeg was de informatie aan het publiek door het festival uiterst slecht geregeld, waardoor de meeste mensen ons niet hebben weten te vinden. Dit was erg frustrerend. Er kwamen veel minder mensen dan verwacht.
Maar voor hen die er wel waren was het een groot succes. Een paar reacties uit het gastenboek:

“Een schrijnend, intens, bijzonder verhaal.”
“Indrukwekkend. Mensen in al hun eenvoud, met veel liefde en respect gemaakt. We nemen dit mee in ons hart.”
“Ik word er stil van, het is een klank aan het IJ die me lang bij zal blijven.”
“Hopelijk wordt ‘t een keer uitgezonden.”
“Ik heb dorst!”

Dit alles was er niet gekomen zonder de steun van onze achterban – De Boot van Conselheiro. We hebben heel veel hulp mogen ontvangen in de vorm van geld, spullen en fysieke inspanning, vanuit Nederland en Duitsland. Nogmaals hartelijk dank aan allen die hieraan bij hebben gedragen.

Het dorre land bracht mensen voort die droomden van de zee
Toen de verhalenruimte werd gemaakt was ongeveer 1/4 van de enorme berg beeldmateriaal uit Brazilië verwerkt. Voor de rest was veel meer tijd nodig. Naarmate ik me daar dieper mee bezig ging houden kwam ik tot de conclusie dat het een veel langer-termijn project gaat worden dan we aan het begin hadden gedacht. En ook, dat de primaire presentatievorm eigenlijk een film zou moeten zijn. De verschillende lagen van het verhaal kunnen in de structuur van een film veel dieper met elkaar communiceren dan in een ruimte.
Toch hebben we gemerkt dat de intimiteit van de verhalenruimte de bezoeker veel dieper kan raken, omdat de verhalen en mensen om wie het gaat heel dichtbij komen. Daarom is het plan voor verdere uitwerking van de verhalenruimte niet verdwenen, maar wel naar de toekomst opgeschoven. Film en verhalenruimte zullen samen verder groeien.

Het dorre land bracht mensen voort die droomden van de zee – is de voorlopige titel van deze film. In de zomer hoop ik de nieuwste versie hiervan af te hebben. Oorspronkelijk wilde ik in april al zo ver zijn, maar in de praktijk valt mijn werk als tolk/vertaler niet altijd goed te combineren met het maken van een film. Het vordert langzaam – maar gestaag. Als deze versie er is wil ik daarmee proberen interesse te wekken in de televisiewereld. Er zijn al kontakten met Das Kleine Fernsehspiel in Duitsland (ZDF/ARTE), en ik hoop op een samenwerking met een Nederlandse omroep.

De Boot van Conselheiro vaart verder
Want er ligt nog een hele mooie weg voor ons. Daarom bij deze alvast een vooraankondiging van de volgende Avond van de Boot van Conselheiro. De exacte datum volgt nog, maar het wordt waarschijnlijk een vrijdag- of zaterdagavond in de tweede helft van september, in Amsterdam. Daar zullen we de film-in-wording vertonen, vertellen over onze verdere plannen, en er komt een Verhalenruimte-voor-één-avond.
De officiële uitnodiging hiervoor volgt nog.

Tot slot wensen we jullie allen een mooie lente toe (het lijkt al wel zomer !),
en tot ziens!

Mendel Hardeman & Susanne Dick

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

NOS Radio 1 – Met het Oog op Morgen

Gisteravond was Mendel te gast bij Met het Oog op Morgen (NOS op Radio 1), voor een gesprek over de Verhalenruimte “De Zee van pelgrim Antonio” in Pakhuis de Zwijger, Amsterdam.

Terugluisteren (fragment, 9 minuten):

 
 
 
 

Posted in Nieuwsbrieven, Pers | Leave a comment

Klanken aan het IJ

Beste mensen,
Bij deze wil ik iedereen van harte uitnodigen voor een bezoek aan de Zee van Conselheiro. Een verhalenruimte in beeld en geluid – over water, droogte en de Grote Overstroming. Over mensen zonder water die dromen van de zee.
De Zee van Conselheiro is de première van het project waar ik de afgelopen anderhalf jaar aan heb gewerkt. Het is het resultaat van een lange reis door een droog gebied in Noordoost-Brazilië, waar we dromen en verhalen hebben verzameld over de zee. Dromen van mensen die de zee zelf vaak nooit met eigen ogen hebben gezien. En de geschiedenis van de bloedige oorlog tegen een volk dat het einde van de wereld verwachtte in de vorm van water: de woestijn zou een zee worden, en de zee, woestijn.

De Zee van Conselheiro is een wandeling door de levens en het verleden van de mensen van de streek rond het dorpje Canudos. Op blote voeten – met zand tussen de tenen, ontelbaar vele geitenbellen, en een onafwendbaar einde met natte voeten.

De Zee van Conselheiro
Festival Klanken aan ‘t IJ
Dagelijks 10.00 – 17.00, van Zaterdag 30 augustus t/m Zondag 7 september
De Zwijger, Piet Heinkade 179, Amsterdam

Route en overige informatie is te vinden op www.klankenaantij.nl

De eerste dagen (zaterdag 29 en zondag 30) vallen tijdens de UITmarkt. Het wordt dan waarschijnlijk heel druk met veel lawaai en lange wachttijden. Ik raad iedereen daarom aan te komen vanaf maandag 1 september, dan is het een stuk rustiger.

Ik wens iedereen een goede week,
en hopelijk tot ziens op de Zee van Conselheiro!

Hartelijke groeten,
Mendel

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

UITkrant Amsterdam

Een mooi stukje over onze verhalenruimte, deze week in de amsterdamse UITkrant.
Klik erop om de tekst te vergroten. Of lees hem hier als PDF.
 
UITkrant Amsterdam, augustus 2008

Posted in Nieuwsbrieven, Pers | Leave a comment

Gezocht: tweedehands televisies

Beste allemaal

Voor ons project de Zee van Conselheiro – een verhalenruimte in beeld en geluid, over de woestijn in Noordoost Brazilië: mensen zonder water die dromen van de zee – zoeken we nog een groot aantal tweedehands televisietoestellen. Alle soorten en maten zijn welkom.

Heb jij toevallig nog een oud toestel op de zolder staan? Of in de kelder? Of ken je iemand die er een heeft staan?
We kunnen ze heel goed gebruiken. We komen hem graag bij je ophalen, dan zijn wij geholpen en ben jij er vanaf.
En als dank krijg je een echte Braziliaanse geitenbel cadeau! (zie foto).
Ook als je aan de andere kant van het land woont horen wij het graag. Er valt via-via altijd wel iets te regelen.
Laat het ons weten. Stuur even een mailtje, of bel: 06 1690 8922.
Hoe eerder, hoe meer we er mee kunnen…

Alvast bedankt
En nog een mooie zomer toegewenst !
Mendel Hardeman

Klanken aan ‘t IJ
O Mar do Conselheiro – De Zee van Conselheiro
vrijdag 29 augustus t/m zondag 7 september
Pakhuis De Zwijger, Piet Heinkade 179, Amsterdam

www.dezwijger.nl

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

De Boot van pelgrim Antonio

Wat gaan we doen?
We kwamen terug in Nederland met in totaal 60 uur video, 35 uur geluidinterviews, duizenden foto’s, 70 kilo geitenbellen, en vele verhalen. De bedoeling is dat dit alles verwerkt wordt tot het kunstproject “De Zee van Conselheiro”, een verhalenruimte waarin geluid, beeld, objecten, geuren en beweging bij elkaar komen om de mensen uit de Sertão van Canudos hun verhaal te laten vertellen, en de schoonheid en kracht van hun wereld te laten tonen.
Verdronken beeldbuizen, projecties door stromend water heen, geitenbellen die overal om je heen zachtjes rinkelen, een ruimte vol verhalen van de Sertão.
Het moet een ruimte worden die op verschillende plaatsen kan worden opgebouwd, en dan doorlopend open is voor bezoek – dus niet zoals een film, die op een bepaald tijdstip begint en eindigt, maar zoals de Sertão zelf, altijd open voor wie er zelf open voor staat. En waarin de verhalen die jullie gehoord hebben, plus nog vele anderen, hun plaats zullen krijgen.

Hoe?
Dat is een vraag die ook ons erg bezighoudt. De verhalen zijn er al, een deel van het werk is al gedaan, maar we hebben nog niet al het geld dat er nodig is voor de bouw. We hebben bij een aantal fondsen en subsidiegevers aangeklopt, maar tot nog toe werden we van het kastje naar de muur gestuurd. Fondsen voor beeldende kunst vinden dat ons plan geen Beeldende Kunst is – eerder een soort documentaire; fondsen voor documentaires noemen het Beeldende Kunst; mijn naam als kunstenaar is nog te onbekend om zómaar geld aan te geven, en dus valt onze verhalenruimte tussen de wal en het schip.

Daarom zijn we op zoek naar mensen die ons plan zo bijzonder vinden dat ze het willen steunen. Én daarom hebben we een Boot in het leven geroepen – de Boot van Conselheiro. Iedereen die op de één of andere wijze meewerkt bij het mogelijk maken van dit plan mag meevaren over de Zee van Conselheiro, en wordt begin juni uitgenodigd voor de eerste try-out presentatie van onze verhalenruimte. Als alles goed gaat vindt de echte première plaats tijdens de Uitmarkt in Amsterdam, eind augustus. Daarnaast zijn er tentoonstellingen gepland in Filmhuis Den Haag (voorjaar 2009), en eind 2009 in het Watersnoodmuseum in Zeeland. En we willen naar Oerol!

Je kunt ons op verschillende wijzen steunen:

Geld
Je stapt in de boot, en stort een bedrag op de “Rekening van de Boot”. Elk bedrag, hoe klein ook, is welkom. Je wordt dan een jaar lang mede-opvarende in de Boot van Conselheiro, en wordt regelmatig op de hoogte gehouden van onze ervaringen en plannen. Je hoort bij het “selecte publiek” dat de eerste presentatie van onze verhalenruimte mag komen bekijken. Daarnaast mag je vanaf € 25 je eigen geitenbel uitkiezen en mee naar huis nemen. Mocht je ons project € 100 of meer willen schenken, dan wordt je een gespierde roeier en zul je de hele boot helpen om op te boksen tegen de stroming en de wind.
Het VSBfonds stelt geld beschikbaar om het bedrag dat wij via sponsoren binnenhalen te verdubbelen. Oftewel: geef jij ons één euro, dan worden dat er zomaar twee. We zijn al een behoorlijk eind op weg. Van de € 5.600 die we nodig hebben ontbreekt nog € 1.500.

Spullen
Het is vaak verrassend hoeveel spullen mensen in de loop der jaren op hun zolder verzamelen. Alles wat we in natura kunnen krijgen hoeft niet meer gekocht te worden; dat scheelt weer een hoop geld. Misschien denk je bij een aantal zaken: “wie heeft dat nou op zijn zolder staan?” – maar vragen kan geen kwaad. Je weet maar nooit. Kijk op de spullenlijst onderaan dit bericht.

Meedenken
Je kunt ons ook helpen door over de volgende vragen mee te denken:
– Heb jij misschien persoonlijke contacten bij een groot bedrijf of instelling die zich bezighoudt met water? Of iets anders dat raakvlakken heeft met ons werk? Is het mogelijk deze persoon, bedrijf of instelling te betrekken bij de Zee van Conselheiro ?
– Ken je nog andere mensen waarvan het goed zou zijn als wij ze leerden kennen ?
– Heb je nog andere ideeën die ons kunnen helpen?
– Ken je iemand in een organisatie op het gebied van Fair Trade of Biologische produkten, die interesse zou hebben in het in Nederland op de markt brengen van de Umbu-jam die jullie zojuist hebben mogen proeven? Ook voor meer informatie over deze producten kun je bij ons terecht.

Alvast bedankt,
met hartelijke groeten,
Mendel en Susanne

 
Spullenlijst
Wie weet kunt u ons aan de volgende zaken helpen:
– aquariumpompjes
– aquariumverlichting
– afgedankte televisietoestellen met kleine beeldbuis
(ongeveer 37 cm diagonaal)
– kleine goedkope luidsprekertjes (pc en dergelijke)
– 2 grote speakers
– koptelefoons van goede kwaliteit
– grote olievaten
– een nevelmachine
het uitlenen of goedkoop verhuren van:
(schenken mag natuurlijk ook 😉
– beamer
– bestelwagen
en het sponsoren of goedkoop leveren van de volgende diensten:
– metaal en metaalbewerking
– druk- of printwerk
– persbericht aan dagbladen / tijdschriften
– andere vormen van media-aandacht
Heeft u nog andere goede ideeën die ons verder kunnen helpen?
We horen het graag.

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Avond in Filmhuis Den Haag

Beste allemaal,

We waren in Brazilië.
Drie maanden lang hebben we rondgereisd door de Sertão, een droge en bijna woestijnachtige streek in het Noordoosten van het land, waar al zeven maanden geen druppel regen was gevallen. Het betreft een enorm gebied, zo groot als Duitsland en Frankrijk samen, met een heel rijke en woelige geschiedenis waarin problemen rond water altijd een grote rol hebben gespeeld. Vreselijke droogtes, overstromingen, erosie, en een bloedige burgeroorlog die draaide om een man die het einde van de wereld predikte in de vorm van water: de woestijn zou een zee worden, en de zee, woestijn.

We waren in de streek rond het stadje Canudos, op zoek naar mensen en hun dromen – mensen zonder water, die dromen van de zee. We hebben veel bijzondere personen mogen leren kennen, heel veel verhalen mogen horen, en zijn volkomen verliefd geworden op de streek, de mensen en hun leven. En nu zijn we weer thuis, met 60 uur gefilmde beelden, 35 uur opgenomen gesprekken, duizenden foto’s en 70 kilo geitenbellen. Het plan is om vanuit dit materiaal “de Zee van Conselheiro” te maken – een ruimte vol verhalen in beeld en geluid, waarin Canudos zijn eigen geschiedenis vertelt. Een geschiedenis vol écht gebeurd magisch-realisme, verbonden met een heden dat getekend wordt door een groot gebrek aan water – terwijl de plaats waar dit verleden zich heeft afgespeeld juist verdronken is onder een groot stuwmeer. Een verhaal vol paradoxen en grove tegenspraken, die in onze ogen model staan voor de toekomst waar grote delen van onze planeet nog vóór wij oud zijn geworden mee te maken kunnen krijgen: gebrek aan drinkwater, en grote verliezen voor mensen die zich niet goed kunnen wapenen tegen stijgende zeespiegels en onregelmatiger wordende regentijden.
Dit klinkt misschien heel zwaar. Dat is het ook. En toch zijn we op onze reis vooral heel veel schoonheid en kracht tegengekomen. De ongelooflijke kracht en schoonheid van de natuur, die voor niets terugdeinst, en de bijna onuitputtelijke schoonheid en kracht van mensen die het nooit opgeven.
En daarom willen we je van harte uitnodigen voor de avond die we, in samenwerking met Filmhuis Den Haag, organiseren. Een avond waarin we in beeld, geluid, geur en kleur willen vertellen over wat we hebben gezien en gehoord. En waarin we je als vooruitblik al even op sleeptouw nemen over de golven van de Zee van Conselheiro.
Entree is gratis, en iedereen is welkom.
Breng dus ook je vriendin, opa, nicht, collega of buurman mee!!
De mensen die zich bij ons hadden aangemeld hebben onze “Brieven uit Brazilië” ontvangen, en – gezien de enthousiaste reacties – blijkbaar met veel plezier gelezen. Voor geïnteresseerden zijn de brieven nog te vinden op de volgende link. Vooral de vierde brief – “Mensen van stof, dorpen van klei” – is zeker het lezen waard…

Hartelijke groeten,
Mendel en Susanne

De Boot van Conselheiro
Filmhuis Den Haag, Spui 191, Den Haag
vrijdag 15 februari, 19:30, Zaal 5

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

En hoe nu verder ?

Beste allemaal,

We waren in Brazilië.
Acht weken lang hebben we rondgereisd door de Sertão, waar al zeven maanden geen druppel regen was gevallen. We waren op zoek naar mensen en hun dromen – mensen zonder water, die dromen van de zee. Lang heeft onze zoektocht niet hoeven duren. De mensen die we zochten waren overal om ons heen. We kwamen ze iedere dag weer tegen. Altijd weer nieuwe mensen, altijd opnieuw met open armen en open harten. Mensen met wie we konden eten en drinken. Mensen bij wie we konden slapen. Mensen die ons deden lachen en met wie we konden huilen. Mensen die ons hun dromen toevertrouwden. Mensen met wie we hebben gezongen en om wie we ons zorgen hebben gemaakt. Mensen die op wonderschone wijze ons hart gestolen hebben, en wij het hunne. We zijn tot ver over onze oren verliefd op ze geworden.
Wat nu?

Onze reis naar Canudos werd in eerste instantie gemotiveerd door het verleden. De geschiedenis van Antônio Conselheiro en zijn volk, dat op wrede wijze werd afgeslacht. En het verhaal van de droogte, waarin plotseling een groot meer onstond dat dit verleden uitwistte. Maar als deze reis één ding duidelijk heeft gemaakt, is het wel dat het heden niet van het verleden te scheiden is. Het verhaal van Canudos gaat nog iedere dag verder. En wij zijn er deel van aan het worden. We zitten er aan vast en we kunnen niet anders. En het is goed.

 
*     *     *
 

We zitten in de bus, helemaal vooraan. Schuin onder ons, achter glas, zit de chauffeur. Hij komt het reizigerscompartiment binnen en vertelt in het kort hoe de nooduitgangen werken. Hij wenst ons een goede reis, gaat terug naar de cabine, doet de deur achter zich op slot en gaat zitten. Hij zet zijn ellebogen op het stuur. Hij vouwt zijn handen voor zijn ogen en blijft een halve minuut onbewegelijk zitten. Hij bidt, en de bus is stil. Dan zet hij de motor aan en we vertrekken.
Het wordt een lange reis…

 
*     *     *
 

Inmiddels zijn we al weer 3 weken terug. Langzaam proberen we weer een draai te vinden in onze nederlandse flat, vier hoog in Den Haag. We staren naar buiten. De ruiten zijn beslagen, de lucht is grijs, en de bomen zijn net zo kaal als in de Sertão. Daar zitten we dan, met 70 uur film, 35 uur opgenomen gesprekken, duizenden foto’s en 75 kilo geitenbellen, uit een gebied onvoorstelbaar ver hier vandaan, waar we ons hart hebben achtergelaten en waar ook jullie, als “achterban”, via onze nieuwsbrieven samen met ons doorheen zijn gereisd.
Hoe nu verder ?

Toen we vorig jaar september een email rondstuurden om te peilen of er überhaupt interesse zou zijn in onze Nieuwsbrieven uit Brazilië, waren we blij verrast met de vele “ja, ik wil” antwoorden die we kregen. Het gaf ons het gevoel van een achterban, een soort thuisbasis. Een groep mensen die onze belevenissen met ons mee wilden beleven, die met ons mee wilden reizen, en die geboeid of geïnspireerd werden door wat wij doen. Ook jij was, bewust of onbewust, onderdeel van deze groep – het volgbootje dat met ons mee voer toen we vertrokken.

Het wordt nog een lange reis. Eigenlijk staan we pas aan het begin. Er moet nog heel veel gebeuren. We hopen deze zomer de Zee van Conselheiro te kunnen gaan vertonen – een ruimte vol verhalen van mensen zonder water, die dromen van de zee. En we hopen dat jij met zoveel plezier in het bootje hebt gezeten, dat je ook door deze zee verder mee zult willen varen. Er zijn nog meer wateren op komst !

Zoals we al schreven in de vorige nieuwsbrief: de échte verhalen komen pas later. In de brieven schreven we vooral over wat we in het dagelijks leven tegenkwamen. Het waarom, en wat wij daar nou precies aan het doen waren, daar zijn we in de brieven nauwelijks aan toegekomen. Toch willen we je verder betrekken bij waar we mee bezig zijn.
Daarom nodigen we je van harte uit voor onze presentatie-avond. Samen met Filmhuis Den Haag organiseren we een avond waarin de verhalen uit de Sertão menselijke gezichten zullen krijgen. Ook een avond waarin we elkáárs gezicht weer eens kunnen zien. Waarin al die mensen die samen in het bootje zaten zonder het van elkaar te weten, elkaar kunnen leren kennen. En waarin we in beeld, geluid, geur en kleur zullen vertellen over wat we gezien en gehoord hebben – en uitgebreider in gaan op de vraag: hoe nu verder?

Het is voor ons belangrijk om deze avond te houden, want we willen graag weten in hoeverre onze ideeën en werkwijze de interesse wekken van de mensen om ons heen; wie erdoor geïnspireerd wordt, of geboeid – of er überhaupt een “markt” is voor datgene waar wij mee bezig zijn. Als de zaal vol zit, zal het voor het Filmhuis en voor ons duidelijk zijn dat we verder moeten gaan, en dat er manieren moeten worden gevonden om dat mogelijk te maken.
Dus, als je het de moeite waard vind: kom !

De Boot van Conselheiro
een reis door de Sertão van Canudos
met Mendel Hardeman en Susanne Dick
Filmhuis Den Haag, Spui 191, Den Haag
15 februari, 19:30, Zaal 5

Entree is gratis en iedereen is welkom.
Breng dus ook je vriendin, opa, nicht, collega of buurman mee!!
Kun je om wat voor reden dan ook níet komen, terwijl je er wel graag bij was geweest ? Als je ons een email stuurt weten we in ieder geval dat je er had willen zijn. Je kunt ook een dvd van de avond thuisgestuurd krijgen.

 

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Mensen van stof, dorpen van klei

Beste Allemaal,
Hier is onze nieuwste Nieuwsbrief. In het begin van het nieuwe jaar zal er nog een volgen, waarin we in willen gaan op de vraag: “en hoe nu verder?”
We zijn er zelf ook nog niet uit, maar hopen er dan iets meer over te kunnen schrijven.

Dom Luíz Cappio, de bisschop, heeft zijn hongerstaking opgegeven. Hij is nog steeds opgenomen in het ziekenhuis. De overheid heeft niets aan haar plannen gewijzigd, het leger blijft langs de rivier São Francisco gestationeerd, en hoe het met de plaatselijke bevolking gaat daar hoort niemand wat van. Maar ja, een levende bisschop kan toch meer betekenen voor de rivier dan een dode…
We willen iedereen die de petitie heeft getekend hartelijk bedanken, en houden jullie op de hoogte.

Santa Cruz de Macururé
Na Rasinho en Rio do Vigário besluiten we dat we buiten de gemeente Canudos verder willen. We zoeken een ander soort landschap en andere mensen. We vertrekken naar Macururé, 120 km ten Noorden van Canudos. Daar komen we op wonderlijke, onverwachte wijze precies met de éne juiste persoon in contact die ons kan brengen naar het dorp waar we heen willen: Santa Cruz, bestaande uit 9 huizen van klei op een zandvlakte, bewoond door één grote familie. Socorro kent het dorp al sinds haar kindheid en wil ons er graag naartoe brengen. Ze waarschuwt ons dat dit geen makkelijk dorp is, vol onderlinge ruzies, en wie er niet werkt die drinkt. Volgens haar moeten we alleen gaan als we écht willen lijden.
De verhalen die we over dit dorp horen doen me denken aan Vila do Barulho, “Lawaaidorp”. Dat was de naam die men 20 jaar geleden gaf aan een groep huisjes van zeil en hout die plotseling opdoken in de omgeving waar ik opgroeide, in het Zuiden van Brazilië. Een groep mensen, ik weet niet waar vandaan ze kwamen, die geen werk hadden en geen werk wilden. Vrouwen die ieder jaar opnieuw zorgden dat ze een ondervoede baby op de arm hadden, want dan zeggen de mensen minder snel “nee” als je bij ze aanbelt om te bedelen. En wie zelf geen ondervoede baby had leende die van de buurvrouw. Elke week opnieuw kwamen ze bij ons aan de deur. Dit dorp werd al snel De Grote Nachtmerrie van alle maatschappelijk werksters in de buurt. De kerk begon een project om de vrouwen te leren hun eigen groente en maïs te verbouwen. Een jaar lang was Virgínia, een ijverige maatschappelijk werkster, bezig hen zover te krijgen dat ze samen met haar de aarde zouden gaan bewerken om te zaaien, planten en oogsten. Toekijken konden ze heel goed; meewerken kwam er niet echt van. In het tweede jaar besloot Virgínia alleen nog zaad te leveren, en het verder aan de vrouwen zelf over te laten. Na een paar maanden was de tuin een blubberig voetbalveld geworden, en Virgínia een illusie armer. Nu is het twintig jaar later. “Lawaaidorp” bestaat nog steeds, hoor ik van mijn zus die nu zelf maatschappelijk werkster is in die streek – alleen is het tussentijds omgedoopt tot Vila Esperança: “Dorp van de Hoop”. De ondervoede baby’s van toen zijn de ouders van nu, verder is er weinig veranderd.

We rijden met Socorro naar Santa Cruz, 40 km buiten de stad Macururé, en gaan kort langs de huizen om alle mensen even te spreken alvorens we beslissen te blijven. Het zal niet eenvoudig worden om met deze lui om te gaan, dat weten we, maar dat maakt het juist des te boeiender.
Socorro waarschuwt ons voor de tiende maal dat we het echt niet uit zullen houden zonder electriciteit en stromend water, dat we van de bevolking hier weinig steun kunnen verwachten, en dat ze de volgende dag langs wil komen om te zien hoe het met ons gaat. Want anders zitten we hier vast, er gaat pas over 4 dagen weer een schoolauto waarmee we hier weg kunnen. We proberen haar gerust te stellen, en maken haar duidelijk dat we hier rustig de tijd willen nemen zonder dat zij morgen al weer langskomt. Uiteindelijk vertrekt ze, wij blijven achter.

Er staat een huis leeg in het dorp, daar mogen we wonen. Voor het eerst van ons leven hebben wij, Mendel en Susanne, onze eigen kleihut, met een vloer van aangestampte grond en een open vuurplaats in de hoek. Gelukkig kregen we van een vriend van Socorro een hangmat mee, daar kan Susanne in slapen, zodat alleen Mende op de grond hoeft te liggen. Dat is hij wel gewend, maar aangestampte klei is toch nog iets anders dan de gemiddelde vloer: net zo hard als beton, maar dan hobbelig in plaats van vlak.

Jezus, Petrus en Rookje
Vijftien meter voor ons huis staat het huis van João de Barro. Hij zou het liefst de hele dag verhalen vertellen. Als we hem voor het eerst zien vertelt hij ons over Jezus en Sint Petrus, in de tijd dat die nog samen op aarde rondliepen. “Er was toen ergens een man vermoord, zijn lijk lag nog in het zand. Het lag er al een hele tijd, het was helemaal uitgedroogd en eigenlijk was alleen z’n leer nog over. Toen zei Jezus tegen Sint Petrus dat hij aan het stuk leer moest gaan vragen wie hem had vermoord. Maar Sint Petrus wilde niet gaan, een stuk leer geeft toch geen antwoord dacht hij. Jezus hield vol dat hij het moest vragen. Dus liep Sint Petrus naar het stuk leer toe, en vroeg: Wie heeft je vermoord? Het stuk leer antwoorde: Het was mijn mond.”
“Als een mens vermoord wordt, dan wordt hij natuurlijk door íemand vermoord. Maar de echte moordenaar is vaak zijn eigen mond. Als je niet oppast wat je mond doet, dan kan je mond er zo voor zorgen dat je geen leven meer hebt. Niemand wordt zomaar vermoord – meestal komt het door zijn eigen mond.”

Ik voel me niet zo erg om m’n gemak bij deze man. Gelukkig kunnen we ons, wanneer we maar willen, terugtrekken in ons eigen huisje. We maken het er gezellig en leren zelfs koken zoals men dat hier doet.
Ik moet denken aan de poppenkast van mijn moeder, toen ik klein was. In Lawaaidorp liepen de meeste kinderen de hele dag te hoesten. Volgens de verpleegster die het dorp bezocht kwam dat door de manier waarop er gekookt werd. Een open vuur in een hoekje van het huis, en geen schoorsteen. Er werd een aktie op touwen gezet om de mensen te wijzen op het belang van een schoorsteen. Mijn moeder kroop met een vriendin achter haar poppenkast en speelde een zelfgeschreven verhaal met twee poppen: De Vrouw en Rookje. De Vrouw moest altijd heel erg hoesten, en klaagde de hele dag. Dat kwam omdat Rookje, in de vorm van een gniffelend kwaadaardig zwart spookje, altijd door haar huis zweefde. Toen kwam De Vrouw op het idee om een schoorsteen te bouwen, en Rookje werd naar buiten gezogen. Schreeuwend verdween hij door het gat in de muur en kwam nooit meer terug. De Vrouw was opgelucht en hoefde niet meer te hoesten.
Als kind dacht ik altijd: hoe kunnen mensen nou zo dom zijn dat ze vuur in huis hebben en geen schoorsteen? Nu ben ik dertig, we hebben zojuist brandhout gesprokkeld, en daar sta ik in de hoek van een kleihut zonder schoorsteen en probeer het vuur aan te krijgen. Het wil niet zo erg lukken. Gelukkig zijn we niet alleen: de kinderen van de buren staan de hele dag door de deur en het raam naar binnen te gluren, want nooit eerder is er iemand van buiten in hun dorp komen logeren, en zo’n lange man als ik hebben ze nog nooit gezien. Het oudste meisje laat ons zien hoe je het vuur op een heel eenvoudige wijze aanmaakt: je gaat naar buiten, raapt één van de duizenden stukken plastic die overal rondslingeren van de grond, neemt het mee naar binnen, houdt het boven het brandhout en steekt het aan. Het plastic brandt meteen en de vlammende smeltende druppels die op het hout vallen zorgen ervoor dat het vuur binnen een mum van tijd hoog oplaait. Nu snel water in een oud soepblik doen en zo neer zetten dat het boven het vuur staat maar er net niet invalt. We maken cuscuz van gemalen maïs en bakken een paar eieren. Heerlijk!
En de rook? Die stijgt op naar boven en verdwijnt. Hij ontsnapt door de vele kieren tussen de dakpannen. Vlakbij het vuur krijg je het soms wel benauwd, maar een meter verderop merk je er weinig van. Conclusie: het probleem in Lawaaidorp was niet dat de mensen geen schoorsteen hadden. Niemand van hen had ooit in zijn leven een schoorsteen gehad, ze hadden er misschien zelfs nog nooit van gehoord. Het probleem was dat ze opeens in plaats van bladeren of dakpannen een zeil over hun huis zijn gaan leggen. Toen kon de rook er niet meer uit, werden de kinderen ziek en kwamen de hollanders hen vertellen dat ze een schoorsteen moesten bouwen.

Dakpannen zijn hier in de Sertão ideaal. Er zitten zoveel kieren tussen dat zowel de rook als de warmte makkelijk kan ontsnappen en het in huis lekker koel blijft. De meeste huizen hebben dus geen plafond – alleen maar dakpannen. Er valt mooi oranje licht doorheen waardoor het overdag nergens donker is, en het hele huis baadt in een aangename sfeer. Het enige probleem is het stof.
Overdag is het vaak windstil. Je zit rustig buiten te eten, maar opeens hoor je in de verte een geruis. Langzaam komt het dichterbij. Je bent gewaarschuwd. Je houdt je handen boven je bord, om het eten te beschermen. En plotseling is daar een keiharde rukwind, uit alle richtingen tegelijk. Het stof en gruis van de grond vliegt door de lucht. De wind duurt nooit langer dan een seconde of vijf, dan is hij weg, net zo snel als hij opkwam. En alles ligt onder een laag stof.
We hebben zelfs iemand leren kennen die een huis had gebouwd en het na een paar maanden weer moest afbreken. Het huis stond namelijk precies op een plek waar de wind vaak langskwam. Vijf maal per dag kwam er een wolk stof in het huis terecht. Gruis op tafel, in bed en door het eten, zijn vrouw werd er helemaal gek van. Nu wonen ze twintig meter verderop en horen ze de wind langstrekken over de plek waar hun eerste huis stond. Localer kan een wind niet zijn, dunkt me.
Een plafond zorgt dat er minder stof in het huis terecht komt. En dat is belangrijk als je huis vol apparatuur staat, zoals printers en computers. Daarnaast is het tegenwoordig in de steden gewoon chique om een plafond in je huis te hebben. En meteen wordt de temperatuur ondragelijk. “Natuurlijk, we hebben een airco nodig” denkt men dan.
Als je in een hotel komt is de eerste vraag altijd: Wilt u een kamer met ventilator of een kamer met airco? Een kamer met ventilator is meestal heel goed uit te houden, ook als je de ventilator niet gebruikt, omdat hij een raam heeft en vaak geen plafond. Een kamer met airco heeft een plafond, is duurder, helemaal gesloten en vreselijk benauwd, zodat je er zonder airco onmogelijk in kunt leven. En zo kruipt de moderniteit de Sertão binnen, met zijn nep-oplossingen die zorgen voor telkens weer nieuwe problemen, en je afhankelijk maken van telkens weer nieuwe oplossingen, waardoor het leven steeds duurder en ingewikkelder wordt. Er zijn tegenwoordig miljoenen mensen in de steden wiens grote droom het is om zoveel geld te verdienen dat ze in hun huis een energieverslindende airco kunnen laten installeren. Gelukkig is er sinds een paar jaar weer een klein beetje interesse in het bestuderen van bouwmaterialen en -technieken die vroeger gebruikt werden, in tijden zonder beton, staal en glas, omdat die vaak veel betere, goedkopere en eenvoudigere oplossingen bieden voor het wonen in dit klimaat. Als je goed nadenkt is er eigenlijk niets dommers te verzinnen dan het idee om, midden in de tropen, een grote betonnen kist van 20 verdiepingen hoog te bouwen, waar duizend mensen elke dag de hele dag in moeten zitten. Het is onvoorstelbaar hoeveel werk, electriciteit en geld het kost om te zorgen dat de mensen in die kist niet allemaal sterven van de hitte. En mondjesmaat begint een aantal mensen zich af te vragen of er geen andere manier van bouwen mogelijk is dan de flatgebouwen die men in Noord-Amerika heeft bedacht. Maar ik dwaal af…

Hier is alles rustig
Langzaam leren we het leven in Santa Cruz kennen. We praten met de mensen; alleen het Begrijpen lukt niet zo goed. De logica die we daarvoor nodig hebben is ver te zoeken in dit dorp, waar alles wat Cecília je vertelt lijnrecht in tegenspraak is met iets anders wat je kort daarvoor van Antônio hoorde. Als je dan naar een derde bewoner stapt en hem de twee kanten van zo’n tegenspraak voorlegt, bevestigt hij beide zijden van het verhaal. Daarnaast is hij het ook nog volledig met jou eens, als je zegt dat deze beide verhalen niet samen kunnen gaan. En na een paar dagen vind je het niet meer nodig om dingen te begrijpen, maar wil je enkel nog zien en luisteren.

Sinds een paar jaar loopt het dorp langzaam leeg, omdat steeds meer neven en nichten vertrekken naar “Sete” en “Oito” – “Zeven” en “Acht”, twee reusachtige irrigatieprojecten aan de oevers van de rivier São Francisco. Zij die nu nog over zijn zeggen dat ze niet weg willen; het leven bij de rivier is véél te gevaarlijk. Er is teveel geweld, er zijn teveel mensen die elkaar naar het leven staan, en de trekker wordt snel overgehaald.
In Santa Cruz is het leven goed, zeggen ze, daar is het rustig, je kunt er in vrede leven en je bent allemaal vele malen familie. Na verloop van tijd begrijpen we dat Bernardo, die getrouwd is met zijn eigen tante, de oom is van zijn schoondochter Cida, die weer de zus is van Zé Carlos, de man die Bernardo’s vader heeft vermoord. De moordenaar kon gewoon in het dorp blijven wonen, pal naast Altina, de weduwe, die hem zijn misdaad vergaf. Hij wist tenslotte niet wat hij deed toen hij haar man neerschoot, ze waren immers beiden dronken.
Een paar jaar later probeert Manuel, de broer van moordenaar Zé Carlos, zijn neef Benedito met een machette te doden. Benedito overleefde de aanslag, maar loopt sindsdien mank. Weer een paar jaar later schoot Zé Carlos zelf zijn neven Zé de Lurdes en Benedito, die al mank liep, in de rug, waardoor beiden nu arbeidsongeschikt zijn. Sindsdien woont Zé Carlos in Oito, en staat zijn huis leeg.
Het huis waar wij nu zo vredig in slapen is het huis van de moordenaar.

We lopen weer langs João de Barro, één van de weinigen die van buiten het dorp afkomstig zijn. Hij woont er al jaren, hij was vroeger getrouwd met de dochter van weduwe Altina, en is de vader van Zé Carlos die – conclusie – dus zijn eigen opa vermoorde. João de Barro zelf is een rustige man, die het grootste deel van de dag op de stoep naast zijn huis in de schaduw ligt. Zijn radio, een fonkelend toestelletje op batterijen met zachte krakerige muziek, ligt altijd op zijn schoot, en vaak zit hij langdurig naar het kristallen schermpje te staren. En als je langsloopt kun je niet aan zijn vele verhalen ontkomen. Jammer genoeg laat het grootste deel van het dorp hem links liggen. Hoe dat komt? Ook daar vertelt hij graag over. Hij is pas sinds vier maanden weer terug uit de gevangenis. Hij zat daar omdat Altina, zijn schoonmoeder, een vreselijk wijf is. Ze had zijn vrouw, haar dochter, overgehaald tot een affaire met een andere man. Bij João de Barro steeg daardoor de bloeddruk naar z’n hoofd, “wacht even” – zegt hij – “ik laat je het geweer wel even zien dat ik toen heb gebruikt” – hij gaat naar binnen en staat al snel vóór ons met een jachtgeweer. Hij laat ons zien hoe de loop opengeklapt kan worden, en hoe en waarmee hij het geweer geladen heeft – “en toen wilde ik mijn vrouw en haar moeder doodschieten. Ik stond hierzo, voor het huis, en schuin om de hoek, daarzo, stond het huis van één van mijn zoons. Die moest ook nog dood. En toevallig kwam hij er juist aanlopen. Toen schoot ik zo, om de hoek, maar het was donker en daarom mistte ik hem. En toen ging ik naar dat ouwe wijf, die vrouw die daarzo woont.”
“Altina?” vraag ik.
“Ja, dat ouwe wijf dat daarzo woont. Zij had mijn vrouw van me afgepakt. Maar ik was veel te gespannen en het lukte me niet om te schieten. En toen werd ik gevangengenomen. Dat was in januari. Ik heb tot juli in de gevangenis gezeten, en toen liet de rechter me gaan. Het was niet mijn schuld, zei hij, het kwam door de bloeddruk die naar m’n hoofd steeg.”
Hij geniet zichtbaar van het vertellen. Z’n ogen glinsteren. Het liefst zou hij de hele dag verhalen vertellen. En zijn vrouw woont sindsdien langs de rivier.
“De rechter zei nog dat, als er ooit weer zoiets gebeurt, dat ik dan niet m’n geweer moet pakken, maar dat ik dan naar hem toe moet gaan. Ik moet alles aan hem vertellen, en dan gaat hij er zelf persoonlijk voor zorgen. Want mijn bloeddruk stijgt soms heel snel naar m’n hoofd, en hij wil niet dat ik nog een keer in de gevangenis moet.”

Wat iedereen nou precies bedoelt met “al dat geweld langs de rivier, waar zoveel mensen elkaar naar het leven staan” terwijl “hier alles zo rustig is”, tja, dat weten wij ook niet.

Lurdes
We zijn op bezoek bij Lurdes, de vrouw van Zé die door Zé Carlos in zijn rug is geschoten. De eerste keer dat we bij haar het huis in komen is ze ontzettend verlegen. Ze verbergt haar gezicht in haar handen, en durft ons bijna niet aan te kijken. Ze zit thuis met haar 3 kinderen, haar man is er zelden. Op de tweede dag is ze opeens heel hartelijk en praat ze met een grote glimlach met ons. Ze vindt het leuk dat ik haar film tijdens haar bezigheden in haar kleine huisje – 3 bij 3 meter, met één groot bed voor vader, moeder en de 3 jongens. Haar man is sinds de kogel arbeidsongeschikt, en ontvangt daarom een uitkering. Bijna dubbel zoveel dan zijn broer Antônio, die elke dag keihard moet werken. Toch lijden zijn 3 zoons honger. Vader gaat eens in de maand naar de stad om zijn geld op te halen, en komt dan na 4 of 5 dagen dronken, uitgeput en platzak weer terug. Moeder Lurdes zit de hele dag thuis met de baby, klaagt, zucht, en hoopt dat God ooit iets aan haar leven zal veranderen. Haar kinderen worden ‘s middags door een pick-up opgehaald om naar school te gaan, en daar krijgen ze eten. Thuis is er meestal ook wel iets te eten, maar niet veel. Haar oudste zoon, Benício, die zo geboeid is door mijn apparaten dat hij ons overal volgt en later zelf ook “journalist” wil worden, schiet vaak vogeltjes neer met zijn katapult, om ze dan boven een vuurtje te braden en op te eten.
Lurdes klaagt over de gaten in de muur, en over haar man die ze nooit opknapt. Tot een half jaar geleden woonden ze in een hutje van gammele takken, waar in de winter een ijzige wind doorheen blies. De jongetjes waren altijd ziek. Als Socorro hen wees op het feit dat alle andere bewoners hun huizen mooi met klei afgedicht hadden, was het antwoord: Wij kunnen dat niet. We weten niet hoe het moet. Uit medelijden met de kinderen sprak Socorro uiteindelijk af dat ze op een zaterdag met een groep vrienden zou komen om het huis dicht te kleien. Als de bewoners van het dorp zorgden dat er klei werd gehaald, uit een groeve een paar honderd meter verderop.
Vader Zé kon dat niet doen, vanwege zijn gezondheidsproblemen. Zei hij. Moeder Lurdes wist niet hoe het moest. Opa, oma en alle andere bewoners van het dorp – broers, zussen, ooms, tantes, neven en nichten – hadden het te druk. Uiteindelijk betaalde Socorro één van de ooms om de klei te gaan halen. En zaterdag kwamen ze met z’n achten om het klusje te klaren.
Alle bewoners zaten onder een boom, en keken toe hoe er gewerkt werd. Na veel aandringen en een paar ernstig gemeende grappen over de stilzittende menigte kreeg Socorro één oom zo ver om mee te helpen. Zé en Lurdes hielden vol dat ze “echt niet wisten hoe het moest”. Maar ja, ook de acht vrijwilligers hadden dit werk nooit eerder gedaan, en zo ingewikkeld was het niet. Op dit argument hadden Zé en Lurdes geen antwoord. . .
‘s Avonds was het huisje klaar, en werd er met vader afgesproken dat hij achter het huis nog een kleine omheining zou maken zodat er buiten gekookt kon worden in plaats van binnen. Het kookvuur was namelijk pal naast het bed, en Socorro was bang dat de baby ooit uit bed zou rollen en zich zou branden. Nu, zes maanden later, is er nog niets gebeurt. En de klei had na een paar dagen drogen eigenlijk nog een keer goed aangesmeerd moeten worden, maar ook dat is niet gedaan. Lurdes klaagt over de gaten in de muur, klaagt over haar man die niets doet, en klaagt over het feit dat ze zelf niets kan. Ze weet niets en kan niets.

Mijn interviews gaan normaal als volgt: ik praat een tijdje met de persoon die ik wil interviewen, en als ik merk dat die persoon zich op zijn gemak voelt zeg ik dat ik ons gesprek graag zou willen opnemen. Ik haal mijn apparaat tevoorschijn, en leg uit dat het alle woorden die gezegd worden opneemt zodat ik het later nog eens terug kan horen, net als een radio. Als ze het goed vinden start ik de opname, en vraag hun vervolgens naar hun volledige naam.
Het antwoord van Lurdes is: “Dat weet ik niet”.
Ik denk dat ze de vraag niet goed heeft begrepen, en vraag hoe haar achternaam is.
“Dat weet ik niet.”
Hoe noemen de mensen je dan?
“Maria.”
Alleen Maria?
“Maria de Lurdes.”
En hoe heten je ouders?
“Dat weet ik niet.”
Waar ben je geboren?
“Dat weet ik niet.”
Maar, ben je hier geboren, of ergens anders, in een ander dorp?
“Nee, niet hier. Ik ben daar omhoog, die kant op, geboren.”
Hoe noemen de mensen het daar omhoog, die kant op?
“Dat weet ik niet.”
Maar ergens, in een van die zakken die aan het plafond hangen, zit een geboortebewijs. Die kan ze wel opzoeken als ik het wil. Dat vind ik niet nodig, en verder verloopt het gesprek zonder problemen. Ze kan overal over mee praten, en vertelt uitgebreid over haar geloof in God en over de verschillende kruiden die ze gebruikt om van haar verkoudheid af te komen. Alleen als het om officiële gegevens gaat weet ze niets. En als er iets gedaan moet worden, kan ze niets. Ze zit vooral in haar huisje van 3 x 3 meter. Vriendschap heeft ze alleen met haar twee buurvrouwen van links en van rechts, die haar kinderen vaak eten geven; verder mag ze de mensen hier niet. Als het nodig is loopt ze naar de cisterna om water te halen, verder komt ze niet in het dorp. Ook de omgeving kent ze nauwelijks, omdat ze altijd maar één richting oploopt om brandhout te zoeken. Naar Macururé, de stad met 3.000 inwoners 40 km verderop, durft ze niet. Als er een auto naar de markt gaat blijft ze thuis. Ze zorgt voor haar kinderen en wacht op haar man. Kinderbijslag krijgen de kinderen niet, ondanks alle inspanningen van Socorro die papieren geregeld heeft. Moeder Lurdes hoeft alleen nog maar een sofi-nummer te halen, maar ze wil niet naar de stad.
Ze is 29 jaar, en net zo klein geworden als de wereld waar ze zichzelf in opsluit.

Maar er zijn nog andere mensen in het dorp. Altina, de weduwe, die de dorstige ezels die zich ‘s avonds voor haar deur verzamelen toespreekt om ze uit te leggen waarom ze geen water heeft. Sinds de gemeente de noodtoestand heeft uitgeroepen, vanwege de droogte, is de watervoorziening in handen van het leger. Om de 15 dagen wordt de cisterna gevuld, en er is meer dan genoeg drinkwater. Maar het is streng verboden het water van het leger aan de dieren te geven. De noodtoestand geldt alleen voor mensen. En nu is iedereen bang om zijn dieren stiekem water te geven, want als het leger er achter komt krijgt het hele dorp geen water meer. “Maar hoe zou het leger er dan achter moeten komen?” – vraag ik in mijn naïviteit. “De anderen verklappen het.” “Maar dan zitten die anderen toch ook zonder water, als het leger niet meer komt?” “Dat is zo. Maar toch verklappen ze het.”
Het hele dorp is bang voor elkaar, en de dieren lijden dorst terwijl het leger tweemaal zoveel water brengt dan de mensen nodig hebben.

En er zijn Antônio en zijn vrouw Cida, neef en nicht, met hun 3 beeldschone dochtertjes. Hij is een soort Charlie Chaplin, en vindt het heel leuk dat wij zijn dorp hebben gekozen voor ons werk. Telkens als hij even de tijd heeft zoekt hij ons op en komt er bij zitten. Hij is rustig, altijd vrolijk, stoer als hij op zijn ezel rijdt, en heeft een stralende glimlach.
Antônio is één van de twee mannen in het dorp die werk hebben. Hij brandt stukken land plat om vervolgens, tussen de hete zon en de gloeiende aarde, te gaan graven naar de knollen van de macambira, een stekelachtige plant. Deze knollen worden tijdens de droogte aan het vee gevoerd, die ze enkel lusten als ze gebakken zijn. Zo sla je twee vliegen in één klap: door alle planten weg te branden hoef je je niet aan hun stekels te bezeren als je de knollen uitgraaft, en de knollen zijn meteen gaar voor consumptie. Op het platgebrande land zullen nooit meer macambiras groeien. Antônio weet dit zelf ook, maar ja, hij heeft 3 kinderen die moeten eten. Hij vertrekt ‘s ochtends om 4 uur, als het nog donker is. En komt ‘s avonds om 6 uur weer naar huis als het al weer donker is. Hij verdient 10 reais, minder dan de helft van het wettelijk minimum loon. Zijn baas is een rijke boer die tevens een paar supermarkten in de omliggende steden runt, en daarbij ook nog een aantal appartementen heeft laten bouwen om te verhuren. Die heeft dus geen geld om hem beter te betalen…

Ik ga deze nieuwsbrief hier eindigen. Er zijn zo veel verhalen te vertellen, er is zoveel gebeurd, maar nu al weten we dat de echte verhalen pas zullen komen als we thuis zijn. Hier, midden in het gebeuren, beseffen we nog maar nauwelijks wat we eigenlijk allemaal meemaken. Ik kan slechts schrijven over wat we zien en horen. Wat het allemaal precies betekent, wat de implicaties ervan zijn, en vooral ook: wat het met ons doet, daar hebben we nog geen woorden voor. De verwerking staat nog maar in z’n kinderschoenen.

Al die mensen, waar je ondanks de korte tijd en hun totaal andere manier van leven en denken toch zo’n hechte band mee kunt krijgen; hun levensverhalen en problemen; de dorstende, uitgedroogde dieren en de dorheid van het land; de bisschop en zijn hongerstaking; alles grijpt ons zo diep en sterk aan dat we er eigenlijk helemaal van overhoop zijn zonder dat we de tijd hebben om het te voelen. We gaan verder, als in een roes; we zijn helemaal op, en krijgen bij het minste en geringste tranen in onze ogen; en elke ochtend weer laten we ons meeslepen door de wonderlijke gebeurtenissen van de nieuwe dag; maar we houden elkaar stevig vast totdat we weer thuis zijn.

En we wensen iedereen van harte een goede afsluiting van dit jaar.
Mendel en Susanne

Afgelegde afstand
intercitybus
stadsbus
schoolbus
auto
taxi
motor-taxi
waterwagen
vrachtwagen (cabine)
vrachtwagen (laadbak)
liften: achterbank
liften: motorfiets
liften: pickuplaadbak
trein
lifttram
metro
lopen
vliegtuig
veerboot
motorboot
roeiboot
zwemmen
duiken

totaal

5.597 km
702 km
134 km
713 km
54 km
22 km
2 km
19 km
19 km
38 km
13 km
49 km
34 km
5,1 km
26 km
730 km
9.200 km
63 km
14 km
11 km
22 km
5 km
17.472,1 km

Geitenbel in Santa Cruz

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

De Rivier en de Bisschop in Hongerstaking

Beste allemaal,

Ik schrijf met een verzoek aan iedereen die de Sertão en Brazilië een warm hart toedraagt.

Op 21 oktober jongstleden leerde ik in Canudos een man kennen. Hij kwam eten in het pension waar wij logeerden, en omdat er te weinig tafels waren kwamen hij en 2 andere mensen bij mij en Susanne aan tafel zitten. Het was een zeer innemende, rustige man, ergens in de zestig, die weloverwogen en zacht sprak. We raakten aan de praat, en toen hij klaar was met eten vroeg ik hem zijn naam. Ik had al zo een vermoeden wie het zou zijn, maar wilde het even zeker weten. Eén van de mannen die hem begeleiden antwoorde voor hem: “hij is, weet je wel, – ” waarop ik hem aanvulde: “Bisschop Luiz Cappio ?”

Ik wist dat Dom Luiz die avond een toespraak zou houden in Canudos. Hij is bisschop van Barra, een stad aan de rivier São Francisco. De São Francisco is de tweede grootste rivier van Brazilië, op de Amazone na, en loopt dwars door de Sertão. Zonder de São Francisco zou het climaat in de Sertão zo droog zijn dat menselijk leven praktisch onmogelijk zou worden. Al jaren wordt deze rivier aangetast door grote bouwprojecten – stuwmeren die het hele noordoosten van Brazilië van electriciteit voorzien en enorme irrigatiesystemen die het mogelijk maken om midden in de Sertão op onvoorstelbaar grote schaal exportdruiven te verbouwen. Bij de aanleg van dit soort projecten worden traditiegetrouw hele dorpen ontruimt en zonder enige vorm van compensatie ergens in een dor gebied neergeplompt. Daarnaast wordt, langs de hele lengte van de rivier, de oorspronkelijke bevolking die al sinds mensenheugenis langs en van de rivier heeft geleefd – veelal afstammelingen van indianen – steeds verder verdrongen. Ze komen langzaamaan steeds verder bij de rivier vandaan te wonen waardoor het irrigatiewater zo duur wordt dat ze het niet kunnen betalen. De goede stukken land, vlakbij de rivier, met goedkoop water, zijn namelijk bezet door grote bedrijven uit het buitenland en het Zuiden van Brazilië, die door hun invloed in de politiek altijd kunnen zorgen dat ze haantje de voorste zijn.

Hierdoor droogt de São Francisco langzaam op. Al jaren geleden gaf de politiek toe dat de rivier op sterven na dood was, en dat er urgent een plan moest komen om de streek te “revitaliseren”. Dit is er nooit van gekomen. In plaats daarvan heeft de regering Lula een megalomanisch plan, dat al sinds eind 19e eeuw in de koelkast lag, tevoorschijn gehaald. Er zal een serie grote kanalen worden gebouwd waardoor er ook in het hart van de deelstaat Ceará door grote bedrijven uit het Zuiden van het land veel geld kan worden verdiend aan fruitteelt. Hierdoor zal de rivier nog verder worden aangetast en zal de prijs van het water nog verder stijgen waardoor het overleven voor de bevolking steeds moeilijker wordt.

Dom Luiz Cappio zet zich al tientallen jaren in voor het behoud van de São Francisco en de bevolking die van de rivier afhankelijk is. In de jaren ’90 organiseerde hij de Mars voor de São Francisco, een lange tocht te voet van de bron van de rivier tot aan de plek waar hij in de Atlantische Oceaan stroomt. Tegenwoordig zou dit niet meer kunnen: dit jaar was de rivier zo zwak dat de Atlantische Oceaan de rivier instroomde in plaats van andersom.
Toen de plannen voor de “Transpositie” van de rivier zonder enige vorm van volksraadpleging in 2005 bekend werden gemaakt, besloot Dom Luiz in hongerstaking te gaan tegen deze plannen van zijn vriend Lula. Dom Luiz heeft namelijk zijn hele leven campagne gevoerd voor de partij van Lula, en Lula zelf is altijd tegen dergelijke bouwprojecten geweest. Lula is zelfs betrokken geweest bij de Mars voor de rivier. Maar nu is hij president, en van het ene moment op het andere van gedachten veranderd. Het probleem is, zegt men: Lula is herkozen met de steun van grote bedrijven, vooral bouwconcerns. Zonder hen was hij misschien op dit moment geen president meer. En nu worden er grote bouwprojecten van hem geëist. Dat het ontwerp van dit monsterproject zo krakkemikig is dat meer dan 50% van al het water door verdamping verloren gaat voordat het zijn irrigatiebestemming bereikt, doet er niet toe: er moet en zal gebouwd worden.

De hongerstaking van de bisschop werd wereldnieuws, en na 11 dagen beloofde de overheid dat het project zou worden opgeschort en er een brede volksraadpleging zou plaatsvinden. Dom Luiz brak zijn hongerstaking af en kreeg de kans om zijn oude vriend Lula te spreken. Dit gesprek leverde enkel vage beloftes op. Sindsdien heeft alles stilgelegen, ook de plannen voor een volksraadpleging. Totdat een half jaar geleden het leger langs de São Francisco opdook om het gebied waar de bouw zou beginnen af te zetten. Ondanks veel protest en studentenopstanden wordt het plan nu uitgevoerd. Wij waren onlangs een week in Macururé, een gemeente langs de São Francisco. Een groot deel van de gemeente zit zonder water, de dieren die men houdt om van te leven leiden dorst en er moet dagelijks uren worden gelopen om ze van water te voorzien. Terwijl ze minder dan 20km van de rivier af wonen. Voor hen is er geen “transpositie”-plan, ze zijn arm en ongeletterd en niemand hoeft naar hun stem te luisteren.

Op 27 november jongstleden, 5 weken nadat wij hem in Canudos leerde kennen, ging Bisschop Dom Luiz Cappio voor de tweede maal in hongerstaking. Vandaag is de tweeëntwintigste dag. Door de grote hitte gaat zijn toestand nu snel achteruit.
Hij, de kerken uit de streek en vele bevolkingsorganisaties eisen dat het leger wordt teruggetrokken en dat de plaatselijke bevolking inspraak krijgt in de plannen. Maar de lobby vóór de bouw heeft zich ditmaal beter voorbereid, waardoor de media bijna helemaal zwijgt, of de bisschop belachelijk maakt. Hierdoor hebben veel mensen in Brazilië geen idee wat er zich aan de São Francisco afspeelt. Lula zelf houdt vast aan de mythe dat dit project is opgezet om “12 miljoen arme brazilianen van water te voorzien”, en dat hij die 12 miljoen mensen niet in de kou laat staan omwille van één dwaze monnik.

Deze geschiedenis houdt me continu bezig. Overdag kan ik aan weinig anders denken, en ‘s nachts lig ik wakker en echoo’t zijn toespraak, die avond waarop ik hem leerde kennen, na in mijn hoofd. Over Mahatma Gandhi en zijn geweldloos verzet, en over de vraag Wanneer het de moeite waard is om je leven ergens voor te geven. Ik vraag me af of er iets is wat ik kan doen. Maar ik kom er niet uit. Het enige wat ik op dit moment kan doen is jullie allemaal vragen om de website van de actie te bezoeken.

Als je Duits goed genoeg is kun je het beste naar de volgende site gaan – deze geeft het beste overzicht van de kwestie, en een link naar een petitie: http://www.ewl-hueckelhoven.de/rio_sao_francisco.htm

Is je Duits niet goed genoeg, ga dan naar de Braziliaanse website, waarop ook een aantal onderdelen in het Engels te vinden zijn.
Uma Vida pela Vida – Een Leven voor het Leven.
www.umavidapelavida.com.br

Deze site is niet erg overzichtelijk. Ook bij de wijze waarop de bisschop gepresenteerd wordt kun je vraagtekens zetten. Dit doet echter niets af van de inhoud, die dringend is en de website vele malen overstijgt. Er kan in verschillende talen een steunbetuiging gedownload worden. Klik hiervoor op “Cartas de Apoio” (Steunbetuigingen). Ook kunnen alle relevante documenten met cijfers en informatie over het project, alsmede de levensloop van de bisschop, worden gelezen. De Duitse afdeling van de site is veel uitgebreider dan de Engelse, dus als je Duits goed genoeg is raad ik je aan daar naartoe te gaan. Er wordt gevraagd de steunbetuiging naar de Braziliaanse overheid te emailen of, nog beter, te faxen, en een kopie ervan te sturen naar de organisatie van Een Leven voor het Leven. Zij willen alle steunbetuigingen bundelen en nogmaals bij de overheid bezorgen. Tevens wordt erop aangedrongen dat ook Internationale steun heel belangrijk is – hoe meer mensen ervan weten en hun stem laten horen, hoe beter.

Nadat ik dit allemaal heb geschreven hoor ik zojuist op het Jornal Nacional dat de bisschop vandaag buiten bewustzijn is geraakt en opgenomen is in het ziekenhuis. Het is de vraag hoe het nu verder gaat. Zowel hij als zijn familie hebben aangegeven dat hij bereid is te sterven, als er daardoor iets in gang kan worden gezet dat de rivier ten goede komt. De onderhandelingen met de overheid lopen, maar er zijn nog geen concrete resultaten. Daarom is het uiterst belangrijk dat zoveel mogelijk mensen druk uitoefenen!

Bedankt voor jullie tijd. Ik hoop dat iedereen de moeite neemt om hier in ieder geval even naar te kijken. En stuur deze email alstublieft door naar iedereen die aan deze zaak kan bijdragen! Verder wil ik al diegenen die geloven in een God die groter is dan wij mensen, vragen om deze kwestie en het leven van Dom Luiz bij hem neer te leggen.

Onze vierde Nieuwsbrief is in de maak, een beetje verlaat door alle omstandigheden, maar hij zal spoedig volgen.

Hartelijke groeten van
Mendel en Susanne

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Hoofden, schouders, water en theater

Het dragen
In Salvador zagen we aan het einde van de middag een gezin – vader, moeder en zoon – het stalletje waarachter moeder de hele dag zoete cocos had verkocht uit elkaar halen en op drie hoofden mee naar huis nemen. Een paar stoelen, een tafelblad, metalen klappoten en een paar bakken cocos, alles wordt op het hoofd gezet en met z’n drieën verdwijnen ze in de verte.
Ver buiten de grote stad, in Rasinho in het binnenland van de gemeente Canudos, trekt elke vrijdagochtend een rij vrouwen met grote zware bakken kleding op het hoofd naar de put een paar kilometer verderop, om te wassen. Andere vrouwen lopen rond met grote bossen brandhout op het hoofd, en toen er geen waterwagen was werd er zo water gehaald.
De bossen brandhout zijn zwaar en de oudste vrouw van de groep, Otacila Guimarães, draagt verreweg de grootste bos. Als je kijkt hoe ze loopt zie je een rechtheid die je in Nederland zelden tegenkomt. Alle vrouwen, mannen en kinderen die iets te dragen hebben doen dat op hun hoofd. En ze gaan er niet onder gebukt. Als hun rug niet zo recht was zouden ze het gewicht niet kunnen dragen. Ze zouden hun evenwicht verliezen.
Wij komen uit een wereld van uitdrukkingen zoals “de schouders eronder”, “ergens onder gebukt gaan”, en “er viel een gewicht van mijn schouders”. Deze uitdrukkingen zijn onmogelijk te vertalen naar de mensen hier. Schouders worden hier niet gebruikt om te dragen. Schouders horen vrij te zijn, zodat je je handen beter kunt gebruiken ookal draag je de was van de hele week op je hoofd.
Overal waar we komen worden onze rugtassen met grote ogen bekeken. “Is dat niet heel vermoeiend, al die bagage?” werd ons al een paar keer gevraagd. Of “Krijg je geen rugpijn als je de hele dag met die tas op loopt?” Terwijl onze rugtassen echt niet zwaarder zijn dan de spullen die zij op hun hoofd zetten. We proberen dan ook uit te leggen dat wij het zo gewend zijn. “Jullie dragen alles op je hoofd. Dat hebben wij vorige week ook een paar keer geprobeerd, maar we kunnen het gewoon niet – het is zo onhandig, het wiebelt de hele tijd en na afloop hebben we een stijve nek. Want wij hebben geleerd om dingen op onze rug te dragen. En jammer genoeg lopen we daarom niet zo recht als jullie…”
Dit is volgens mij één van de grote verschillen tussen onze manier van leven en die van de mensen op het platteland hier. Het leven is er moeilijk. Alles wat je hebt is meestal nét genoeg. Er is geen werk; de oogst mislukt; bijna elke moeder heeft ooit één of meer kinderen verloren; het water raakt op en de gemeente stuurt maar geen waterwagen; en dan is er opeens wel ergens werk, maar het is zwaar en wordt zo slecht betaald dat je er weinig mee opschiet.
Maar niemand gaat eronder gebukt. Je leeft verder. Rechtop, zonder ingezakte schouders, met open hart en de ogen naar voren want het leven gaat tenslotte verder. En de hoop sterft niet, hij sterft pas als er niets anders meer over is. En daarom kun je eigenlijk niet zeggen dat hun leven zwaar is. Zwaar is niet het goede woord. Het leven is moeilijk en hard, maar je gaat er niet onder gebukt. Je zet je hoofd eronder en loopt kaarsrecht de toekomst tegemoet.

Ik moet denken aan Raimundo in Salvador (zie vorige nieuwsbrief). Na een paar dagen met hem opgetrokken te hebben kwam ik tot de pijnlijke conclusie dat de grote meerderheid van de mensen die ik in het centrum van Salvador had leren kennen verslaafd is. Velen aan cocaïne, velen aan alcohol, en sommigen aan allebei. Raimundo zelf kan geen halve dag zonder cachaça – een sterke uit suikerriet gedistilleerde drank. Toen ik aan hem vroeg waar dat nou vandaan kwam, waarom iedereen verslaafd was, dacht hij even na en antwoorde: “Het leven is een heel moeilijk iets. Dat geldt voor bijna iedereen op de hele wereld. Het is zwaar, en maar weinig mensen kunnen het leven rustig in de ogen kijken, het rechtop tegemoettreden, en er onbeneveld instaan. En dus kun je kiezen. Óf je doet wat men in Europa, Noord-Amerika en het Zuiden van Brazilië doet: je gaat hard werken om afgeleid te worden, je gaat geld verdienen om maar te ontsnappen aan de kalme rust die je zou dwingen het leven onder ogen te zien – daar heb je geen tijd meer voor want je hebt allemaal “belangrijke dingen” verzonnen om te doen. En zo bouw je een bloeiende economie op, die langzaam maar zeker onze hele planeet ten gronde richt. Wij in Bahia hebben niet zo’n werkersgeest. We zijn langzaam, en genieten van ons langzaam zijn. Werken is niet onze drugs. Dus zoeken we het ergens anders – als je het leven niet rechtop en in rust aankunt, heb je tenslotte iets nodig om je af te leiden. In de Eerste Wereld is men de planeet aan het verwoesten. Wij zijn niet zulke megalomanen, wij houden het klein en verwoesten onszelf.”
Wat een wereld van verschil met de mensen in Rasinho. Natuurlijk klagen ook zij over van alles en nog wat – dat doet ieder mens tenslotte. Maar de fierheid en onbeneveldheid waarmee ze hun leven tegemoettreden zonder er onder gebukt te gaan is iets wat ik nooit wil vergeten.

Rio do Vigário
De vrouw van onze vriend “de Dichter van Canudos” is voorzitster van de Arbeiderspartij in Canudos. De Arbeiderspartij is in de jaren 1970 opgericht door een groep metaalarbeiders en klom in 25 jaar tijd onder leiding van leider Lula op van Partij voor Ongeletterde Onderdrukte Arbeiders tot regeringspartij. Lula is nu bezig aan zijn tweede termijn als President van Brazilië, ookal merkt de Arbeiderspartij in Canudos daar weinig van. Ze hebben nauwelijks leden, maar de weinigen die er zijn zijn zeer actief, ookal krijgen ze er geen cent voor betaald. Via de vrouw van de dichter leerden we Marquinhos do PT kennen, “Marco’tje van de Arbeiderspartij”, een visser die nauwelijks tijd heeft om te vissen omdat hij de hele dag bezig is met rondrennen en lobbyen voor alles wat maar met het platteland van de gemeente Canudos te maken heeft. De gemeente Canudos is ongeveer zo groot als de provincie Utrecht, en Marquinhos kent alle zandwegen die niet op de kaart staan. We hebben een hele lange dag met hem rondgereden langs een serie dorpen die het ergst getroffen zijn door gebrek aan water. We hebben kennis gemaakt met een aantal inwoners uit elk dorp, en kozen na afloop 2 dorpen uit waar we ons thuis hadden gevoeld, en waar we graag een aantal dagen zouden willen doorbrengen.

Openbaar vervoer, telefoon en post lopen in Canudos via de schoolbus. De bussen worden door de gemeente betaald, en brengen ‘s ochtends kinderen naar de middelbare school in Canudos. ‘s Middags gaan ze weer terug naar de dorpen, en iedereen die mee wil mag gratis mee. Omdat er in de dorpen geen telefoon is worden ook telefonische boodschappen meegenomen: je belt de Vakbond van Landarbeiders, zij schrijven je boodschap op en geven hem mee met de bus die pal voor hun kantoor vertrekt. De volgende dag komt het antwoord dat ook weer bij de Vakbond op te halen is.

Het was dinsdag en we zaten in de schoolbus naar Rio do Vigário. Via Marquinhos was er afgesproken dat we een paar dagen in het huis van João de Salú konden slapen, de eigenaar van de waterwagen die het westelijke deel van de gemeente in droge tijden van water voorziet.
Sinds een jaar of 15 staat naast elk huis in de gemeente een cisterna, een grote watertank waar tussen de 4000 en 18000 liter water ingaat. In december of januari begint normaal de regentijd en loopt de tank vanzelf vol. Tot mei regent het nog regelmatig, en daarna moet je zuinig zijn. Eind augustus is het water meestal op, en vanaf dat moment ben je afhankelijk van de waterwagen. Als je geld hebt kun je hem gewoon bestellen. Afhankelijk van de afstand tot de dichstbijzijnde put of stuwmeer betaal je tussen de 10 en de 40 euro voor een vrachtwagen met 8500 liter water. Heb je dit geld niet, dan pak je je muilezel of zet je een emmer op je hoofd en loop je naar een put in de buurt. Als je geluk hebt komt daar zoet water uit, maar de meeste putten zijn brak. In dat geval ga je naar de plas waar het vee uit drinkt. Ondertussen hoop je dat de gemeenteraad snel besluit dat de nood hoog genoeg is om de waterwagen te gaan subsidiëren. Als het goed is gaat dat redelijk snel, maar in Canudos heeft de burgemeester op dit moment geen meerderheid in de gemeenteraad, en worden alle voorstellen die iets aan zijn populariteit zouden kunnen bijdragen door de oppositie geblokkeerd. Geen waterwagen dus, want volgend jaar zijn er weer verkiezingen en dan kan de oppositie lekker zeggen: “Vroeger toen wij burgemeester waren was er altijd een waterwagen; en nu niet; stem dus op ons, dan zorgen wij dat hij er weer komt.”
Op die manier wordt de waterproblematiek gebruikt om de bevolking te gijzelen. Zonder water kun je niet leven, en als je een paar maanden nauwelijks water hebt gehad ben je natuurlijk heel opgelucht en dankbaar als de een of andere politicus zorgt dat je eindelijk weer water krijgt. En stem je dus op hem. De politicus weet dat, en hij weet ook dit alleen werkt zolang het waterprobleem niet definitief opgelost is. Dus zal hij er niets aan doen om de situatie te veranderen.
João de Salú, bij wie we in huis waren, is eigenaar en chauffeur van de waterwagen in zijn deel van de gemeente. Gellukig heeft de gemeenteraad na 3 maanden dorst eindelijk toegegeven, en nu krijgt hij geld om te zorgen dat alle cisternas in zijn regio eens in de 60 dagen gevuld worden. Daar is hij zo’n 20 dagen mee bezig, en de overige 40 dagen leeft hij van privé opdrachten van mensen die extra water kunnen betalen, want eens in de 60 dagen is natuurlijk niet genoeg. Toen wij in Rio do Vigário kwamen waren er 30 dagen om, maar de meeste tanks waren al ver over de helft leeg. Eigenlijk zou de wagen elke maand moeten komen, maar zover is de oppositie nog niet.

Een soortgelijk verhaal geldt voor de electriciteit. Omdat het te duur is om over zulke grote afstanden stroomkabels te leggen zijn er in 2003 massaal zonnecellen uitgedeeld. Één zonnecel van 50 x 50 cm per huis. Plotseling waren de olielampen niet meer nodig, en nu hangen er in elk huis kleine 12 volt lampjes en staat de televisie prominent in de huiskamer. Maar de zonnecellen zijn nogal zwak, dus je kunt je televisie niet de hele dag aan laten staan zoals in Brazilië normaal is – ook als niemand kijkt; ook als je bezoek hebt; ook als je in een diepzinnig gesprek zit; altijd staat de televisie als een soort op-en-neer-springend behang luidkeels te tetteren. Als de accu nog goed is zijn de zonnecellen genoeg om het Journaal en een paar novelas (soapseries) te bekijken, maar het liefst had men de hele dag stroom. In alle gesprekken wordt de televisie genoemd als grootste reden om naar een vast electriciteitsnet te verlangen.
Deze zonnecellen werden in 2003 door de landelijke overheid geleverd, maar de toenmalige wethouder die hierover ging sloeg ze op in zijn schuur en bewaarde ze tot 2 weken voor de gemeenteraadverkiezingen. Hij wilde namelijk burgemeester worden. Hij ging er met zijn partijgenoten op uit en bracht ze langs bij alle mensen die beloofden op hem te gaan stemmen. João de Salú, bekend om zijn politieke opvattingen, heeft de zonnecel die voor zijn huis bestemd was nooit ontvangen. Maar hij is de rijkste persoon in zijn dorp, dus heeft hij er zelf maar een gekocht.
De wethouder won de verkiezingen, en zijn partij kreeg 2/3 van de gemeenteraad. Zijn tegenstander stapte naar de rechter, maar de nieuwe burgemeester had veel geld over voor advocaten en dus ging er twee en half jaar voorbij voordat hij uiteindelijk werd afgezet wegens het kopen van stemmen. Zijn tegenstander werd burgemeester, en die zit nu dus met een gemeenteraad die hem maar voor 1/3 steunt, terwijl de aanhangers van de afgezette burgemeester wrok koesteren en alles doen om hem dwars te zitten.

Rio do Vigário bestaat uit een 15-tal huizen, verspreid langs 2 km zandweg. Het centrum is het schooltje, dat gesierd wordt door een groot metalen armatuur waar ooit zonnecellen in hingen. De school had een volledige 220 volt installatie, met genoeg electriciteit voor de computers die ze nooit hebben gekregen. En op een mooie ochtend waren alle zonnepanelen en accu’s verdwenen. Niemand weet wie ze gestolen heeft, en sindsdien zit de school zonder stroom.
De inwoners van Rio do Vigário zijn één grote familie. Iedereen is oom, tante, neef, nicht en schoonbroer van elkaar, vaak zelfs via meer dan één lijn omdat er vooral onderling getrouwd wordt. Van de 15 gezinnen hebben er maar 4 een vader of moeder van buiten het dorp – de rest is allemaal uit Rio do Vigário en dus uit dezelfde familie afkomstig.

Een typische dag in Rio do Vigário ziet er als volgt uit:
Bij zonsopgang, om half 5, sta je op. Je gaat naar buiten om te kijken of alles in orde is met je geiten. Je zorgt dat ze wat water krijgen; afhankelijk van de situatie kan dit best wat tijd kosten. Daarna ga je op zoek naar voer voor de kudde. Ze krijgen wat maïs of katoenpitten, maar omdat die nogal prijzig zijn bestaat het grootste deel van het voer uit moeizaam verzamelde resten groen. Sommige mensen hebben een veld palma bij het huis staan – een cactus met grote dikke bladeren en weinig stekels, die in stukken gesneden aan de geiten gevoerd worden. Anderen gaan een mandacarú te lijf – een wilde statige kandelaarvormige cactus, die nadat de stekels verwijderd zijn gulzig door de geiten worden verslonden. Met dit soort werk ben je makkelijk tot 9 of 10 uur bezig. Daarna is het te heet om nog buiten te zijn, en doe je wat rustig werk binnenshuis of ga je op bezoek bij je neef. Alleen Verício is avontuurlijker. Hij gaat om 5 uur op weg naar een klein gebergte aan de horizon, want daarboven zijn nog groene bomen te vinden. Met een kapmes hakt hij grote bossen takken met bladeren bijeen, legt ze op zijn muilezel en om een uur of 10 is hij weer thuis. De geiten zijn dol op de bladeren van de incó.
‘s Middags blijft het heet, maar vanaf een uur or 3 is er nog van alles te doen. Een stuk van de schutting van de stal is kapot; één van je geiten zit de palma van je buurvrouw kaal te vreten en moet snel teruggehaald worden; de lek in de cisterna wordt langzaam groter en moet nu écht gerepareerd worden; je vrouw heeft zo’n last van haar oorsuizen dat ze naar de dokter wil maar de schoolbus gaat pas morgenochtend – misschien kan Antônio haar op zijn motor naar Bendegó brengen want daar komt een paar maal per week een dokter langs…

Vijf dagen waren we in Rio do Vigário. We hebben de mensen gevolgd in hun dagelijkse bezigheden en we zijn ongeloofelijk hartelijk ontvangen. Iedereen wilde ons in huis hebben, ons bekijken en met ons praten. Wat voor ons soms nogal genante momenten opleverde, omdat al die neven, nichten en ooms zó op elkaar lijken dat het gebeurde dat we een hele ochtend met Balbino mee waren gegaan op zoek naar palma; hem uitgebreid bij zijn werk hebben gefilmd; na afloop nog lang en hartelijk bij hem thuis hebben zitten kletsen en koffie drinken; weg gingen met het tevreden gevoel dat we een bijzonder mens hadden leren kennen; en hem dan 3 uur later, onverwachts in een ander huis, voor zijn oom aanzagen…

Raso Rasinho
Het tweede dorp lag in het zuiden van de gemeente Canudos, op zo’n 65 km afstand van Rio do Vigário. Raso, ook wel Rasinho genoemd. Hier nauwelijks geiten maar vooral koeien, die niet zo goed opgewassen zijn tegen de droogte en het vuilnis dat er overal rondslingert. Magere koeien sterven van de honger; dikke koeien sterven omdat de plasticzak die ze opgegeten hebben dit keer écht té groot was. Ze kunnen niet meer poepen en pissen, zwellen langzaam op en sterven een pijnlijke dood.
Een dode koe is een groot verlies voor zijn baas. Als je hem vraagt waaraan de koe is gestorven zegt hij dat het door de droogte komt. “Maar hij was helemal niet mager – hij leek juist opgezwollen” zeg je dan. “Ja, dan kwam het door het plastic” is het antwoord. Als je dan vraagt of het geen goed idee zou zijn als men vuilnis niet meer zomaar overal neer zou gooien, komt er geen duidelijk antwoord. Natuurlijk vinden ze het een goed idee, maar zelf kunnen ze zoiets toch niet regelen?
Een paar dagen later praat ik met iemand over de palma-planten, en hoor ik één enkele zin die me het gevoel geeft dat ik het begrijp. We hebben het over mest, en dan zegt ze dat palma beter groeit met vuilnis dan met mest – alle schillen en etensresten worden in de achtertuin tussen de palma uitgestrooid. Zo gaat het al eeuwenlang, en vroeger rotte de vuilnis gewoon weg en werd compost waar de planten mooi van konden groeien. Maar plotseling kwam er nieuwe vuilnis, die niet verrot. Je gooit de schillen, de etensresten en de plasticzak in de achtertuin en alles rot weg maar de plasticzak blijft liggen. Toch kom je niet tot de conclusie dat die plasticzak dan maar ergens anders heen moet, en langzaam verandert je tuin in een vuinisbelt.
We waren 4 dagen in huis bij João en Santinha, en hebben zoveel mooie, sterke en leuke mensen ontmoet dat ik er graag langer was gebleven. Toen we uit Rasinho vertrokken dacht ik dat ik ging huilen. Ik heb me zo thuisgevoeld tussen deze mensen en hun mooie kerkje… Zo’n ander leven, en toch – of juist daarom – zoveel mensen die je regelrecht in hun hart laten kijken; zoveel gesprekken die ik nooit meer wil vergeten; zo’n enorme kracht om uit te leven, zonder slecht humeur; zo’n geloof ook, in een God die oneindig veel groter is dan al die kleine krioelende mensjes – die alles te boven gaat, en die hen laat leven alsof ze in Zijn tuin wonen…

“Als een arme sterft laat hij niets achter;
als een rijke sterft neemt hij niets mee.
Dat is het enige verschil tussen de arme en de rijke.”

Balbino (Rio do Vigário)

“God geeft je een lijf, een hoofd, hersenen, handen,
ogen om te zien en een mond om te eten en te ruiken.
Hoe zouden wij dat alles dan kunnen gebruiken om te zeggen dat Hij niet bestaat ?”

Egídio (Rasinho)

En na vijf dagen is het dan weer tijd om terug te gaan naar Canudos. Zondag is er daar markt, de schoolbus van Raso brengt de mensen er gratis heen, en wij rijden mee. Drie weken geleden kwamen we uit Salvador en leek Canudos zo’n beetje het einde van de wereld. Nu is het plotseling de Grote Stad, met overal drukte en lawaai. En zoveel mensen… Uitgeput kopen we snel wat eten voor de komende dagen, schudden onze dronken vriend “de Dichter van Canudos” met een smoes van ons af en gaan naar het pension boven op de heuvel. We liggen op bed en proberen even te slapen. In de kamer naast ons staat de televisie keihard aan. Hier heeft men dag en nacht stroom, en dus kun je de hele zondag kijken naar een dikke schreeuwerige presentator die een onbenullig televisiespelletje met veel sirenes en flauwe grappen presenteert.

* * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * * *

Tenslotte, voor wie nog verder wil lezen:

Theater
Om “110 jaar einde van Canudos” te herdenken heeft Brazilië’s meest controversiële toneelregisseur het boek Os Sertões van Euclides da Cunha bewerkt voor theater. Dit boek is verschenen in 1902, en is een schitterend geschreven analyse van de feiten en fouten die hebben geleid tot de verwoesting van Canudos. Het is onder de titel “De Binnenlanden” in Nederland verschenen, in een vertaling die jammer genoeg maar een vale afspiegeling is van het origineel. Voor wie interesse heeft en z’n Duits wil oefenen, raad ik de wonderschone duitse vertaling aan – “Krieg im Sertão”, voor 18 euro via Amazon.de te bestellen.
Regisseur Zé Celso heeft zijn fantasie de vrije loop gelaten en produceerde in samenwerking met een enorm toneelgezelschap uit São Paulo een 22-uur durend post-modernistisch schouwspel, dat verspreid over 5 avonden wordt opgevoerd, met een krijsende naakte homoseksuele Antônio Conselheiro gespeeld door de regisseur zelf. In grote schouwburgen in São Paulo, Rio de Janeiro en Salvador oogste het stuk veel succes, en er staan al uitvoeringen gepland in Europa. Volgende week wordt het opgevoerd op het voetbalveld van Canudos. Het is nog maar de vraag hoe dit zal vallen. De meeste mensen hier hebben nog nooit echt theater gezien; naaktheid en homoseksualiteit zijn taboe; en de kennis van jongeren over Antônio Conselheiro bestaat vaak enkel uit vage zinsnedes. De kerk en een aantal organisaties doen al jaren hun best om de herinnering en betekenis van het verleden voor deze streek te doen herleven, en de mensen bewust te maken van het feit dat er hier ooit een maatschappij heeft bestaan die nog altijd als voorbeeld en alternatief kan dienen voor de wereld waarin men nu leeft. De kans is groot dat dit theaterstuk door veel mensen als “echt” wordt aangezien, en in dat geval is het jarenlange werk van deze organisaties teniet gedaan, en zullen veel mensen Antônio Conselheiro enkel nog zien als een doorgedraaide gek.

Tegelijkertijd is dit misschien wel de allergrootste gebeurtenis die sinds de oorlog 110 jaar geleden in Canudos plaatsvindt. Tijdens het middageten hoorden we dat Gilberto Gil, in Nederland vooral bekend als zanger maar hier al 6 jaar Minister van Cultuur, één van de voorstellingen in Canudos komt bezoeken. Hij, en de rechterhand van president Lula, senator Suplicy, zijn bevriend met de regisseur en door hem overgehaald om zelf eens in Canudos te komen kijken. En Globo, het grootste landelijke televisiekanaal, komt een aantal episodes van het stuk filmen. Zulk hoog bezoek is hier al tientallen jaren niet geweest, en voor het behoud van het verleden van deze streek zou het heel mooi zijn als de landelijke overheid er nu eindelijk eens wat aandacht aan zou geven. De regisseur is een actie begonnen en heeft onder de titel “Maak de schade die wij Brazilianen in Canudos hebben aangericht weer goed” een paginagroot manifest in een landelijk dagblad gepubliceerd. Hij vraagt van de overheid maatregelen om Canudos na 110 jaar vergetelheid eindelijk iets terug te geven voor de verwoesting die lang geleden in naam van het Braziliaanse volk is aangericht. Canudos moet UNESCO-werelderfgoed worden en de regio moet een ontwikkelingsimpuls krijgen. Want, zo sprak de coordinator van het theatergezelschap gisteravond in de vergadering van de Gemeenteraad: “De mensen in Canudos hebben recht op een asfalt-verbinding met de buitenwereld. Ze hebben recht op mobiele telefoons. Ze willen zich verbinden met de wereld, en meedoen.”
Geen woord over het leven in het binnenland van de gemeente. Plaatsen als Rasinho en Rio do Vigário. De mensen daar staan mijns inziens véél dichter bij wat Canudos ooit was dan de mensen in de stad die nu de naam Canudos draagt. Deze stad is gebouwd toen het oude Canudos onder water verdween, maar bestaat tegenwoordig vooral uit nieuwkomers op zoek naar werk, die vaak geen enkele binding hebben met de geschiedenis van de streek. Terwijl het grote probleem in het binnenland juist de leegloop is. Iedereen die wij spraken houdt zielsveel van zijn geboortestreek en wil er liefst nooit weg. Maar er is geen werk voor de jongeren en de overheid heeft geen enkele interesse in het stimuleren van een duurzame plattelandssamenleving. Dus is men gedwongen weg te trekken, op zoek naar werk. Naar São Paulo, Salvador, Canudos.
De vraag waar ik dan mee blijf zitten is: als je kijkt naar de doelen van deze actie, is men dan Canudos aan het herbouwen? Of vaagt men de eeuwenoude droom van Canudos definitief van de kaart, om in plaats daarvan een stadje neer te zetten dat er precies zo uitziet als alle andere stadjes overal op de wereld? Met dezelfde problemen en hetzelfde onderontwikkelde platteland waarvan stadsmensen blij zijn dat ze er niet hoeven te wonen?

Al met al genoeg reden om te zorgen dat wij erbij zijn, volgende week.

Hartelijke groeten uit de Sertão,
Mendel en Susanne

Afgelegde afstand
intercitybus
stadsbus
schoolbus
auto
taxi
motor-taxi
waterwagen
liften: achterbank
liften: motorfiets
liften: pickuplaadbak
trein
lifttram
lopen
vliegtuig
veerboot
motorboot
roeiboot
zwemmen
duiken

totaal

2.430 km
642 km
106 km
232 km
43 km
4 km
2 km
38 km
13 km
34 km
34 km
5,1 km
456 km
9.200 km
63 km
14 km
9 km
16 km
3,3 km
13.344,4 km
Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Raimundo en het vrouwtje onder de kerk

Curitibano
Het was weer ochtend in Salvador, in de herberg was het rustig. Een paar gasten liepen in en uit, en in de hoek bij het raam genoot ik van mijn ontbijt. Een paar meter verderop was een jongeman neergestreken. Hij zat aan een tafeltje en keek om zich heen. Waarschijnlijk een gids die wachtte op zijn klant. Hij staarde wat rond. Ook ik werd aandachtig bekeken.
“Spreek je Portugees?” vroeg de waarschijnlijke gids.
“Ja.”
Even was het stil. Toen kwam een verassende vraag:
“Kom je uit Curitiba?”
Ik kon alleen maar “Ja” antwoorden. Als kind was ik in de buurt van Curitiba opgegroeid, en soms had ik nog een duidelijk accent uit die streek. Maar nu lag Curitiba 2.500 km naar het Zuiden, en niet veel mensen hier kenden dat deel van het land. Hoe kon de waarschijnlijke gids dat nou weten? Die ene “Ja” had mijn accent toch niet kunnen verraden?
“Hoe weet je dat?” vroeg iik.
“Ik zie het aan je ogen” was het antwoord. “Ik heb zelf een tijdje in Curitiba gewoond, en weet hoe de mensen daar zijn.”
De klant waarop gewacht werd verscheen uit een donker gat in de muur, en gids en klant verlieten de herberg.

Ik at rustig verder. Grappig…
Tien minuten later, ik stond net op het punt om mijn laatste glas vruchtensap te halen, klonk er achter me een stem.
“Hey, curitibano!”
Ik draaide me om, en in het raam stond de waarschijnlijke gids.
“Ik ken iets wat jij heel interessant gaat vinden.”
“Hm?”
“Een oud vrouwtje dat al 106 jaar in een katakombe onder een kerk woont. Een plek waar vroeger slaven werden opgesloten en gemarteld. Waar overal botten liggen begraven. En waar nooit iemand komt.”
Vreemd, deze ontmoeting. Maar het klonk zeker interessant. Ik ging snel mijn sap halen, en vertrok met de waarschijnlijke gids mee.
De jongeman vertelde. Hij had het vrouwtje 12 jaar geleden per toeval ontdekt toen hij rondliep in een oude kerk en daar stiekem een half gesloten deur doorglipte. In de loop van de jaren was hij een soort zoon van haar geworden. Ze had hem vele verhalen verteld over de plek waar ze woonde. Maar de laatste paar jaar was ze langzaam aan het dementeren. Nu herkende ze hem zelfs niet meer. Toch bezocht hij haar nog wekelijks, en bracht hij haar vaak eten. Bijna niemand wist van haar bestaan. En hij had in mijn ogen gezien dat dit verhaal mij wel zou bevallen.
Ik was op mijn hoede. Het centrum van Salvador puilt uit van jongens, kinderen, vrouwen en mannetjes wiens beroep het is om met behulp van mooie praatjes geld uit toeristenbroekzakken te kloppen. En omdat er in mijn zak niet veel geld zat moest ik er zuinig mee omgaan. Bang was ik niet. Deze mensen zouden niet zo snel iets van je stelen. Maar hun werk is praatjes verkopen die geld opleveren. En als je dat je hele leven de ganse dag doet wordt je er ongetwijfeld steengoed in. Een ervaren Praatjesverkoper ziet al je zwakke punten in één oogopslag, en als hij enigzins creatief is weet hij je zo aan te spreken dat je je gewonnen geeft. Dat is zijn vak. Daarmee verdient hij zijn brood. Als hij geen goede vakman was zou hij niet overleven in de grote stad.
Maar er was iets met deze jongeman. Hij had een bepaald charisma dat me erg aansprak. Hij leek heel open en zijn ogen glansden op zo’n manier dat je er vrolijk van werd. Hij vertelde over een grote oven, waarin slaven levend verbrand werden. Hij herhaalde dat bijna niemand afwist van haar bestaan. En dat hij er in zijn hele leven nog maar 5 mensen naar toe had gebracht. Maar dat ik er zeker heen moest. “We zullen wel zien” dacht ik.

De straat werd steeds steiler, en toen we helemaal boven waren stonden ze voor een grote oude kerk. De hoofdingang was open, maar we gingen door een zijdeurtje naar binnen. Er was geen mens. We liepen door een paar kloostergangen en langs een klein binnentuintje, en kwamen aan bij een deur die half open stond. Achter de deur verdween een steile trap in de duistere onderwereld. Een koude wind blies uit het gat omhoog in onze gezichten. De wind rook muf, klam, verroest, verrot en verbrand. De jongeman sloeg een kruis en daalde af.
Het eerste beeld beneden was wonderschoon. Daar stonden we, in een onderaardse gang. Voor ons, een groot zwaar en roestig traliehek. Daarachter, een wijde donkere ruimte, onder een hoge stenen boog. De kelder was in de heuvel uitgegraven en de achterzijde kwam uit op de helling en was dus naar buiten open. Het was er groen, een blauwe hemel, en in de ochtendzon zat een oud verschrompeld vrouwtje. Een mooier contrast was niet denkbaar. Duisternis, Kilheid en Muffe Lucht met daarachter een gouden frisse ochtend en een oud vrouwtje dat zich in de zon warmde.

We deden het hek open. Het was zwaar, het piepte en zuchtte. We liepen naar het verschrompelde vrouwtje toe en de jongeman sprak haar aan. Hij moest hard spreken, anders hoorde ze hem niet. “Dit is een vriend van mij” – riep hij. Ze keek me aan, glimlachte en ging weer verder met wat ze aan het doen was. Kijken naar de plantjes die uit de stenen muur tevoorschijn kwamen.
“God brengt overal leven. Zie je, zelfs uit de de stenen groeien planten. Alles puilt uit van het leven. Overal” sprak ze. De jongeman streek haar over haar hoofd. Ze genoot zichtbaar van de aandacht.
Ze stond op, pakte de bezemsteel die haar wandelstok was, en liep naar binnen, in de schaduw. “Ik ging me warmen in de zon. Maar nu ben ik warm, nu heb ik genoeg zon gehad. Nu ga ik in de schaduw zitten.” Onder de hoge stenen boog stond, op een grond van aangestampte aarde, een comfortabele sofa. Ze ging zitten. “Ben jij hier al vaker geweest?” vroeg ze me. “Nee, ik niet, maar hij wel” – zei ik, terwijl ik op mijn begeleider wees. “O. Maar dat weet ik niet meer.” – was het antwoord. Toen begon ze te klagen over haar reuma.

Rechts onder de boog stond een klein huisje. Daar woonde ze met haar kleinzoon. Aan de overkant van de boog stond nog een huisje, van haar dochter. Met zijn drieën leefden ze al jaren onder de kerk. Het was er stil en vredig. De plaats had een bloedig verleden en een vervallen heden, maar het oude vrouwtje was er thuis en vierde er de laatste dagen van haar leven, en dat voelde goed.
We liepen nog even rond. Mijn begeleider liet me twee tunnelingangen zien, die de slaven ooit hadden gebouwd om te ontsnappen. En de grote oven, waarin ze levend verbrand waren toen de tunnels ontdekt werden. Eén van de tunnels was pal voor de deur van het huisje. Er lag een houten plaat overheen.
Verderop, buiten tussen het groen, had de koster van de kerk ooit een moestuintje aangelegd. Hij had wortels, aardappels en maniok gezaaid, maar toen hij ging oogsten kwamen er vooral beenderen tevoorschijn.

Het oude vrouwtje werd moe van onze aanwezigheid. We namen afscheid en gingen weer naar boven. De jongeman stelde zich aan me voor. “Raimundo” was de naam. Hij stelde voor om me de markt van São Joaquim te laten zien. Een van de grootste markten van Latijns-Amerika. Ik was er al een keer alleen geweest, en ik had ook nog een aantal dingen gepland voor die dag. Maar Raimundo was een uiterst plezierig gezelschap, hij wist overal verhalen over de vertellen, ging overal even kort naar binnen om me aan iemand voor te stellen of een onbekend drankje te laten proeven, en hij kende iedereen. En omdat we allebei graag lopen gingen we lopend, de hele stad door.
Op de markt is van alles te zien. Hoe een koeiensnuit van een afgehakte koeienkop word gestroopt, onder streng toezicht van de klant. Na diens goedkeuring word de verbleekte snuit netjes opgerold en ingepakt. Lekker voor zondag, in de bonensoep. Ook staarten, tongen, geslachtsdelen, oren, huid en nog vele onherkenbare stukjes dier, van koeien, schapen, geiten, varkens, kippen en kalkoenen, alles door elkaar en in oneindig lange gangen uitgespreid, opgehangen of in potten gestopt. Rauw, gerookt of gepekeld.
Maar dan ga je een hoek om, en plotseling sta je in de kruidenafdeling. Hemelse geuren komen je tegemoet. En dan opeens een lange rij steegjes vol rotzooi uit China. Auto-robotjes met sirenes en knipperlichten, schoenen die liedjes zingen, vanzelf rijdende skateboards, een reuzenpop die met je danst en wel 28 verschillende zinnen zegt – alles in felle synthetische kleuren en met veel lawaai. Zeker niet minder bizar dan een afgehakte koeienkop… En de man met de opgerolde koeiensnuit onder zijn arm zoekt een leuk kado’tje voor zijn dochter, want zondag is het “Dia da Criança” – Kinderdag. Een soort Sinterklaas zonder Sinterklaas, een paar decennia geleden verzonnen door de commercie.
We aten bonen met rijst en maniokmeel. Raimundo kreeg er nog een groot stuk zwart-blauwe massa bij – geklonterd varkensbloed met zout. Hij vertelde me over een grote wond in zijn bovenbeen die al maanden lang telkens weer openbarstte. En sinds een paar weken verschenen er bulten op zijn armen en benen, die plotseling als kleine vulkaantjes openbarsten en dan na een paar dagen weer verdwenen. Een half uur later had hij er één op zijn hand.
Hij zou niet oud worden, zei hij. Hij wilde niet naar de dokter. Hij zou liever sterven dan chemische rotzooi slikken. Hij dronk thee van verschillende kruiden die God had gemaakt, en als dat niet genoeg was dan betekende het dat zijn tijd gekomen was. Bob Marley was zijn grote held – gestorven omdat hij zijn been niet wilde laten amputeren. Raimundo: “Leven doe ik graag, heel graag. Maar niet tot elke prijs. Ik wil niet weten wat voor wond ik heb. Stel je voor dat het iets ernstigs is, kanker of zo. Zolang ik het niet weet leef ik zoals nu, met volle teugen. Als ik het zou weten zouden de rest van mijn dagen alleen nog maar ellende zijn. Operaties, medicijnen, chemische rotzooi, bestraling en zorgen. Vooral heel veel zorgen. Die zijn nog erger dan de ergste ziekte. En die heb ik nu niet.
“Als de dood eenmaal in je lichaam zit, als een bepaald deel van je lichaam niet langer leven kan of als je cellen raar gaan doen, dan zeg ik niet: ‘afhakken dat dooie stuk, ik leef wel met een half lichaam verder.’ Als de dood moet komen dan komt hij. De mens is nu eenmaal sterfelijk. En hij is één geheel. Ik kan niet verder leven als een halve mens. Dus als de dood eenmaal in je zit, zit hij in je. Je tijd is om… maar je weet wel zeker dat je geleefd hebt.
“En eigenlijk bestaat de dood niet eens – kijk maar om je heen. Overal waar de natuur de kans krijgt, ontstaat leven. Zelfs op die stenen muur daar onder de kerk. Als jij dood bent en je niet laat cremeren ontstaat vanuit jou meteen weer een hele keten van nieuw leven. Een gestorven leven is altijd het voedsel voor een nieuwgeboren leven.”

We bespraken de Grote Vragen. Hij voelde als de broer die ik nooit heb gehad. Hij vertelde me dat hij eigenlijk niet wist waarom hij me het verhaal van het vrouwtje onder de kerk had verteld. Hij had het nog zelden aan iemand verteld. Maar er was iets, iets onbestemds, dat hem ertoe gebracht had mij als doodvreemde daarheen te brengen.
Aan het eind van de middag hoorde hij wat ik in Bahia was komen doen – filmopnamen. “Dan weet ik nu eindelijk waarom ik het je móést laten zien” – riep hij uit. “Jíj moet haar verhaal vertellen, nu ze nog leeft. Je moet een documentaire of zo over haar maken.”
Dat was precies wat ik gedacht had toen ik haar in de zon had zien zitten. Maar ik had het niet voor willen stellen, uit respect voor haar ouderdom en kwetsbaarheid. Het was een wonderschoon verhaal, maar de mooiste verhalen verdienen het soms om gewoon met rust gelaten te worden. En haar wereld, daar beneden, was zo vredig en stil dat ik het niet wilde verstoren met mijn ideeën en mijn apparatuur.
We zaten in een rammelende stadsbus, op weg naar het centrum, en ik legde hem mijn twijfels uit. Maar al pratend werden we beiden steeds enthousiaster. Volgens Raimundo was ik de perfecte regisseur voor een film over het vrouwtje onder de kerk, en ik moest toegeven dat het verhaal van alle kanten precies mijn soort “ding” was. Raimundo maakte korte metten met mijn twijfels, en hij zou de volgende ochtend al met haar kleinzoon en de mensen van de kerk gaan praten om alles te regelen.

Aldus werd besloten. De reis naar de Sertão werd nog een paar weken uitgesteld.

En het was de moeite waard. De drie weken die op deze dag volgden waren voor mij een droom die ik nooit had kunnen dromen, maar die desondanks in vervulling ging. Een verhaal dat mij opzocht omdat het verteld moest worden. En waar ik geen “nee” tegen kon zeggen.

Het oude vrouwtje bleek Dona Cindina te heten, en haar kleinzoon Ângelo. Zijzelf noemt hem Anjo – “Engel”. Ik werd kind bij hun aan huis, daar in de donkere kelder. Alles ruikt er muf, klam, verroest, verrot en verbrand, en ik voelde me er helemaal op mijn gemak. Drie weken lang heb ik ze dagelijks bezocht, met mijn camera en opnameapparatuur. In de tweede week kwam Susanne, en gingen we met z’n tweeën. Dona Cindina heeft zich erg aan Susanne gehecht. Ze krijgt zelden bezoek, laat staan van een leuke jonge dame. Daarnaast heb ik een paar nachten bij hun in de kelder doorgebracht. Gewaakt, rondgelopen, gefilmd, gezeten, stilgestaan en nagedacht. Heerlijke verstilde nachten.
De verhalen zelf laat ik aan de film over. Die zal ze veel beter kunnen vertellen dan ik in deze nieuwsbrief. Er moet nog veel aan worden gewerkt, maar ik weet nu al dat het heel mooi gaat worden.

En dan was er nog het verhaal van Raimundo. Een verhaal vol pijnlijke vragen, die me geleerd hebben om als het nodig is ook duidelijk “nee” te zeggen tegen een medemens. Het is te veel om allemaal te vertellen, maar de hoofdingrediënten waren Raimundo’s plotseling ernstig opgezwollen knie; een spoedrace naar het ziekenhuis; een middag op een chaotische EHBO-afdeling waar 20 gewonde mannen op brancards in een zaal liggen waar ze voor ieders ogen onderzocht worden – ik heb nooit eerder van zo dichtbij zoveel schotwonden gezien, of opgezwollen hoofden, of vers uit verongelukte auto’s gezaagde dronken jongens. Het verhaal van Raimundo eindigt 10 dagen later als Susanne, ik en Raimundo (vers uit het ziekenhuis, met krukken) besluiten samen naar het politiebureau gaan – ik om aangifte te doen van bedreiging door hem, hij om ons te beschuldigen van afpersing.
Dat was het einde van 3 weken vol pijnlijke dillema’s: hoe ga ik om met het feit dat ik in één middag tolken net zoveel verdien als de braziliaanse Jan Modaal in een maand? Hoe ver ga ik als die Jan Modaal me daarop aanspreekt, omdat hij beweert dat hij zichzelf terwille van mij in de nesten heeft gewerkt? Als hij heilig gelooft dat mijn portemonee, om het simpele feit dat ik uit Europa komt, hem alles kan verschaffen wat hij zegt nodig te hebben? Terwijl ik weet hoe ik heb gevochten voor mijn kleine budget, waar ik zuinig op moet zijn? En wat doe ik als ik een paar dagen later ontdek dat er van vriendschap van zijn zijde geen sprake meer is, dat hij alleen nog maar uit is op mijn geld – en als de meeste verhalen die hij me vertelde opeens niet waar blijken te zijn?

Het is gelukkig allemaal achter de rug. Salvador is al weer ver weg. En nu zijn we dan eindelijk in Canudos. Een heel andere wereld. Met weer heel andere verhalen. Maar daarover de volgende keer.

Het ga jullie allen goed!
Mendel en Susanne

Afgelegde afstand
intercitybus
stadsbus
auto
taxi
motor-taxi
trein
lifttram
lopen
vliegtuig
veerboot
motorboot
roeiboot
zwemmen
duiken

totaal

2.430 km
642 km
214 km
43 km
4 km
34 km
5,1 km
351 km
9.200 km
63 km
14 km
3 km
14 km
3 km
13.020,1 km
Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Salvador, Canudos, Salvador

Salvador
Na een voorspoedige reis, met eerst een volle maan en daarna een opkomende zon pal voor mijn vliegtuigraampje, stond ik opeens in het midden van Salvador. Vanuit mijn kamer hoorde ik dag en nacht het geluid van vele trommels. De temperatuur buiten was precies net zo hoog als die van mijn eigen lichaam – 37 graden. En ik moest aan het werk. Dat kwam er de eerste paar dagen nog niet echt van.
Als ik na een tijd in Nederland weer in Brazilië aankom duurt het altijd even voordat ik mijn draai heb gevonden. De mensen die je de hele dag op straat aanklampen en om geld vragen – hoe ging je daar ook al weer mee om? En mijn Portugees accent, dat door mijn werk als tolk in Nederland steeds meer naar Portugal gaat klinken en steeds minder naar Brazilië, waardoor mensen me vreemd aankijken en vragen: uit welk deel van het land kom jij? En hoe er hier met tijd om wordt gegaan… het wachten… altijd weer wachten zonder dat je je eraan hoeft te ergeren… – Ik kon het vroeger zo goed, maar in Nederland verleer je zoiets snel.
Wachten hoort hier bij het dagelijks leven. Het is onlosmakelijk verbonden met alles wat je wilt doen. Als je ergens lang moet wachten betekent dit niet zoals in Nederland: “Dit is niet zoals het hoort, het duurt langer dan verwacht…” – het betekent hier: “We wisten niet hoe lang het zou gaan duren; we weten het nog steeds niet; maar hopelijk is het bijna zo ver.” En als je er na een week aan gewend bent, leer je er van te genieten. De mooiste momenten van de dag gebeuren vaak tijdens het wachten. Je ontmoet mensen, je mag getuige zijn van ontmoetingen tussen anderen, je woont scènes bij uit het dagelijkse straatleven. En dat straatleven is een wereld op zich, waar ik met groeiende interesse en plezier naar kijk en langzaam in betrokken raak. Het wachten maakt je open en ontvankelijk, omdat er niets van je gevraagd wordt behalve het “er zijn”. En dan komen de bijzondere momenten als onverwachte geschenken, die zo speciaal zijn dat je ze zelf nooit had kunnen plannen.

Salvador wordt langzaam maar zeker een steeds bijzonderere stad voor mij. Ookal ging mijn project oorspronkelijk helemaal niet over Salvador. Salvador is eerlijk gezegd het tegenovergestelde van de Sertão waar de reis heen gaat. Maar sinds een aantal dagen raak ik steeds verder verzeild in iets wat zo wonderlijk is dat ik hier waarschijnlijk langer zal zijn dan gepland. Ik kan er op dit moment nog niet meer over schrijven, daarvoor zijn de dingen nog niet helder genoeg, maar in mijn volgende brief zal ik hier zeker op terug komen. Eerst zal ik wat meer vertellen over de stad. Vanuit mijn kamer hoor ik dag en nacht het geluid van vele trommels…

Salvador is de stad van de Capoeira – een bloedmooie vechtsport van Afrikaanse oorsprong, bijna een soort dans begeleid door trommels, berimbau en zang, waarin je je tegenstander door middel van allerlei capriolen nét niet aan mag raken. Een gevecht dat helemaal draait om het niet aanraken. Er is ook geen winnaar of verliezer – een aantal mensen staat in een kring om de beide “strijders” heen, en om de paar minuten wordt één van de “strijders” door iemand uit de kring afgelost. Zodoende kan het net zolang door gaan tot niemand meer zin heeft.

Salvador is de stad van de Candomblé – een Afrikaanse natuurreligie met een Braziliaans sausje, waarin ieder mens verbonden is met een van de 12 natuurkrachten (Zee, Regen, Vuur, Lucht, Bos, Bliksem, etc) en tijdens speciale danssessies in “trance” kan raken waardoor deze natuurkracht de macht van zijn lichaam overneemt. De persoon danst dus niet meer zelf, maar de Zee, de Berg of het Bos danst via zijn lichaam. De Zee, de Berg en het Bos hebben dat dansen nodig. Als ze zich niet via de dans kunnen uiten, als ze hun overtollige energie niet via deze uitlaatklep kunnen kwijtraken, dan gebeuren er natuurrampen. Hierdoor is Candomblé een totaal andere benadering van godsdienst dan wij uit het “westen” en tegenwoordig ook uit het “oosten” gewend zijn. Het gaat niet om de Mens die redding, heling, innerlijke rust of vrede zoekt en ontvangt. De Mens in de Candomblé danst niet omdat hij dat zo graag wil. Hij krijgt er geen nieuw leven voor en hij wordt er ook in dit leven niet gelukkig, rustig of zachtmoedig van. In de dans van de Candomblé heeft de Mens helemaal niets te zeggen of te ontvangen. De Zee, de Berg en het Bos moeten dansen, en hebben een lichaam nodig om dat te kunnen doen. En een aantal mensen voelt zich geroepen om hun lichaam aan deze goden ter beschikking te stellen – om elke week een paar uur door de goden bezeten te worden. Zij doen dit niet omdat ze het zo graag willen. Ze doen dit omdat iemand het moet doen. Als niemand het doet gaat het vreselijk fout.
Candomblé is misschien wel de meest non-verbale godsdienst die er bestaat. Susanne en ik hebben vorig jaar twee langdurige Candomblé sessies meegemaakt – een lange avond, en een hele dag, in een klein plaatsje zo’n 140km buiten Salvador. We hebben er heel veel dingen gezien, gehoord en gevraagd. Het enige wat ik sindsdien weet is dat Candomblé niet aan je uitgelegd kan worden. Elke keer dat ik iets vroeg, en er een uitleg volgde, dacht ik even dat ik het begreep. Maar dan bleek al snel dat wat mij gezegd werd helemaal niet klopte met wat ik zag. Als ik dan opnieuw vroeg kwam er opnieuw uitleg, en dacht ik heel even “ah, dus zo zit het”, om vijf minuten later weer te ontdekken dat ik er niets van begreeo. Zo ging het door tot ik ophield met vragen en alleen nog maar keek.
De krachten die vrijkomen tijdens de “trance” zijn onvoorstelbaar. Het is geen lichtvoetige dans – het zijn de meest heftige lichamelijke bewegingen die je je voor kunt stellen, onvermoeibaar, zonder pauze, en met keelgeluiden die de grond bijna doen beven.
Candomblé is niet om over te praten. Je kunt het uiterlijk ervan beschrijven, maar die beschrijving doet geen recht aan datgene wat je gezien hebt. Over wat het echt is kun je niet praten, je kunt er hoogstens “omheen” praten. Candomblé wordt ook niet “gedaan”. Candomblé “gebeurt”, en wat er precies gebeurt is niet in woorden te vatten omdat het ver buiten onze woordenwereld gebeurt. Waar het gebeurt weet ik niet. Het is iets wat ik niet ken, en nadat ik het gezien heb weet ik niet of ik het verder wil leren kennen. En denk na het lezen van deze beschrijving alsjeblieft niet dat je nu iets weet van Candomblé. Jij en ik weten niets van Candomblé. Tenzij je ooit zelf bezeten bent geweest.

Salvador is de stad van de toeristen. Ze zijn vooral uit Europa en Noord-Amerika – geen Japanners of Chinezen, die komen hier niet. Ze zijn gek op het weer, het strand en de muziek; ze krijgen diarree van het eten; ze stromen naar de “Authentic Candomblé Sessions” waar je entree betaalt om een aantal verklede mensen te zien doen alsof ze Candomblé vieren; ze ergeren zich blauw aan het feit dat alles hier niet zo snel gaat als thuis; en op elke straathoek staat een politieagent of agente om te voorkomen dat ze beroofd worden.

Maar bovenal is Salvador de stad van het slavenverleden. Onder de markt bij de haven is een groot onderaards gewelvencomplex te bewonderen waar de slaven, vers uit Afrika aangevoerd maar vaak doodziek of geestelijk ingestort, werden opgeslagen tot ze verkocht konden worden. Dit gebeurde tot ca. 1850. Er staat tegenwoordig een laagje water in, en je kunt over een aantal drijvende platen door de gangen lopen. Het water, de gewelven en de verlichting zorgen voor een onwerkelijke sfeer.
De Afrikaanse slaven werden in Brazilië vooral in het Noordoosten langs de kust aan het werk gezet, met Salvador als middelpunt. Daarom is de gemiddelde huidskleur in Zuid-Brazilië veel lichter dan in het Noordoosten. In het Zuiden, waar ikzelf ben opgegroeid, zijn de mensen een mengeling van Portugezen, Italianen, Duitsers, Polen, Oekraïners, Witrussen, Hongaren, Libanezen, Nederlanders, Japanners en Indianen. Als je vanuit het Zuiden langs de kust richting het Noorden trekt wordt de huidskleur langzaam donkerder. Hierdoor verandert ook het eten, de muziek, de beleving van godsdienst, de hele cultuur. Omdat in de tijd van de slavernij de boeren die genoeg geld hadden om slaven te kopen vooral langs de kust woonden – in het binnenland was alles een stuk armer – zie je als je van Salvador richting het binnenland trekt het omgekeerde: langzaam neemt het aantal afstammelingen van Afrikanen af en wordt de huidskleur weer lichter. De mensen in de Sertão zijn veelal afstammelingen van arme Portugezen, die geen land aan de kust konden krijgen en dus op avontuur het onbekende binnenland introkken. Daarbij kwamen nog een aantal verdwaalde Fransen, Engelsen en Nederlanders (uit de tijd van de Nederlandse Bezetting, de West-Indische Compagnie olv. Maurits van Nassau). Het waren meestal mannen, die dan verliefd werden op een schone indiane waardoor ze zich na verloop van tijd volledig hebben vermengd met de oorspronkelijke bewoners van de streek. De cultuur is hier dus weer totaal anders dan aan de kust.

Vandaag heb ik mijn laatste duikles. Ik wil de verdronken ruïnes van Canudos filmen, en in de stad liep ik zomaar de leukste duikleraar die er is tegen het lijf. Ik heb deze hele week les gehad, en weet nu al dat dit een van de mooiste dingen is die ik van deze reis over zal houden.

Canudos
Vorige week was ik 3 dagen in Canudos. Op 5 oktober werd daar herdacht dat precies 110 jaar geleden de vrijstaat van Antônio Conselheiro door het Braziliaanse leger werd overmeesterd (1897), na een strijd die bijna een jaar had geduurd. De laatste mannen die zich overgaven werden onthoofd, en de vrouwen en kinderen werden door de soldaten als souvenir meegenomen, om te dienen als huisknechtje of prostituee. Nog diezelfde dag werd Canudos huis voor huis met de grond gelijkgemaakt en platgebrand.

De reis naar Canudos duurt ongeveer 10 uur. Je stapt uit de bus en staat in een stoffig vierkant dorpje, 8 straten breed bij 8 straten diep. Dit is het Derde Canudos. Het Eerste Canudos was het dorp waar Antônio Conselheiro met zijn gevolg neerstreek, en wat onder zijn leiding uitgroeide tot een grote stad. Na de oorlog kwamen een aantal overlevenden – mensen die ontkomen waren, en een deel van de vrouwen die door het leger meegevoerd waren – terug en werd het Tweede Canudos gebouwd. Dit dorp verdween in 1969 onder het water toen de stuwdam werd voltooid. De bewoners verhuisden naar een nieuw dorp aan de rand van het stuwmeer: het Derde Canudos.

Mijn bezoek van vorige week aan Canudos was maar kort, en diende vooral om een paar mensen te spreken, een aantal dingen te regelen, en om de herdenking bij te wonen. Overmorgen, maandag de 15de, haal ik Susanne op van het vliegveld (zij is op dit moment nog in Nederland). We blijven dan nog een aantal dagen in Salvador, en hopen dan terug te gaan naar Canudos.

Ik wens jullie allemaal een paar goede weken tot de volgende Nieuwsbrief.
Pas op julliezelf! Dan zal ik het ook doen.

Mendel

P.S. Ik kwam tot de verassende ontdekking dat er een Nederlandse journalist in de Sertão is. Hij verzamelt informatie voor een boek dat hij over Canudos wil schrijven. Zijn naam is Hans Bleumink. Ik ken hem niet, weet ook niet waar hij nu is of hoe hij te bereiken is, maar heb op internet gelezen dat hij hier is. Er staat zelfs een foto van hem bij: LINK. Als iemand van jullie, lezers, hem kent en weet hoe ik met hem in contact zou kunnen komen, dan hoor ik dat graag!

Afgelegde afstand
bus
lopen
lifttram
vliegtuig
ferry-boat

totaal

1.300 km
190 km
2,4 km
9.200 km
42 km
10.734,4 km
Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Zingend Oog in Brazilië

Beste Allemaal

Het is alweer een tijd geleden dat ik van me heb laten horen. Maar nu is het zover. Deze week vertrekken we naar Salvador (Brazilië) voor de opnamen van “De Zee van Conselheiro”.
Wij (Mendel en Susanne) hopen 3 maanden lang door de Sertão te trekken, een droge en bijna woestijnachtige streek in het Noordoosten van Brazilië. Het betreft een enorm gebied, zo groot als Duitsland en Frankrijk samen, en met een heel rijke en woelige geschiedenis waarin problemen rond water altijd een grote rol hebben gespeeld. Vreselijke droogtes, overstromingen, erosie, en een bloedige burgeroorlog die draaide om een man die het einde van de wereld predikte in de vorm van water: de woestijn zou zee worden, en de zee, woestijn.
We willen rondtrekken door heel afgelegen delen van de Sertão, op zoek naar dromen over water. Het is de bedoeling om hier uiteindelijk een video-installatie over te maken – een kunstwerk in geluid en beeld, waarin het verhaal van Mens, Droom en Water in de Sertão belicht wordt.

Ik heb van een aantal mensen gehoord dat ze graag op de hoogte wilden blijven van wat we op onze reis allemaal tegenkomen. Daarom heb ik besloten eens in de 3 of 4 weken een nieuwsbrief te gaan schrijven. En het schrijven wordt natuurlijk leuker naarmate er meer mensen zijn die het willen lezen. Dus: als jij deze nieuwsbrief ook zou willen ontvangen, kun je je er heel eenvoudig op abonneren door dit bericht te beantwoorden. Schrijf gewoon “Ja ik wil” in je mail. Je kunt je ook opgeven via het contactformulier van mijn website – als je je naam en emailadres invult, en daarbij “Nieuwsbrief”, dan komt het helemaal goed.

Voor iedereen die meer wil weten over de geschiedenis van de Sertão en over onze plannen, is er op onze website van alles te lezen.
Ik wens iedereen alvast een goede herfst toe, en tot horens / ziens / schrijvens !

Mendel

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment

Een nieuw project

Begin dit jaar kwamen Susanne en ik terug uit Brazilië. Susanne had voor het eerst kennis gemaakt met de wereld waar ik bijna mijn hele jeugd heb geleefd. En dat smaakte naar meer !
De eerste paar weken waren vooral hectisch. Zoveel mensen te bezoeken in zo weinig tijd… Maar daarna hebben we iedereen gedag gezegd en zijn we vertrokken naar het Noordoosten van het land. 2500km reizen, naar een plek waar ik me al sinds mijn kindertijd heel erg mee verbonden voel – ookal was ik er nog nooit geweest.

Ik ben al jaren bezig met een verhaal dat zich heeft afgespeeld in het dorre en droge Noordoosten van Brazilië. Van 1865 tot 1893 zwierf daar een man genaamd Antonio rond in de woestijn, en verzamelde hij mensen om zich heen om vervallen kerken te herstellen, verwaarloosde begraafplaatsen op te knappen, en kleine meertjes aan te leggen om water in op te slaan voor de droge jaargetijden. Hij leefde zeer eenvoudig, had niets dat hij niet in zijn eentje kon dragen, en straalde iets uit waardoor de mensen hem steeds meer gingen vertrouwen. Het gebied waarin hij rondzwierf was enorm – zo groot als Duitsland en Frankrijk samen. Onvruchtbaar en dunbevolkt, door heel eenvoudige, ongeletterde mensen. Totaal verwaarloosd door zowel de overheid als de Kerk.
Antonio begon te prediken, en kreeg al snel de bijnaam “Conselheiro” – “Raadsman”. Hij trok van dorp tot dorp, en steeds meer mensen volgden hem. Tussen 1877 en 1879 was er de ergste droogte in meer dan honderd jaar, en honderdduizenden mensen kwamen om. In de steden langs de kust, waar welvaart heerste, waar de overheid en de geletterde elite woonde, en waar ieders ogen gericht waren op “de Moderniteit” uit Europa en Noord-Amerika, met al haar nieuwe ideeën en technologiën, had niemand enige interesse in wat er zich in het verre binnenland afspeelde.

De meeste inwoners van het binnenland van Brazilië hebben nooit zelf een stukje land gehad. Al sinds de ontdekking van Brazilië, in 1500, is het land altijd tussen een klein aantal mensen verdeeld geweest. In de tijd van Antonio Conselheiro behoorde 70% van het hele binnenland van het Noordoosten van Brazilië toe aan één enkele man die zijn hele leven langs de kust had geleeft, en zijn eigendom enkel van landkaarten kende. De mensen die op zijn eigendom woonden hadden geen enkel recht, moesten hun leven lang voor hem werken om er te mogen wonen, en bleven altijd afhankelijk van zijn “goedertierenheid”.
In 1893 stichtte Antonio Conselheiro een dorp, samen met de 300 mensen die hem op dat moment volgden, aan de oevers van een kleine rivier. Hier zou hij de baas zijn, en iedereen mocht er volgens zijn wetten komen leven. In Canudos zou niemand honger lijden, er zou solidariteit zijn tussen alle inwoners, de eigendomsrechten van de grootgrondbezitters werden niet erkend, er mocht geen alcohol gedronken worden, en de overheid had er niets te zeggen. De overheid had zich er sowieso nog nooit laten zien… Een klein utopie-staatje in het hart van een enorm land.
Het nieuws dat Antonio Conselheiro zijn eigen dorp had gesticht ging als een lopen vuurtje rond, en in 4 jaar tijd was Canudos uitgegroeid tot de tweede grootste stad van de hele deelstaat Bahia. Van heinde en verre kwamen de mensen toestromen om deel te mogen zijn van het leven zoals Antonio Conselheiro hun dat bood. Hele dorpen stroomden leeg en de boeren verloren hun goedkope werknemers. En Antonio Conselheiro predikte het spoedige Einde der Tijden. De woestijn zou een zee worden, en de zee een woestijn.
Toen begonnen overal de alarmbellen te rinkelen. Opeens werd het afgelegen binnenland het middelpunt van de media-aandacht in de steden langs de kust. “Antonio Conselheiro predikt tegen de Republiek! Oftewel, als we niet snel iets doen verzamelt hij binnen de kortste keren een heel leger en hebben we de poppen aan het dansen.” Antonio Conselheiro werd uitgeroepen tot Volksvijand nr. 1, een groot gevaar voor het vaderland.
De volgelingen van Conselheiro wisten in hun meerderheid niet eens wat “de republiek” precies was, en van een “gevaar voor het land” was al helemaal geen sprake. Behalve natuurlijk “gevaar voor het status quo” – de Overheid, de Kerk en de grootgrondbezitters raakten hun invloed in het binnenland kwijt.
Om een lang verhaal kort te maken: het leger werd er op af gestuurd en Canudos werd met de grond gelijk gemaakt. Rond de 25.000 mensen kwamen om, en de overlevende vrouwen en kinderen werden door soldaten als privé-buit meegenomen en verkocht als prostitué of hulpje in de huishouding. Dit gebeurde in 1897.

Zeventig jaar later komt de profetie van Antonio Conselheiro alsnog uit. De woestijn zou een zee worden, had hij gezegd. In 1968, tijdens de militaire dictatuur in Brazilië, wordt er een grote stuwdam aangelegd in de rivier die langs Canudos stroomt. Canudos, dat na de oorlog weer herbouwd was door een handvol overlevenden, verdwijnt nu voorgoed onder het water. Een nieuw dorp met dezelfde naam wordt gebouwd aan de oevers van het grote meer.

Deze geschiedenis heeft me sinds mijn kindertijd altijd heel erg geboeid. En hoe meer ik me er in verdiep, hoe meer wonderlijke details er in te vinden zijn. En het bevat alle ingrediënten voor een kunstwerk over het snelstgroeiende probleem op onze aarde: WATER. We zien het nu in verschillende streken van de aarde al langzaam gebeuren, en het zal niet lang meer duren of de levens van honderden miljoenen mensen zullen grondig veranderd worden door problemen die te maken hebben met water. Teveel, of juist te weinig. Canudos vat dit alles in een notendop samen: De droogte heeft in de loop van de geschiedenis miljoenen mensen uit hun geboortestreek verdreven naar de grote steden, waar ze meestal in erbarmelijke omstandigheden in sloppenwijken terechtkwamen. Maar de poging om het droogteprobleem op te lossen door middel van een stuwdam heeft even pijnlijke gevolgen gehad, omdat de geboortegrond van vele mensen onder water is verdwenen, en ook een heel belangrijke historische plaats van grote betekenis voor het zelfvertrouwen van de mensen daar.

In Januari waren ik en Susanne in het nieuwe Canudos, aan de oevers van het stuwmeer. Het is een lelijk nieuwbouwstadje waar ik me toch meteen thuis voelde, en eigenlijk voelde het vanaf het begin als vanzelfsprekend dat ik er nog vaak terug zou komen. Het dorp is nog altijd net zo afgelegen als vroeger, en de bloedige geschiedenis is nog overal tastbaar aanwezig. Een man die ons een aantal plaatsen liet zien die in de oorlog een rol hadden gespeeld wees tijdens het lopen opeens naar een klein wit puntje in het rode zand. We bukten, en hij poetste met zijn vinger het zand opzij. Er lag een witte bot, en op de plek waar deze ophield begon een volgende bot. De beenderen van de duizenden gevallenen, die haastig en allemaal anoniem in het veld zijn begraven, komen door erosie langzaam weer tevoorschijn aan de oppervlakte. En als je goed om je heen kijkt zie je ze overal.

Toen we terugkwamen ben ik begonnen aan wat ik noem Project Canudos. Dit is een kunstproject dat een aantal jaren in beslag zal nemen, en waarin ik op verschillende manieren bruggen wil bouwen tussen de wereld van Canudos en de wereld van Nederland.
Over 4 weken kom ik rond deze tijd aan in Brazilië. Samen met Susanne, die een paar weken later komt, wil ik 3 maanden lang rondtrekken in de droge streek rondom Canudos. We gaan op zoek naar verhalen. Over droogte, overstroming, en dromen van de zee. Als we rond Oud en Nieuw weer terug zijn in Nederland hoop ik een documentaire en een “video-ruimte” gemaakt te hebben. Dit is een ruimte waarin, door middel van geluid, videobeelden en objecten een verhaal wordt verteld. Over de strijd tussen de Mens, zijn Droom, en het Water – een strijd die zeker ook in Nederland actueel is.

Posted in Nieuwsbrieven | Leave a comment